Vloeken is hard nodig

Volgens de Bond tegen het vloeken wordt op televisie steeds meer gevloekt. Dat is maar goed ook: zo haal je mensen uit hun lethargie en zet je ze aan tot nadenken. De animatie-serie South Park geeft het goede voorbeeld.

Dit zegt Eric zoal: „Paardneukende sloerie”. En: „Hou je vuile jodensmoel”. En: „O man, dit is zo tiet”. En: „Bloedspuwende vagina”. En zijn evergreen: „Screw you guys, I’m going home”.

Eric Cartman is acht en veruit de grootste vuilspuiter van het dorpje South Park in de bergen van Colorado. En dat wil wat zeggen, want South Park zit vol met doorgewinterde schelders. Eric vloekt zo hard, dat dankzij hem de tv-serie South Park eerste is geworden in een wedstrijd waarvan de makers niet wisten dat ze eraan meededen. De talkshow van Robert Jensen is als tweede geëindigd.

De wedstrijd is georganiseerd door een onderzoeksbureau dat jaarlijks een paar weken krachttermen op tv turft in opdracht van de Bond tegen het vloeken. Elk jaar luidt de conclusie dat het gescheld is toegenomen. Daarbij geldt de naam van Jezus Christus ook als scheldwoord. De Bond tegen het vloeken is namelijk een christelijke organisatie die het vloeken probeert te bestrijden. Dus de onderwijzer van South Park Elementary die „Jezus op schaatsen!” brult, heeft ook zijn steentje bijgedragen. In de animatieserie werd 51 keer gevloekt in de drie weken dat het onderzoek liep.

Mij viel een andere toename op. Mij viel op dat dit jaar weer meer media aandacht hebben besteed aan deze ‘vloekmonitor’. Het eerste jaar dat het onderzoek naar buiten kwam, 2001, stond het alleen in het Algemeen Dagblad. In de jaren daarna kwam er steeds een krant bij. Dit jaar, vorige maand, stonden de uitkomsten in vrijwel alle dagbladen, ook bij onze kleine, wilde zuster nrc.next.

Dat vond ik pas een verontrustende trend. Dat betekent dat de hoeders van de religieuze moraal in de 21ste eeuw aan invloed winnen. Terwijl het er eind vorige eeuw toch even op leek dat we de zedenprekers voorgoed de baas waren geworden. Af en toe stapten ze naar de rechter als ze zich gekwetst of beledigd voelden. Daar verloren ze doorgaans hun zaak. De beroemdste van die vermeende beledigingen kwam van Gerard van het Reve, die van de rechter in 1968 best mocht schrijven dat Onze-Lieve-Heer een ezeltje was dat hij in diens Geheime Opening wilde nemen.

Aan het eind van de twintigste eeuw was de Bond tegen het vloeken een organisatie van posterplakkers met de boodschap ‘Word geen papagaai’. Onbetekenend, en ongevaarlijk. Tien jaar later zitten hun geloofsgenoten achter het stuur in het kabinet en zijn ze het in ten minste één opzicht roerend met verongelijkte moslims eens: dit land is doorgeschoten in zijn morele luchthartigheid. Aangemoedigd door de moderne rancune jegens de 68’ers, de bereidwillige aandacht van de pers en de onveranderlijke onverschilligheid van de massa, beginnen ze weer ijverig de maatschappelijke bewegingsruimte in te perken. Niet alleen voor gelovigen, ook voor mensen die zich niets aantrekken van om het even welke god en hun denken niet bij voorbaat laten begrenzen door religieuze leefregels die hun onder de neutrale term ‘fatsoen’ worden voorgehouden. De zelfbeperking rukt op. South Park is volgens de kijkwijzer geschikt voor kinderen vanaf zes jaar. Maar iemand (?) heeft op de dvd, nog vóór het icoontje van de kijkwijzer in beeld komt, knalrode koeienletters met ‘WAARSCHUWING’ gezet: ‘Dit programma is alleen geschikt voor volwassen kijkers. Het bevat grof taalgebruik.’

Waarom vloeken mensen op tv?

In de jaren tachtig hield de eminente en gereformeerde historicus A. Th. van Deursen een lucide lezing waarin hij twee soorten kwetsers onderscheidde, wier gedrag hij samenvatte met het begrip hedonisme: de VPRO- en de Veronica-hedonisten. De eerste groep beledigde doelbewust, uit opstandigheid tegen de moraal. De tweede groep beledigde onbewust, uit lompheid.

