Aymans eenzame strijd tegen vuil

Egypte verandert in een enorme vuilnisbelt. Niemand kan het iets schelen, behalve Ayman die in de villawijk Al-Maadi tegen de vervuiling vecht. Volgens de buurt maakt hij zich belachelijk.

Ayman is een tikkeltje neurotisch. Hij patrouilleert dagelijks als een bezetene door mijn straat om mensen aan te spreken als ze hun vuilnis op straat storten. Soms zie ik hem achter een auto aan rennen nadat de bestuurder afval uit zijn raam heeft gegooid, een gebruikelijke manier van doen hier in Egypte.

De puinhoop wordt al maar groter en Ayman kwader. Dagenlang hebben straathonden en katten vrij spel. Pas wanneer de troep echt de spuigaten uitloopt, komt een gammele vuilniswagen een deel ophalen. Ayman stort zich dan op de vuilnismannen. Ze laten hem uitrazen, klimmen op hun wagen en rijden weer door. In hun ogen en die van de Egyptische buurtbewoners maakt Ayman zich volstrekt belachelijk.

Ayman is vijftig jaar geleden geboren in Al-Maadi, toen nog een mooie groene villawijk voor welgestelde Egyptenaren en expats ten zuiden van Kairo. Vijftien jaar werkte hij in Engeland. Na terugkeer, drie jaar geleden, kon hij zijn ogen niet geloven. „Mijn dorp was veranderd in een pauperwijk.”

Al-Maadi is nog een verademing vergeleken met andere delen van Kairo. In sommige wijken ligt het vuil meters hoog. In het kanaal langs de Piramidestraat liggen kadavers van paarden en ezels te rotten tussen het afval dat buurtbewoners in het water hebben gegooid. „Het hele land verandert in een grote vuilnisbelt, maar niemand lijkt zich er om te bekommeren”, zegt Ayman wanneer ik een praatje met hem maak. Hij heeft gelijk.

Hoe valt dit te rijmen met de nationale trots die Egyptenaren te pas en te onpas mondeling belijden? „Het is misplaatste trots”, zegt Ayman. Vooral de rijken geven zijn inziens het verkeerde voorbeeld. „Ze hebben geen fatsoen. Het is decadent om je rotzooi uit je handen te laten vallen.”

Intussen kan de vuilnisophaal het niet meer aan. Meestal wordt de privatisering van de ophaaldiensten als oorzaak voor hun slechte functioneren genoemd. Maar belangrijker is dat samen met de bevolking de hoeveelheid afval steeds verder groeit. Dat er misschien meer betaald moet worden dan de 8 Egyptische ponden (1 euro) die maandelijks bovenop de elektriciteitsrekening worden geheven voor de vuilnisophaal aan huis, gaat er zelfs bij veel rijke Egyptenaren niet in.

„Dat is de instelling van de mensen tegenwoordig”, zegt Shamaa van Europa 2000, de vuilnisdienst die de concessie voor Al-Maadi al jarenlang uitbaat. In een snikhete bouwkeet hangt ze vermoeid achter haar bureau. „Wij halen alleen het vuil op dat door de straatvegers bijeen is gebracht”, legt ze uit. Huisvuil hoort daar nadrukkelijk niet bij. Maar de mensen gooien hun afval toch lukraak op straat en laten het verder aan de straatvegers over. „En dan zijn ze niet eens bereid baksheesh, een fooi, te betalen aan de straatvegers.”

Dat het ook anders kan, blijkt op de wooncommune en het bedrijfsterrein van het zeer succesvolle, antroposofisch geleide landbouwbedrijf Sekem, producent van biologisch geteelde gewassen, ten noordoosten van Kairo. Op het hele terrein is geen vuiltje te zien. De bedrijfsfilosofie moet ook de omwonenden ervan overtuigen dat ze hun land schoon moeten houden. Maar soms is het om moedeloos van te worden. „We moeten onze mensen er continu aan helpen herinneren dat ze geen rotzooi maken”, vertelt president-directeur Helmy Abouleish.

„Egyptenaren hebben tegenwoordig een typische huurauto-mentaliteit: ze voelen zich geen eigenaar van hun land”, aldus Abouleish, die ook een tiental adviesorganen van de regering leidt. „Het volk is apathisch geworden na decennia te hebben gehoord dat de staat overal verantwoordelijk voor is. Ze gooien alles op de grond en verwachten dat iemand anders het wel opruimt.” Volgens Abouleish verkeert Egypte al jaren in een identiteitscrisis. „We zijn eindeloos trots, maar waarop eigenlijk? We putten altijd maar uit ons verleden, maar wat is onze toekomst?”

Het is in Egypte strafbaar om het imago van het land te bezoedelen. Nationale trots wordt er op school ingestampt. Bij interviews wordt mij vaak gevraagd Egypte niet in een kwaad daglicht te stellen. Dat het land oud, afgeleefd en vuil is, moet verborgen blijven.

Gisteren stond Ayman weer te foeteren tegen een buurtbewoner die nonchalant een zak met vuilnis op de stoep voor mijn huis had laten vallen. Ayman belde aan. „Ik schaam me dat ik u dit moet vragen”, begon hij. „Maar als u de gemeente nu eens belt om te zeggen dat u het niet langer pikt. Vergeet dan niet te melden dat u uit Nederland komt, want iedereen weet dat Nederland zo schoon is”, drong hij aan. „Alleen dan zullen ze in actie komen, want de schijn ophouden voor de buitenwereld, dat is staatsbeleid.”

Voor Ayman komen ze al lang niet meer opdraven. Maar een half uur nadat ik had gebeld, reed de vuilniswagen voor.