Ik zal zeggen: volg me

Arnon Grunberg werkt undercover als cateraar bij het Zwitserse spoor en doet verslag. Aflevering 6 van een serie.

Al op dag twee begin je de stamgasten van de restauratiewagen te herkennen. Twee heren die op het traject Zürich-Winterthur twee koffie en vier croissants nuttigen. In Winterthur stapt de ene heer uit, waarna de andere doorrijdt tot St. Gallen.

Een heer in pak die tot Wil meerijdt en een espresso nuttigt met een volkorencroissant. „Ze zijn zo blij”, zegt mijn collega Li, „dat ze niets hoeven te bestellen, dat wij weten wat ze willen hebben.”

Zo’n twintig keer per maand doorkruist Li Zwitserland. Aan het tijdstip waarop we een tunnel passeren, kan ze zien of we vertraging hebben.

Omdat de restauratiewagen maar één keer per dag wordt bevoorraad, moeten we woekeren met de voorraden.

„We hebben nog drie croissants”, roept Li.

Soms komen croissants terug van de tafels. Zo ook vandaag. Al is er wel een hapje uit genomen.

Li masseert met haar wijsvinger het gat.

„Als mensen echt een croissant willen, kunnen we deze ook nog verkopen”, zegt ze.

In Fribourg stapt een dame in van eind veertig, begin vijftig. Ze gaat aan een tafel voor vier personen zitten, doet haar vest uit, daaronder draagt ze een wit hemdje, en bestelt in het Frans Cola light.

„Dat hebben we niet”, zeg ik. „We hebben alleen Cola zero.”

Ik serveer haar een Cola zero.

Ik zie dat ze haar schoenen heeft uitgetrokken. Een paar met behoorlijk hoge hakken.

Uit haar tas pakt ze pleisters.

Ik ga aan het andere eind van de restauratiewagen zitten, aan tafel 1. De dame bewerkt haar voeten met pleisters, af en toe kijkt ze me aan.

Iets voor Lausanne komt een stel naast de dame zitten.

Er ontwikkelt zich een gesprek.

De dame zegt: „Ik haat Fribourg. Ik woon daar met mijn man”, met een passie die me voor haar inneemt.

Voor ik aan dit werk begon, stelde ik me voor dat ik op een gegeven moment tegen een gast zou zeggen: „Volg mij.”

Ik zou naar het toilet lopen. Van de eerste klas uiteraard, dat is in de regel schoner.

De dame begint zich op te maken. Het raam gebruikt ze als spiegel. In Genève stapt ze uit. Ik vermoed dat ze een minnaar gaat bezoeken.

Op haar tafel liggen de restanten van pleisters.

Als ik haar weer tegenkom, zal ik me niet inhouden. Ik zal zeggen: „Volg me.” En zonder aarzelen naar het toilet van de eerste klas lopen.