Medicijntesten op vrijwilligers

De auteur liet zich vrijwillig opsluiten om een nieuw antipsychoticum op zich te laten uittesten. Wellicht door zijn exuberante opstelling moest hij het instituut voortijdig verlaten.

Er zaten ooit psychiatrische patiënten, maar nu zitten er in het voormalige Noorder Sanatorium in Zuidlaren proefpersonen van achttien tot tachtig jaar op wie nieuwe geneesmiddelen worden getest.

Ik was daar enige tijd ‘vrijwilliger’ in wat inmiddels een Nederlandse vestiging is van het Amerikaanse farmaceutisch onderzoeksinstituut PRA. In tien dagen zou er tegen een op het minimumloon gebaseerde vergoeding een antipsychoticum (medicijn tegen psychoses) op mij worden getest. Met Op zoek naar de verloren tijd van Proust bij me, kreeg ik deel één niet uit. Na drie dagen stond ik al weer op straat.

Het begon er al mee dat ik op een zaal lag met drie mannen, van wie er één zo snurkte, dat ik niet sliep. Toen ik de volgende dag aan het personeel vroeg of ik ergens anders kon slapen, zei men dat het protocol dat niet toeliet. Ik kon wel oordopjes krijgen, maar die kreeg ik niet. Dus de tweede nacht sliep ik evenmin. Toen ik dreigde naar huis terug te gaan, als niets tegen het gesnurk werd gedaan, werd de ‘snurker’ naar een andere kamer verbannen.

De derde nacht sliep ik als een roos. Daarna kreeg ik kritiek, omdat ik in mijn blote borst in de zonovergoten tuin zat te lezen. Dat kon niet, vond het personeel. Ik verstopte me toen maar achter de rododendrons. Maar ook daar moest ik mijn borst bedekken.

Ik werd op het matje geroepen en kreeg van een onverbiddelijke arts, die uit Egypte kwam, te horen dat ik weg moest. Verbouwereerd stapte ik in mijn auto en reed via binnenweggetjes naar huis met de dagelijkse doses van het experimentele antipsychoticum nog in mijn lijf.

Ik was er verbaasd over dat ze mij zomaar zonder een medische controle naar neveneffecten lieten vertrekken. Drie weken later, dat moet gezegd, volgde die nakeuring alsnog. Want het instituut wil er zeker van zijn dat de proefpersonen de kliniek nét zo gezond verlaten als ze erin komen.

Thuis vertelde ik dat ik een beetje kritisch was geweest. Zo had ik geklaagd dat in de ommuurde tuin een koeling van de apotheek stond te loeien. Het was geen pretje daar te toeven. Bovendien had ik geklaagd over het feit dat de natuurstenen vloer van de hal in het door architect Egbert Reitsma ontworpen en in 1935 voltooide gebouw verstopt was onder een synthetische vloerbedekking.

Ook had ik gewezen op enkele strijdigheden in het onderzoeksprotocol. Nadat ik mijn vloeibaar medicijn had opgedronken kreeg ik van het personeel opdracht drie uur lang niet meer te drinken. Maar tijdens het eten dat nog geen uur later werd geserveerd, mocht ik wel weer drinken. Ook vreemd was dat de onderzoeksarts van mijn groep tijdens de testperiode ineens vertrok.

Het kan natuurlijk zijn dat ik door bijwerkingen van het experimentele antipsychoticum wat exuberant was geworden. Maar je laat iemand, na drie dagen getest te zijn, toch niet zomaar weggaan? Die onderzoek en ondervraag je juist. Dat gebeurde niet.

De meeste ‘vrijwilligers’ zijn wegens hun financiële vergoeding zeer meegaand en storten zich van het ene onderzoek in het andere. Hoewel er wel een minimumtijd van drie maanden tussen het ene en het volgende onderzoek moet zitten. Echter, er is géén maximum aan het aantal preparaten dat op één vrijwilliger getest mag worden. Bij proefdieren is dat beter geregeld. Die mogen van het ministerie van Landbouw slechts aan één proef meedoen.

Toen ik een klacht wilde indienen, kon dat alleen bij de directeur van de PRA-vestiging (onderdeel van het Amerikaanse PRA International met in totaal zo’n 3.300 werknemers). Bij het instituut blijkt er geen klachtenregeling en geen klachtencommissie, zoals wel verplicht is voor elke Nederlandse zorginstelling.

Het wordt naar mijn mening hoog tijd dat ook in Nederland instituten waar preparaten worden getest op vrijwilligers bij wet verplicht zou moeten worden om een autonome klachtencommissie te hebben.

Is het vreemd dat die zin van Proust over een paar wespen die in een steegje aan het botaniseren waren, me steeds maar bijblijft?