Hoge olieprijs kan hardnekkig zijn

Een zware week voor olieprijsdeskundigen. Maandag, toen de olieprijs op 147 dollar per vat stond, filosofeerden ze nog over een mogelijk record van 200 dollar per vat. Gisteren was de prijs met 12 procent gedaald naar 130 dollar per vat en luidde de vraag of deze zeepbel eens en voor altijd was gebarsten.

Dat zal vroeg of laat zeker gebeuren. Als het aanbod duurzaam hoger is dan de vraag, zullen financiële omstandigheden niet langer bepalend zijn voor de prijs, omdat de sleutelfactor dan niet meer het beschikbare geld is voor de aankoop van de schaarse olie. De prijs zal terugvallen naar het niveau van de productiekosten. Dat ligt waarschijnlijk dichter bij de 50 dan bij de 150 dollar per vat.

Het zou nu kunnen gebeuren. De vraag wordt omlaag getrokken door de verdubbeling van de prijs het afgelopen jaar en door de groeivertraging in de meeste rijke landen. Het Internationale Energie Agentschap (IEA) heeft zijn verwachting over de groei van de olievraag in 2008 met de helft teruggebracht, naar 0,9 procent.

Er zijn ook positieve signalen aan de aanbodzijde. De grootste olieproducent, Saoedi-Arabië, heeft onlangs de productie verhoogd. Belastingverlagingen bij de op één na grootste producent, Rusland, maken het waarschijnlijker dat daar de productie binnenkort ook wordt uitgebreid.

Maar de financiële omstandigheden veranderen sneller dan de productie of de consumptie, dus daar moet je zoeken naar een verklaring voor de snelle omslag. Een alarmerend hoge inflatie heeft de renteverwachtingen in het Westen omhoog gestuwd en de Chinese autoriteiten ertoe aangezet de kredietverstrekking in te tomen. Het gevolg is dat er minder geld is voor de koop van olie.

Als de recente daling vooral financieel van aard is, kon zij zichzelf ook wel eens een halt gaan toeroepen. Een pauze in de opmars van de olieprijs – nu 50 procent hoger dan in februari – zou de inflatievrees doen afnemen, waardoor de monetaire autoriteiten hun aandacht kunnen verleggen naar het aanwakkeren van de groei. Na verloop van tijd zou dat de consumenten weer meer geld in handen geven, zodat ze weer meer voor olie kunnen betalen.

Maar consumenten zouden ook wel eens gewend kunnen raken aan de dure olie. Het vooruitzicht van een stabielere olieprijs zou de de recent dalende vraag kunnen stoppen of zelfs in het tegendeel doen omslaan. Maar zelfs als de snelle olieprijsstijging voorgoed tot het verleden behoort, is een scherpe daling niet gegarandeerd. Zeepbellen die barsten, verdwijnen in één keer. De oliebel kon wel eens veel hardnekkiger blijken.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaren uit Londen:www.breakingviews.com