Eerdere successen zijn belangrijker dan spierkracht

De rangorde van een aap in de groep wordt sterker bepaald door de eerdere successen bij het vechten, dan door zijn of haar fysieke overwicht. Dat stellen theoretisch biologen van de Universiteit Groningen en antropologen van de Universiteit van Zürich, na computersimulaties en literatuuronderzoek naar de dominantieverhoudingen bij 47 groepen apen (PLoS one, juli).

De onderzoekers hadden de zelforganisatie van groepen apen op de computer gesimuleerd, om na te gaan hoe belangrijk het zogeheten winner-loser effect is. Dit effect houdt in dat de kans om na een succes een gevecht opnieuw te winnen is verhoogd, evenals de kans om na verlies opnieuw te verliezen.

Uit dit simulatiemodel rolde dat naarmate een agressieve groep apen procentueel meer mannetjes telt, de vrouwtjes dominanter zijn. Dit komt doordat mannetjes dan vaker een even sterk ander mannetje ontmoeten, en dus een grotere kans hebben om zwaar te verliezen, wat hun dominantie dan meteen ook sterk verlaagt.

De top van de rangorde wordt uiteindelijk nog steeds bezet door de meest dominante mannetjes, maar vlak daaronder zitten een aantal vrouwtjes die domineren over de rest van de mannetjes. In groepen met een lage agressiviteit, bleken alle vrouwtjes onder de mannetjes te blijven staan, onafhankelijk van het aandeel mannetjes. In zulke groepen bleek er ook een minder duidelijke hiërarchie.

De uitkomsten kwamen opmerkelijk overeen met de experimentele gegevens van 47 apengroepen van 22 soorten, die de Groningse biologen in de literatuur vonden.

De rhesusapen (Macaca mulatta) bijvoorbeeld, zijn agressief. Daar bleken de vrouwtjes inderdaad dominanter dan in de tolerantere makakensoorten zoals Macaca arctoides. En zo bleken vrouwtjes in de agressieve rhesusapen inderdaad ook dominanter, naarmate een groep meer mannetjes telde.

De onderzoekers doen overigens geen uitspraken over mensen.

Marianne Heselmans