Feministen gevoel voor humor? Germaine Greer niet

Germaine Greer, boegbeeld van het feminisme, kan niet lachen om een komedie waarin een feministe figureert die wel erg op haar lijkt. De schrijfster, zegt ze, is een reactionair.

In Londen borrelde dezer dagen een oude vraag op. Missen feministen elk gevoel voor humor, zoals critici – vooral mannen – wel hebben beweerd?

Aanleiding was de giftige reactie van Germaine Greer, het Australische boegbeeld van het moderne feminisme, op The Female of the Species van Joanna Murray-Smith. In de komedie, deze week in Londen in première gegaan, voert de schrijfster een personage op dat verdacht veel lijkt op Greer.

Zonder het stuk te hebben gezien of de tekst te hebben willen lezen fulmineerde Greer tegenover Britse kranten dat Murray-Smith „een krankzinnige reactionair” is. Ze begreep niet waarom een Londens theater zo’n stuk brengt. Meer iets voor Auckland, Nieuw-Zeeland, vond ze.

Waarom reageert Greer, die zelf anderen graag de maat neemt, zo gepikeerd wanneer iemand anders dat eens op lichtvoetige wijze met haar doet? Zo reactionair is Murray-Smith immers niet, al stelt ze kritische vragen over de (schijn)zekerheden van feministen als Greer over seks, de rol van de vrouw (en de man) in de samenleving.

Dat het stuk een gevoelige snaar raakte bij Greer is begrijpelijk. Murray-Smith heeft haar werk opgehangen aan een pijnlijke belevenis uit Greers leven. Acht jaar geleden drong een psychisch gestoorde studente Greers woning in de buurt van Londen binnen en knevelde haar. Het incident liep zonder bloedvergieten af, maar keert nu in aangepaste vorm terug op het toneel. Murray-Smith ontkent dat ze, afgezien van de scène met de studente, Greer als model heeft gebruikt. Die bewering nemen weinigen serieus, zeker Greer niet.

Murray-Smith voert Margot Mason op, een feministe die 35 jaar eerder beroemd werd met The Cerebral Vagina. Maar de inspiratie voor een nieuw boek blijft uit. Moet ze het Utopian Fallopian (utopische eileider) dopen? Dan loopt de getraumatiseerde studente Molly haar woning in. Haar moeder heeft haar, geïnspireerd door Masons werk, als baby in de steek gelaten en zich later, een exemplaar van The Cerebral Vagina in de hand, voor de trein geworpen.

Molly eist excuses. Wanneer Mason, fraai gespeeld door Eileen Atkins, haar hooghartig de deur wijst, trekt Molly een pistool en ketent Mason aan de tafel vast. Minachtend roept ze de bange feministe toe: „Kijk naar jezelf, jij hypocriet, je teert op je boekdealtjes, je poseert naakt om te tonen wat een oude hippe vogel je bent, je zaagt maar door over mensenrechten. Kijk naar jezelf. Wat kan jou nou echt iets schelen?” Beledigd roept Mason dat ze zich druk maakt over van alles, feitelijk het welzijn van de ganse mensheid.

Wat even een drama lijkt te worden, ontpopt zich als een komedie met een grimmige ondertoon. Margots dolgedraaide dochter Tess duikt op, die nooit aan de verwachtingen van haar moeder heeft kunnen voldoen. Ze is getrouwd met een burgerlijke zakenman en seksueel volkomen gefrustreerd. „Ik wil een man die roept: kleed je uit, ik neem je van achteren”, gilt ze pathetisch.

Tot wanhoop van haar moeder kiest ze zonder aarzelen partij voor Molly. En hetzelfde geldt voor Bryan, Tess’ echtgenoot, eveneens veelvuldig bespot door Margot. „Wat zijn dat?”, informeert Bryan onnozel bij Margot. „Dat zijn handboeien, Bryan. Wat? Tess nooit aan het bed vastgeketend”, ketst ze ironisch terug.

Elk op hun eigen onbeholpen wijze confronteren de anderen de geketende Mason met existentiële vragen over de rol van de vrouw en de man en meer in het bijzonder haar eigen tekortkomingen. Ze wordt ten slotte ontmaskerd als iemand die op de belangrijke levensvragen geen antwoord weet.

Murray-Smith onthoudt zich van goedkoop moralisme. Het stuk houdt vaart door de geestige dialogen en het uitstekende spel van alle acteurs. Tot genoegen van de zaal. Heren én dames barstten regelmatig in lachen uit.