‘Mondriaan in de jungle, je voelt dat dat niet klopt’

Museum Boijmans van Beuningen toont vijftien jaar werk van Roy Villevoye. Talloze keren reisde de kunstenaar naar Papua. „Bij Papoea’s zie je de wereld zonder hulpstukken.”

Op de drempel van de Bodonzaal in het Rotterdamse Boijmans van Beuningen blijft beeldend kunstenaar Roy Villevoye even staan. Hier hangt een overzicht van vijftien jaar werk. Dia-apparaten klikken, ernaast hangen manshoge foto’s van Papoea’s. Er staan paspoppen met verknipte T-shirts, en er hangt een aantal grote videoschermen. Villevoyes film Phantom wordt er vertoond, een videowerk dat hij opnam tijdens een reis naar Papua, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea. Een jonge man hakt een boom om, maakt inkepingen en zet vliegensvlug een kruis in elkaar. Een andere man neemt het bouwwerk van hem over. Getooid met een krans van groene varens sleept hij het kruis de jungle in.

Villevoye houdt van dit soort registraties. „Het lijkt een simpel klusje. En dan plots is er die symbolische verdubbeling. Wat hebben zij met het christendom te maken? Of zie je het verkeerd? Zijn die balken slechts deel van een bouwwerk waarmee ze bezig zijn? Dat kruis ontregelt de kijker.”

Voor de tweede keer wijdt Boijmans een solotentoonstelling aan zijn werk. Stond vijftien jaar geleden zijn schilderkunst centraal, nu draait het om de foto’s en films die hij – vaak samen met kunstenaar Jan Dietvorst - maakte tijdens talloze reizen naar het Papoeavolk, de Asmat. In een poging „zo ver mogelijk weg te zijn’’ bezocht Villevoye het gebied voor het eerst in 1992. Via een missionaris die zich als enige westerling in het gebied heeft gevestigd, kreeg hij toegang tot de Asmat. In ruil voor vishaken, T-shirts en tabak handhaaft hij zich daar.

Villevoye’s fascinatie voor verschillen en overeenkomsten tussen het westen en de Asmat, en het ontregelen van onze westerse opvattingen over ‘authentieke’ volken in het algemeen, blijken een constante in zijn werk. Het levert confronterende stukken op.

In de film Beginnings (2005) bijvoorbeeld, loopt een Asmatkoppel naakt door de jungle. In een volgend shot zie je een Hollandse duinpan. Daarin loopt een blank paar naakt rond. Als de Asmatters weer in beeld komen, kleden zij zich aan en onderhandelen met de cameraman. Hoeveel geld krijgen ze eigenlijk voor deze verkleedpartij? De kijker wordt zich bewust van zijn eigen vooroordelen. Villevoye: „Dat volledig naaktlopen doen ze allang niet meer.”

In tegenstelling tot antropologen schrikt Villevoye er niet voor terug ook die kanten van de Asmatcultuur te tonen. „De wereld gedraagt zich nu eenmaal niet. Ik loop regelmatig tegen mensen aan die de beelden die ik maak veroordelen. Zij willen dat het paradijs dat zij voor ogen hebben in stand blijft. Ik ben me ervan bewust dat mijn aanwezigheid daar een zekere vervuiling met zich meebrengt. Maar dat is niet iets waartegen je je moet verzetten. Ik maak die spanning liever zichtbaar.”

Waar komt die fascinatie voor Papoea’s vandaan? „Bij hen ervaar je hoe de wereld eruit ziet zonder hulpstukken”, zegt Villevoye. „Wat er overblijft zonder alles wat wij belangrijk vinden. Onder de allerhardste omstandigheden ontstaat daar een rijke cultuur die hen in staat stelt te overleven. Voor mij als westerling lijkt het net alsof je in die rauwe omstandigheden het leven beter ziet.”

Het regenwoud is meedogenloos hard, „een dodelijke zone” zelfs, als je er een aantal weken verblijft. Villevoye: „Het regent er voortdurend, er is niets te eten, overal ligt modder, en ik noem het ook niet gezellig. Ik heb weken meegemaakt waarin het dorp elke avond in een burgeroorlog ontstak. Je zag geen hand voor ogen, maar vlak voor onze hut zaten ze elkaar gillend achterna. En dan maar hopen dat ze elkaar niet levend villen.”

Hij is geïnteresseerd in de verschillen tussen culturen, en wat er gebeurt als je ze mengt. Zo bracht Villevoye voor de fotoserie Kó „Mondriaan het oerwoud in.” Midden in het groen liet Villevoye Asmatters poseren met vellen papier – in de kleuren cyaan, magenta en geel. De drie kleuren vormen in het westen de basis voor iedere kleurendruk, maar komen in de jungle niet voor. „Je voelt dat het iets van onze wereld is. Zulke westerse elementen in het oerwoud, dat ontregelt, het beeld dat je hebt klopt niet.”

In een van zijn recentste films, Owner of the Voyage, gaat een lang gekoesterde wens van twee Asmat-broers in vervulling: een bezoek aan Villevoye in Nederland. „Hun geheime doel was om hier voorouderbeelden te maken en die vervolgens te verkopen. Zodat ze van het verdiende geld daar een motorboot konden kopen.” Je ziet de mannen gekleed in colbert en spijkerbroek, en gewapend met een bijl door het Amsterdamse Vondelpark struinen, op zoek naar een boom waar ze een vrouw uit kunnen beitelen.

Als ze terug zijn wordt aan een neef van de broers gevraagd met welke verhalen de mannen terugkeerden. Dat er hier altijd voldoende voedsel is, bleek een belangrijke ervaring te zijn geweest. Villevoye: „En nu is de vraag: hoe hebben de broers die reis beleefd? Je weet het niet. De waarheid ligt ergens in het midden, tussen de film van de reis, en dat wat hun neef vertelt.” Dat verschil in beleving is waar het Villevoye om gaat. Steeds weer duiken in zijn werk vragen op als: kun je geloven wat je ziet? Hoeveel van wat we zien is ingegeven door onze eigen achtergrond, door onze geschiedenis? En wat is daarvan waar?

Villevoye roept met zijn werk soms heftige reacties op. Hij werd beschuldigd van uitbuiting, hij zou Papoea’s ‘gebruiken’ voor zijn kunst. Iets dat volgens Villevoye overigens opnieuw de vooroordelen en stereotypen van de kijker blootlegt. ,,Dat is een westerse blik: je zou de Asmat niet mogen storen. Maar dan ga je wel voorbij aan het feit dat ook dit mensen zijn. Mensen die je iets kunt vragen. Mensen met wensen. Om Nederland te bezoeken bijvoorbeeld.” Eigenlijk, zegt hij, is zo’n reactie juist om die reden best oké.

Roy Villevoye, Detours. T/m 10 augustus, Boijmans van Beuningen, Rotterdam. Inl. boijmans.nl