Burgers op de stoep

Een jaar geleden werd zichtbaar dat er iets grondig mis was. In de zomer van 2007 bezweken twee hedgefondsen van de Amerikaanse bank Bear Stearns. Maart dit jaar ging Bear Stearns zelf ook ten onder. Wegkijken was niet meer mogelijk. Wat in 2007 nog werd gebagatelliseerd als een ‘correctie’ op een huizenhausse, is nu een kredietcrisis. Volgens Het Financieele Dagblad zijn de banken wereldwijd afgelopen jaar zo één biljoen euro minder waard geworden.

Daarbij blijft het niet. De crisis raakt intussen ook de reële economie van moeren en bouten. Zelfs burgers, die dachten daaraan part noch deel te hebben, worden geraakt. Dat pensioenfonds ABP dit jaar al 5 procent van zijn vermogen is kwijtgeraakt, is tekenend en heeft politieke consequenties.

De banken zelf voelen zich intussen medeschuldig aan de chaos. Maar of het einde in zicht is, weet niemand. Mede door een licht gedaalde olieprijs zijn de beurzen wat opgeveerd. Het Internationaal Monetair Fonds ziet licht gloren. Maar de centrale bankiers van VS en eurozone waarschuwen juist voor stagnatie en inflatie. De Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling is eveneens somber. In Noord-Amerika, Japan en Europa is de groei eruit. Ook Duitsland schakelt terug. En de uitbundige economieën van Brazilië, India, Rusland en zelfs China vlakken een beetje af.

Vooral de combinatie van stagnatie en inflatie baart zorgen. Centrale banken kunnen dit niet simpel bestrijden. Zo stimuleert renteverlaging niet alleen het investeringsklimaat, maar ook de geldontwaarding. Stagflatie ondermijnt dus twee dingen: de welvaart én het vertrouwen van de burgers.

Dit gevaar moet worden afgewend. Ook in Europa. De crisis mag in de VS, door het onverantwoorde begrotingsbeleid, dan dieper gaan, herstel vergt ook in Europa meer aanpassingen dan een zuiniger begrotingsbeleid en beter toezicht op de financiële markten. De euro is op dit moment een zegen. Maar de basis komt ook aan de orde. Dat Duitsland het, anders dan andere industriestaten, minder zwaar te verduren heeft, illustreert dat de klassieke ingenieurseconomie toekomst heeft. Maar het herstel van Standort Deutschland (of Nokia Finland) leert tevens dat dit tijd kost.

Politiek gezien is die tijd echter allerminst eindeloos. Hoe langer het vertrouwen wordt geschonden, des te grimmiger burgers immers plegen te worden. De bestorming van effectenbeurzen in Pakistan mag zijn afgedaan als lokale woede, de rijen voor dichte banken in de VS ogen wel serieuzer. Als de Amerikaanse overheid niet was bijgesprongen en de spaarders hun geld dus wel kwijt waren geweest, waren de spaarders op de stoep wellicht niet braaf naar huis gegaan.

Er wordt gezegd dat het in Europa zover niet zal komen. Rust is inderdaad geboden. Opwinding is contraproductief. Maar realiteitszin is ook nuttig. In Europa draait de meningsvorming nu vooral om thema’s als Ierland, Mediterrane Unie en Olympische Spelen. Die zijn belangrijk. Maar het politieke discours zou net wat meer over de kredietcrisis mogen gaan. Wachten tot de recessie zich daadwerkelijk aandient, is onverstandig. Niet alleen ter wille van de welvaart maar ook omwille van de democratische verhoudingen.