Lekker snel van je angsten af

De commerciële psycholoog rukt op en beconcurreert het Riagg. Als je er niet binnen de gestelde termijn genezen bent: pech. Dat is lekker snel en goedkoop. Verzekeraars blij.

Tijdens de dagelijkse vergadering over patiënten hebben bijna alle psychotherapeuten een geplastificeerde kaart voor zich liggen.

Daarop staat hoe lang een behandeling per soort depressie mag duren. Als een patiënt dan niet is genezen: pech. Dan is het bijna altijd einde oefening voor het commerciële hulpverleningsbedrijf PsyQ. En moet de patiënt naar het reguliere Riagg of een vergelijkbare instelling.

’s Ochtends bespreken ongeveer twintig behandelaars van de afdeling depressie bij de Haagse vestiging van PsyQ hun patiënten. Van hen is driekwart allochtoon, één is vrouw.

Eén patiënt verslechtert: ze denkt dat ze een kind van God is. Haar huis staat vol kaarsen en ze loopt ’s nachts uren in haar huis rond met haar kind op haar arm. Een behandelaar denkt dat ze misschien toch in de „schizohoek” zit. Teamleider Marco kijkt af en toe op zijn schema. Dan zegt hij: „Ik maak ervan: zorgpad manische depressie.” Dit mag maximaal twee maanden duren.

PsyQ is bezig aan een enorme opmars. Twee jaar geleden begonnen en nu al 21 vestigingen. In mei openden zelfs drie filialen tegelijk: Utrecht, Zaandam en Leiden. „Dit jaar gaan we sowieso naar Zeeland en Bergen op Zoom”, zegt directeur Mark Reitsma: „In anderhalf jaar zitten we op veertig à vijftig vestigingen.”

De organisatie heeft een imago van snelheid en helderheid. De behandeling begint twee of drie weken na aanmelding. Bij Riaggs lopen de wachttijden op tot een half jaar. PsyQ weet ook hoelang zijn behandelingen duren: veel korter dan bij de Riaggs. Want bij PsyQ ziet een patiënt vaak twee of drie keer per week iemand, in plaats van eens in de twee weken. Dat is voor klanten duidelijker en ze knappen sneller op. Patiënten vragen huisartsen vaker om behandeling bij PsyQ, meent Marc Blom, hoofd behandelzaken depressie in Den Haag.

Het imago van het Riagg is stoffig en slecht, zegt Blom. Hij komt zelf van een Riagg. „Als je op verjaardagsfeestjes vertelde dat je er werkte, kreeg je de reactie: en je kon zo goed leren!” Dit jaar kritiseerde voormalig adjunct-directeur van PsyQ, Eric Barends, de Riaggs fel. „Ze boeken magere resultaten, ze zijn bureaucratisch en de onderbouwing van hun behandelingen is boterzacht. Hun bedrijfsvoering is vaak slecht en ze zijn niet klantgericht.” Kortom: „Het is een grote blackbox.”

PsyQ wil winst maken met depressies, angst- en eetstoornissen, relatieproblemen, ADHD en, in de Haagse vestiging, elektroshocks. Het is een franchiseorganisatie: alles wordt in een hoofdkantoor bedacht en de filialen moeten dit uitvoeren. Behandelmethoden, duur van de therapie, prijs, reclame, logo en prestatie-indicatoren staan in protocollen.

Een therapie bij PsyQ is goedkoper, omdat het bedrijf stukken van de traditionele aanpak overslaat. De intake duurt één gesprek van een uur en klanten worden zelden psychologisch onderzocht. Blom: „Je hoeft niet steeds te graven in het verleden van patiënten. Dat verleden kunnen we niet meer veranderen; je moet ermee leren omgaan.” Een behandeling bij een Riagg duurt gemiddeld een jaar, schat hij. Bij PsyQ is de patiënt in de helft van de tijd klaar.

Die „programmatische aanpak” spreekt Bas Leerink van verzekeraar Menzis aan. „Bij depressies en angststoornissen is het belangrijk om snel te beginnen met behandelen om verergering te voorkomen.” En het scheelt Menzis kosten. Dat PsyQ populair is, heeft ook nadelen. Er melden zich veel types die volgens Leerink weinig mankeren.

Hoewel PsyQ nog weinig wetenschappelijk onderbouwd resultaat kan tonen, kreeg het van Menzis al het predicaat ‘voorkeursaanbieder’. „Bij de Riaggs zijn weinig prikkels om doelmatig te werken”, vindt Leerink. „Riagg staat voor: wachttijden, bureaucratie en andere ellende.”

Psychotherapeut Marie Louise Seelen van PsyQ: „Bij het Riagg doet iedereen alles. De kracht van PsyQ is specialisatie.” PsyQ verwacht dat de patiënt meewerkt en afspraken nakomt. PsyQ-psycholoog Maaike Maarsingh: „Het is goed dat er paal en perk wordt gesteld aan de lengte van de therapie. Patiënten weten hier hoelang het gaat duren. Als je jarenlang kan komen praten, waarom zou je je dan inspannen?” Haar collega Babette van Egmond: „We gaan niet eindeloos doortutten en aanmodderen.”

Dat is het probleem dat Riaggs hebben met PsyQ: als de behandeling mislukt, krijgen zíj de patiënten. „PsyQ doet de makkelijke patiënten en wij mogen de ellendige gevallen opknappen”, zegt Wouter van Ewijk, bestuursvoorzitter van GGZ-instituut Buitenamstel Geestgronden in Amsterdam. „Ik vind het een gebakkenluchtformule.”

Zijn collega in Apeldoorn is het daar niet mee eens. „Het is ook een beetje afgunst, en angst”, zegt bestuurder Kees Lemke van GGNet. „Je kunt niet met droge ogen beweren dat PsyQ het niet goed doet. Ik heb bewondering voor hen. Inhoudelijk verschilt het niet zoveel. Ze onderscheiden zich met service en snelheid.” PsyQ wilde vorig jaar een deel van GGNet overnemen, maar het bestuur wees het aanbod af. „We besloten onze aanpak zelf te verbeteren.”

Succes lokt nieuwe concurrentie uit. Indigo werd twee jaar geleden opgericht en richt zich op snellere en kortere therapieën – voor slapeloosheid, neerslachtigheid, overspannenheid en relatieproblemen. Vaak dezelfde dag kunnen klanten er terecht. Het bedrijf maakt zelfs reclame op billboards, lokale zenders en bussen met slogans als: ‘Als je lang down bent, doe er iets aan’. „Wij proberen te voorkomen dat je voor lichte gevallen direct in het psychiatrische circuit komt”, zegt directeur Ruud Coenen. Zijn hulp is daarom voor verzekeraars goedkoper.

PsyQ-directeur Mark Reitsma maakt geen reclame, want de patiëntenstroom groeit vanzelf: vorig jaar een verdubbeling naar 10.000. „We gaan die slag redelijk makkelijk winnen.” Tegen die tijd maakt hij voor het eerst winst, verwacht Reitsma. Nu is zijn marktaandeel 4 procent, dan 20 procent. Daarna groeit PsyQ minder, omdat hij anders mededingingsautoriteit NMa op bezoek krijgt voor te grote marktmacht, denkt Reitsma. „Dan ga ik met de formule naar het buitenland. Ik oriënteer me al in België en Duitsland.”