Halsema bemoeit zich weinig met toekomst partij

Al sinds de verkiezingen discussieert GroenLinks over de koers van de partij. De toon moet harder, vindt een deel van de leden. „We zijn geen Sinterklaaspartij, we moeten offers vragen.”

GroenLinks plant stiekem bloemetjes. Guerilla gardening heet dit uit Amerika overgewaaide fenomeen. Gewapend met schepjes, zaadjes en stekjes trekken partijleden sinds het voorjaar door de straten, toveren verwaarloosde gemeenteplantsoenen om tot bloemperkjes. Een beetje ondeugend is dat wel, het gebeurt zonder toestemming.

Zo vraagt GroenLinks aandacht voor het milieu: ludiek, niet betuttelend. En zo ziet partijleider Femke Halsema het graag. Ze wil dat GroenLinks ondogmatisch is en een tikje anarchistisch.

Maar onder de 23.000 partijleden zijn er ook die vinden dat de toon wel wat harder mag. Sinds de verkiezingen van 2006 is er twijfel; al een jaar lang wordt er intensief over de koers gediscussieerd.

De partij werd in 1990 opgericht om vier linkse splinterpartijen te bundelen tot een brede volksbeweging links van de PvdA, maar de doorbraak bleef uit. Na Paul Rosenmöller, die de partij van vijf naar elf zetels bracht, zette de krimp in, tot zeven zetels nu. Na drie verkiezingsnederlagen op rij staat GroenLinks in de opiniepeilingen weer op winst, maar kan ze die bij de volgende verkiezingen ook verzilveren?

Met een scheef oog kijken de leden naar de SP, die in 2006 wél uitgroeide tot brede linkse volksbeweging, met 25 Kamerzetels. Niet het gedachtengoed maakt jaloers – GroenLinksers typeren dat als ‘behoudzuchtig’ of als ‘biefstuksocialisme’. Maar wel de simpele taal van SP-politici, de herkenbare tomaatrode huisstijl en de zichtbaarheid op straat.

Aan GroenLinks kleeft daarentegen het imago van een partij van stadse intellectuelen en linkse technocraten. „We moeten idealistisch blijven, maar minder genuanceerd zijn”, zegt Bircan Bozbey, fractievoorzitter van GroenLinks in Den Haag. Het kan veel volkser, vindt zij.

Ook over het eigen beginselprogramma, uit 1992, barstte discussie los: was dat niet aan een opfrisbeurt toe? Hoewel beginselen: „dat klinkt zo dogmatisch”, vindt partijvoorzitter Henk Nijhof. Uitgangspunten, dat is beter. Die luiden: ecologische duurzaamheid, culturele openheid, sociale rechtvaardigheid en internationale solidariteit. Hoewel „de terminologie wat stoffig is”, erkent Nijhof, bleek er na een rondgang door de partij weinig animo ze drastisch te herschrijven.

Dus houdt GroenLinks het op een ‘visiestuk’ waarin de idealen zijn uitgewerkt tot ‘decenniumdoelen’. Bijvoorbeeld: GroenLinks zet zich de komende tien jaar binnen Europa in om het landbouwbeleid en de handelspolitiek te hervormen, zodat ontwikkelingslanden een betere positie krijgen .

Volgens oud-Kamerlid Bram van Ojik, die het interne debat leidde, was het vooral de bedoeling een betere verbinding te leggen tussen het groene en het linkse ideaal. „Nu de voedsel- en brandstofprijzen omhoog gaan, denken mensen nog dat dit een tijdelijk probleem is. Maar de schaarste blijft, het is een mondiaal verdelingsvraagstuk.”

De afgelopen maanden organiseerden Van Ojik en een 45-koppige commissie overal in het land debatjes. In Utrecht bijvoorbeeld, waar op 18 juni een politiek café is georganiseerd. Vijftien man tussen veel lege stoelen, maar toch een geanimeerd debat. Tsjalling Swierstra, hoofddocent ethiek aan de Universiteit Twente, is gastspreker. Hij bepleit de terugkeer van het moralisme. „GroenLinks is bang voor betutteling”, zegt hij. „Zelfs als het over milieu gaat, houden we ons in. Maar een partij moet een visie hebben en die van de daken schreeuwen. We zijn geen Sinterklaaspartij die alleen leuke dingen doet voor mensen, we moeten offers vragen.”

Die boodschap klinkt niet door in de achttien pagina’s tellende toekomstvisie. Daarin is geen sprake van offers of de broekriem aanhalen, wel treft de lezer woorden aan als ‘fijn’, ‘prettig’ en ‘ontspannen’.

Bart Snels, directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, vond het geen eenvoudige opgave, dit ‘visiestuk’. Hij was lid van de kerngroep die het schreef. Zijn bureau aan de Utrechtse Oudegracht ligt vol boeken en papier: verslagen van alle debatten in het land. Ontdek daar maar eens een rode draad in.

Toch is die er wel, zegt Snels. „GroenLinks is volwassen geworden. Vroeger waren we per definitie tegen militair ingrijpen, waren we naïef ten aanzien van de multiculturele samenleving. We dachten dat het allemaal vanzelf wel goed zou komen.” Maar nergens in het visiestuk staan kant-en-klare oplossingen. Het is ook geen verkiezingsprogramma, benadrukken betrokkenen. Wel geeft het stuk de partijtop alle ruimte om in een toekomstig kabinet aan te schuiven. Iets wat Halsema graag zou willen. „GroenLinks is een ideeënpartij die op zoek is naar macht”, zei ze in 2006.

Met het oog daarop bracht zij ook nieuw realisme in het denken over de verzorgingsstaat. Uitkeringen houden mensen gevangen, verkondigde ze. Werk en andere vormen van participatie moesten voortaan voorop staan. Ontslagrecht en WW waren geen heilige huisjes.

Dat zorgde voor beroering, zeker toen de jongerenorganisatie van de VVD Halsema tot ‘liberaal van het jaar’ uitriep. De restanten van ‘oud links’ roerden zich intern, maar de meerderheid van de leden steunde haar.

Bij de formatie van 2006 leek Halsema evenwel te vluchten voor de macht: na een kort onderhoud met informateur Hoekstra stond ze alweer op de stoep. Ze had hem aangeraden de SP te benaderen. „Een kabinet van drie verliezers ligt niet voor de hand”, zei ze. Achteraf legde ze uit: zolang de ChristenUnie ook op het toneel was, had zij geen onderhandelingspositie. Had de PvdA die partij de deur gewezen, dan was ze onmiddellijk paraat geweest.

Met de toekomstvisie van haar partij heeft Halsema zich nauwelijks bemoeid. Kamerwerk gaat voor, evenals haar nieuwe boek. Dat wordt een cultuurkritiek op de moderne samenleving, waarbij ze haar eigen jachtige gedrag en ‘jurkjesverslaving’ als voorbeeld neemt. Ze is niet bang dat ook dit boek voor onrust zal zorgen: het is slechts „een andere aanvliegroute” op de GroenLinkse idealen.

Leidt Halsema de partij ook bij de volgende verkiezingen? Voor een vierde termijn moet ze eigenlijk dispensatie aanvragen, want GroenLinks houdt niet van plucheklevers. Er zoemen al namen rond van opvolgers, zoals senator Tof Thissen en Europarlementariër Kathalijne Buitenweg.

Ze wil er niets over kwijt. „Wanneer je begint met speculeren, ben je eigenlijk al partijleider af.”

m.m.v. Floor Boon