‘In Bulgarije zijn ook eerlijke politiemensen’

Een deel van het Bulgaarse justitieel apparaat is na de val van het communisme ‘aan de andere kant’ beland. Minister van Justitie Tatsjeva vraagt om begrip.

Miglena Tatsjeva gebruikt veelvuldig woorden als ‘transparantie’, ‘mechanismen’ en ‘efficiëntie’ – woorden die de Europese Commissie hanteert als ze de Bulgaren in het zoveelste kritische rapport aanspoort om hun justitiële apparaat te verbeteren. De Bulgaarse minister van Justitie kent het jargon.

Tatsjeva, voormalig rechter, werd vorige zomer als hervormer binnengehaald door de Bulgaarse premier Stanisjev. Ze verhult de problemen niet binnen het rechtssysteem van haar land. Onlangs bezocht ze Den Haag, vlak voor de publicatie aanstaande woensdag van een belangrijk rapport van de Europese Commissie over Bulgarije .

„Ik zeg niet dat het hele systeem banden heeft met de georganiseerde misdaad – dat zou oneerlijk zijn tegenover vele volstrekt integere, hardwerkende politiemensen”, zegt Tatsjeva naar aanleiding van een recente zaak waarbij aan het licht kwam dat politieambtenaren informatie hadden gelekt naar de maffia. In april moest Tatsjeva’s collega Roemen Petkov (Binnenlandse Zaken) aftreden; hij had de betrokken ambtenaren in dienst genomen.

Over de relaties tussen overheid en maffia in Bulgarije zegt Tatsjeva: „Na de democratische veranderingen in de jaren negentig hebben veel ambtenaren van dit ministerie [van Binnenlandse Zaken] werk gevonden ‘aan de andere kant’. Ik bedoel niet dat ze allemaal het criminele pad opgingen, maar sommigen begonnen bijvoorbeeld bewakingsdiensten – een bedrijfstak met uiteenlopende connotaties.”

Ook de aanhoudende problemen binnen het Bulgaarse Openbaar Ministerie noemt Tatsjeva. Al jaren klaagt de Europese Commissie dat het de Bulgaren maar niet lukt om maffiabazen en corrupte politici achter de tralies te krijgen. In het voortgangsrapport van vorig jaar nog merkte Brussel op dat er „geen enkele” veroordeling had plaatsgevonden na de vele afrekeningen in het criminele circuit.

Tatsjeva wijt het kleine aantal veroordelingen van criminelen en corrupte politici vooral aan het gebrek aan de kwaliteit van onderzoek van het Bulgaarse OM. „Een gemiddelde aanklager in een grote stad heeft twee- tot vierhonderd zaken tegelijk op zijn bureau liggen” zegt ze. „Het is logisch dat er dan geen onderzoek van hoge kwaliteit kan worden uitgevoerd. Daarom is er vaak onvoldoende bewijs beschikbaar voor rechters om mensen te kunnen veroordelen.”

Toch verwacht Tatsjeva niet alleen slechte cijfers in het Commissie-rapport van aanstaande woensdag. Ze wijst op belangrijke hervormingen in de top van het justitieapparaat. De Hoge Justitiële Raad (HJR), een overkoepelend orgaan van rechters, onderzoekers én aanklagers, gold tot voor kort als een bolwerk van geslotenheid en vriendjespolitiek. De Raad regelde zijn eigen benoemingen en bepaalde in wekelijkse vergaderingen welke zaken wel en niet werden vervolgd. „Sinds oktober is de Raad een onafhankelijk orgaan, waarin geen zittende magistraten meer plaatsnemen. De Raad kan nu eventueel disciplinaire maatregelen nemen tegen mensen binnen het justitiële apparaat die niet zuiver op de graat zijn.” 

Een nieuw Inspectoraat binnen de HJR onderzoekt misstanden binnen de magistratuur. „Steeds meer burgers melden hun klachten bij het Inspectoraat. Daaruit blijkt dat ze vertrouwen hebben in het systeem”, zegt Tatsjeva.

Blijkt uit dit soort zeer recente hervormingen – van na de EU-toetreding in januari 2007 – juist niet dat Bulgarije nog helemaal niet klaar was om lid te worden? Tatsjeva zegt begrip te hebben voor de vraag. „Natuurlijk hebben we nog geen perfectie bereikt en moeten we nog het nodige doen om corruptie en misdaad beter te bestrijden. Maar het EU-lidmaatschap gaat ook om het delen van ervaringen tussen lidstaten.”

Juist Nederland kan een belangrijke rol vervullen om Bulgarije verder op weg te helpen, meent de Bulgaarse minister. Nederlandse experts hebben de afgelopen jaren veel training en advies gegeven. Ook verwijst ze naar een gepland gezamenlijk opsporingsteam van de Nederlandse en Bulgaarse Openbaar Ministeries.