Bocholt – Anholt

Vier beschonken jongens hangen, blikjes bier in de hand, over de leuning van de dorpsbrug over de Bocholter Aa. Ze laten zich vertederen door drie jonge eendjes. Dat vertedert mij weer.

De stroom wiegelt in de ochtendzon die ook het fiets- en wandelwegje erlangs beschijnt. Een meneer belt en remt af: „Guten Morgen, zusammen’’.

Het is, na de regen van gisteren die het rode grind hier stevig aanstampte, nu zomers met een kleine frisse wind. De hemel ziet blauw en is bezaaid met dikke witte kussens – daar loungen engelen op, stel ik me zo voor.

De huizen houden op, ze maken plaats voor akkers met tarwe en akkers met maïs die doorschemeren achter hoge hagen van els en meidoorn. Essen gooien schaduwen in de strijd en scholeksters scharrelen over de keien langs de oevers. De Aa (de rivier van de kruiswoordpuzzels, samen met de Ee) is inmiddels flauwe bochten aan het maken.

Oeverzwaluwen flitsen over het water en pikken in volle vlucht lekkere hapjes op. Een stuk of wat rusten er uit op hoge grashalmen, ze schrikken nergens van, ook niet van mensen die naar hen kijken, ze blijven zitten. Dons danst op hun bolle witte borstpartijen.

We verlaten voor even de rivier. Een hek zet een deel van het pad af, er zal wel wat onbegaanbaars aan de hand zijn. Een eenpersoons-smalle landweg voorziet in de omweg en het stukje auto-asfalt dat erop volgt is autoloos.

Daar is de Aa weer. En de scholeksters, en de zwaluwen. En een rij populieren. Plus een stel jeugdige koeien die pootjebaden onder hun brug.

Allemaal Susanna’s.

Nu maar eens een stukje bos, dicteert de routebeschrijving. Het bos geurt, want de dennen zijn nog nat. Het omsluit open plekken met naaldboompjes op peuterniveau, en loopt uit op verstrekkende akkers. Sommige zijn geschoren, op andere groeit nog tarwe op heuphoogte, de aren topzwaar.

De hemel trekt een grijze deksel over zich heen. De zon houdt stand, al steekt hij nu een beetje.

„Een schip met zure appelen.’’

„Maar het wordt niet gelost’’, verwacht man, die in één adem een door het weiland sluipende kat „Goede jacht!’’ wenst.

Hij krijgt gelijk. Er vallen een stuk of zes spatten, niet veel meer.

Daar is Anholt. Met zijn kasteel. Met zijn golfterrein. Met ons wandelpad daar dwars doorheen en met het bord: ‘Vorsicht! Fliegende Golfbälle.’

Joyce Roodnat

16 km. Kaarten 53 t/m 56 uit: Noaberpad. Uitg. NIVON, 3e (vernieuwde) druk, Amsterdam 2008. Bus 61 verbindt Anholt (halte Isselburg/Schloss Anholt) met Bocholt (halte Molkerei).