Geld laat je zien

Deze zomer beschrijven onze correspondenten de verhouding van hun land met geld

De Braziliaanse zanger Chico Buarque de Hollanda heeft een mooi liedje over de malandro, een typische figuur uit de Braziliaanse cultuur. Een ritselaar, een inventieve oplichter, een bohémien, die van het goede leven houdt en als het even kan snel rijk wil worden. En iemand die stiekem ook wel een beetje wordt bewonderd.

Buarques malandro is de man die aanschuift in het café en een cachaça, een populair suikerrietdistillaat met ruim 50 procent alcohol, bestelt. Even later stapt hij weer op, zonder te betalen, op weg naar het volgende café.

Maar de malandro is ook de bediende in het café die het verlies van de onbetaalde cachaça indekt door de kas van zijn Portugese baas ongemerkt wat lichter te maken. Dus wat doet de Portugese eigenaar? Die rommelt wat met cijfers in zijn administratie, waardoor de verantwoordelijkheid voor zijn tekort weer wordt doorgeschoven naar de distributeur. Uiteindelijk zit de producent van cachaça met een probleem en stopt met het afbetalen van zijn leningen aan de bank.

De malandro van Chico Buarque ging weliswaar gekleed in een klassiek wit linnen pak en met Panama hoed op het hoofd, maar hij is van alle tijden. Je kunt hem anno 2008 tegenkomen in shorts en slippers, maar ook in krijtstreeppak, in de bank, het parlement of in de buurtkroeg.

Zoals in bijvoorbeeld het barretje van Barbara in Queimados, een gemeente in de deelstaat Rio de Janeiro. Alles in de wijk, waar dat café is gevestigd, ligt en draait om het barretje van Barbara. Iedereen komt er voetbal kijken, een biertje drinken, een kippasteitje eten, vaak op de pof. En maandelijks is het barretje ook het slachtoffer van het zogenoemde malandragem gedrag, zo vertelt de 36-jarige Bia Alves, die vlakbij woont. „Tegen het einde van de maand zie je veel klanten met een grote boog om het barretje heenlopen, zodat ze de rekening niet hoeven te betalen”, zegt Alves met een ondeugende glimlach.

Ondanks de voorkomende praktijk van malandragem heeft Brazilië de afgelopen vijftien jaar een heuse ommekeer gemaakt. De economie groeit, de valuta en inflatie zijn stabiel. Vijftien jaar geleden kende de natie een inflatie van meer dan 2000 procent, maar nu hebben buitenlandse investeerders Brazilië bestempeld tot een van de topbestemmingen voor hun geld.

Niettemin is het ook een land dat nog steeds een ongekende inkomensongelijkheid kent. In Brazilië kun je grofweg spreken van vier sociaal-economische groepen: de extreem armen, de armen (met een beetje koopkracht), de middenklasse en een kleine groep, een elite van ultrarijken. Bia Alves, een werkster, behoort met een inkomen van zo’n 360 euro per maand tot de tweede groep, de armen.

Geld heb je in Brazilië om uit te geven. Zonder schroom praat je over je inkomsten en uitgaven. En wie geld heeft, laat dat graag en schaamteloos zien. Zelfs als je weinig hebt. Alves zegt: „Als je portemonnee gevuld is, geef je een rondje in de kroeg, dan wil je je vrienden tonen dat het goed met je gaat.”

Hoe er geconsumeerd wordt, laten vooral de armen en de middenklasse zien. Want de extreem armen consumeren eigenlijk niet, terwijl het uitgavenpatroon van de superrijken bijna buitenissig is. Op krediet kopen is nu het mantra van de Braziliaanse koper. Nieuwe borsten bij de plastische chirurg, tomaten in de supermarkt, telefoons, televisies, auto’s, vakanties; het is allemaal te krijgen op afbetaling, met looptijden van soms vijf jaar.

Moet er dan niet gespaard worden? Ach waarom, zegt vooral de jonge generatie. De real, zoals de nationale munt heet, moet je laten rollen, net zoals de Amerikanen dat zo goed kunnen met de dollar. Het liefst ook in een grote shopping mall.

Sparen is nooit echt een favoriete bezigheid geweest van de gemiddelde Braziliaan, maar om andere redenen. Begin jaren negentig, het tijdperk van de hyperinflatie, daalde de waarde van het geld zo hard, dat niemand wist waar hij of zij aan toe was. Wat je had, gaf je uit: de volgende dag zou de waarde wel eens verpulverd kunnen zijn.

De doorsnee Braziliaan moest een overlevingskunstenaar zijn om overeind te blijven. Vraag het aan Bia Alves; zij zal die tijd nooit vergeten. Nachten achtereen werd Alves, nadat zij met honger naar bed was gegaan, wakker, angstig, haar zwarte lichaam glinsterend van het transpiratievocht. Steeds weer van diezelfde droom. De keukenkastjes waren dicht. Maar wat zat er in de kastjes? In haar droom opende ze gehaast de deurtjes. Er gaapte een groot gat, een lege ruimte. Geen zwarte bonen, geen rijst, geen pasta. Helemaal leeg.

Uit bijgeloof dwong Alves’ vader haar om de droom aan een muur in het huis te vertellen. Zodat die zou verdwijnen. De muur luisterde niet, de droom keerde nog vaak terug.

Dezer dagen kijkt Alves eveneens likkebaardend naar alles wat er op krediet te krijgen is. Plotseling zijn bepaalde producten niet meer onbereikbaar, zoals de grote flatscreen van Sony die ze wilde kopen. Wat bleek echter: haar naam was ‘vervuild’, omdat ze een keertje ergens anders niet had afbetaald. Alves begreep het niet, totdat haar neefje, een malandro in de maak, kwam biechten. Hij had op haar naam op afbetaling een mobiele telefoon gekocht, en inderdaad, de schuld niet afgelost.