Eind 2009 invoering databank kinderen

Eind 2009 kan personeel van de jeugdgezondheidszorg in het hele land gegevens van kinderen elektronisch met elkaar uitwisselen. Het gaat om medische en psychosociale informatie van kinderen tot 19 jaar. Dat heeft minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) de Tweede Kamer gisteren in een brief laten weten.

Nu slaan medewerkers van de jeugdgezondheidszorg, waaronder consultatiebureau- en schoolartsen, informatie van kinderen nog vaak op in papieren dossiers. En als er al in gemeenten digitale dossiers bestaan, zijn die nog niet landelijk uit te wisselen. Daardoor gaat informatie verloren bij verhuizing van kinderen naar een andere regio, of bij de overdracht van gegevens van consultatiebureaus (tot vier jaar) aan schoolartsen.

Het Elektronisch Kind Dossier (EKD) moet voorkomen dat kinderen met problemen uit beeld van zorgverleners raken. Het is de taak van de jeugdgezondheidszorg om de ontwikkeling van kinderen te volgen vanaf de geboorte.

Rouvoet schrijft dat hij met zijn planning het voornemen uit het regeerakkoord om uiterlijk in 2009 een Elektronisch Kind Dossier in te voeren, net kan halen. Hij houdt wel een slag om de arm, omdat hij afhankelijk is van de medewerking van meerdere partijen. Daarom laat hij een risico-inventarisatie verrichten om te achterhalen wat zijn tijdschema in de war kan brengen.

Eerder liep de minister averij op door het mislukken van de aanbestedingsprocedure voor een landelijk Elektronisch Kind Dossier. Gunningen aan uitvoerende ICT-bedrijven werden tot tweemaal toe door de verliezende partij met succes bij de rechter aangevochten. Rouvoet besloot daarop dat de digitalisering van het kinddossier dan maar lokaal moest plaatsvinden. De lokale dossiers moeten op een later moment aan een landelijk netwerk worden gekoppeld.

Rouvoet bestudeert nog of het Elektronisch Kind Dossier ook voor scholen of maatschappelijk werkers toegankelijk moet worden. Een Kamermeerderheid dringt daarop aan.