De VPRO-hedonisten waren het eerst op tv. Die kwamen uit de betere milieus, waren hoger opgeleid en kregen eerder toegang tot de media. Daar zetten ze een blote mevrouw voor de camera, lieten een koningin spruitjes schillen en vloekten wat af. De Veronica-hedonisten denderden later over dat gebaande pad heen. Hun belangrijkste wapens zijn de boer, de scheet en de brutale bek. In deze laatste categorie vinden wij Robert Jensen en die is volkomen oninteressant.

In de andere categorie zitten mensen als Wim T. Schippers en Hans Teeuwen, en ook de makers van South Park, Matt Stone en Trey Parker. Die zijn wel interessant. Niet omdat ze vloeken, maar omdat ze een reden hebben om te vloeken. In South Park, gemaakt door Canadezen maar vooral bedoeld voor de Amerikaanse markt, wordt elke vorm van hypocrisie en domheid aangepakt. En soms moet daarbij gevloekt worden, zoals je voor een betonnen muur soms even de onverdraaglijk luide klopboor moet inschakelen.

Vloeken is harder nodig dan ooit.

Aan alle kanten staan mensen die onwrikbaar in hun eigen gelijk geloven en niet de minste tolerantie kunnen opbrengen voor andersdenkenden. Dan hebben we het niet alleen over christenen, moslims of andere gelovigen, maar ook over racisten en antiracisten, asfaltlobbyisten en milieupolitie, Wilders en Verdonk.

Opvallend is dat in de vloekmonitor wordt geconstateerd dat bij de VPRO dit jaar substantieel minder werd gevloekt dan vorig jaar. Zitten ze daar te slapen?

Opgepast: dit is geen kwestie van de vrijheid van meningsuiting, die lubberende mouw die tegenwoordig aan alle morele kwesties wordt gepast. Het gaat hier niet over tekeningen van anonieme cartoonisten die algemeen heersende meningen (buitenlanders zijn luie profiteurs) onderstrepen en mensen niet tot nadenken maar tot instemmen proberen te brengen. Dit gaat om de noodzaak mensen uit hun lethargie te halen, ze te ontregelen om ze tot nadenken aan te zetten en tot waarlijk eigen, vrije meningen te brengen. (Wie dan nog vindt dat buitenlanders vuile profiteurs zijn, kan trouwens ook bij South Park terecht).

De makers van South Park kennen geen genade voor mensen die tot keurige standpunten komen, alleen maar omdat die standpunten keurig zijn. Het gaat erom dat niemand standpunten moet huldigen enkel en alleen omdat ze zich hebben laten zeggen dat die de juiste zijn. Er is een aflevering waarin de sympathieke schoolkok Chef, een grote neger met de stem van Isaac Hayes, meent dat de vlag van South Park racistisch is. Hoezo, vraagt de burgemeester, nadat haar medewerkers de vlag hebben uitgerold en wij vijf witte poppetjes zien dansen om een galg waaraan een zwart poppetje hangt. Verdomme, brult de chef, zie je dat dan niet? En wij lachen omdat wij het meteen met hem zien, afgericht als we zijn door jaren van antiracistische opvoeding.

Na een heleboel misverstanden en bloedige gevechten tussen voor- en tegenstanders van de vlag, mogen de kinderen van Cartmans klas beslissen. Tot verbijstering van hun steun en toeverlaat Chef, vinden de meeste kinderen de vlag niet racistisch, omdat hun niet eens was opgevallen dat de poppetjes verschillend gekleurd waren. Chef schaamt zich en de vlag wordt aangepast: poppetjes van alle rassen dansen nu om de galg. En zo is het goed.

Of het nu gaat om de oorlog in Irak („Saddam bouwt in de hemel aan massavernietigingswapens; we moeten de hemel bombarderen”), preutsheid (terwijl een jongetje bijna doodbloedt, staat de stad op zijn kop doordat een andere jongetje hulp probeerde te halen zonder kleren aan), hebzucht (als Jezus in een bokswedstrijd tegenover Satan staat, zetten de bewoners van South Park al hun geld op de duivel: „Heeft dan niemand vertrouwen in mij?”) of welke andere vorm van geaccepteerd wangedrag dan ook, South Park zet het in een ander daglicht dan je vooraf had gedacht.

Daar is kunst voor bedoeld. En als het moet, dan zijn 51 vloeken in drie weken tijd een kleine prijs om daarvoor te betalen.

South Park is in Nederland te zien op de commerciële zender Comedy Central en is tot en met het zevende seizoen op dvd te koop.