Vliegen zonder landingsbaan

Het blijft een raadsel hoe de mens kan leven met de risico’s die het bestaan met zich meebrengt. Dan blijkt dat de soort door de bank genomen toch beschikt over een behoorlijke hoeveelheid koelbloedigheid. En dat moet ook wel, als je niet de hele dag wil lopen tobben over wat er allemaal mis kan gaan – in het dagelijks leven, op de beurs, in het verkeer en ook in de wereldpolitiek.

Maar het is niet alleen koelbloedigheid. Sommige risico’s verdringen we of vergeten we. Dat banken kunnen ‘omvallen’ bijvoorbeeld, zoals afgelopen weekend in Californië gebeurde met spaar- en hypotheekbank Indie Mac. Of dat er zomaar ergens een oorlog kan uitbreken, terwijl iedereen net lekker met vakantie is. Weer andere risico’s worden ons uit het hoofd gepraat – het valt wel mee, er is geen bewijs voor – zoals lang is gebeurd met het broeikaseffect.

De Duitse socioloog Ulrich Beck schreef onlangs in Die Zeit over de hernieuwde populariteit van kernenergie. Ook in deze tijd van hoge olieprijzen en zorgen over het klimaat zijn er nog altijd risico’s aan kernenergie verbonden, schreef hij onder de kop ‘Willen we Tsjernobyl werkelijk vergeten?’

Die risico’s worden in het politieke debat steeds meer gesmoord, „alsof we de schoonheid van kernenergie (‘groene energie’) moeten leren waarderen om het klimaat te kunnen redden”. Maar omdat we nog altijd niet weten wat we met het kernafval aanmoeten, zegt Beck, is het alsof de bevolking wordt aangespoord om in een vliegtuig te stappen waarvoor nog geen landingsbaan is aangelegd.

Beck is er niet op uit het gelijk te bewijzen van de tegenstanders van kernenergie. Wat hij laat zien is dat een serieus risico (problemen met kernenergie) wordt weggewimpeld uit naam van de strijd tegen een ander serieus risico (het broeikaseffect). Wat wordt gepresenteerd als een keuze tussen een veilig en een gevaarlijk alternatief, is in feite en dilemma: er staan twee riskante alternatieven tegenover elkaar.

En hoe moet je daar uit kiezen? Kun je – als burger, als politiek leider – wel een verantwoorde keuze maken, met rationele, op kennis gebaseerde argumenten? Bij dit soort wereldomvattende risico’s, zegt Beck, vallen we vaak terug op iets anders: op ons geloof in het al dan niet bestaan van de risico’s, op onze cultureel bepaalde inschatting van hoe ernstig ze zijn. Europeanen beschikken over precies dezelfde wetenschappelijke kennis als Amerikanen, maar toch maken ze zich over kernenergie gemiddeld meer zorgen. Amerikanen zijn weer meer bezorgd over terrorisme.

De Israëlische militair-historicus Martin van Creveld legde onlangs op de radio nog eens uit hoe hij denkt over het risico van een Iraans kernwapen. Ook in dát debat spelen cultureel bepaalde overtuigingen vaak een grotere rol dan meetbare argumenten. Er is maar één ding erger dan het bombarderen van Iran, zei John McCain ruim twee jaar geleden al, en dat is een nucleair bewapend Iran. Het is denkbaar – maar het tegendeel ook.

Van Creveld gaat nog een stap verder. Voor Israël, zegt hij, is het risico het kleinst als Iran een stuk of tien kernwapens zou hebben. Dan zou de situatie zelfs een stuk veiliger zijn dan nu.

Waarom? Als Iran eenmaal die tien atoombommen heeft, dan weet het dat Israël onmiddellijk keihard zal optreden als Teheran ook maar een vinger uitsteekt die het begin van een kernaanval zou kunnen zijn. Israël kan dan niet anders, Iran zal dat inzien – en zich dus beheerster opstellen. In het algemeen, zegt Van Creveld, gaan landen zich verantwoordelijker gedragen als ze kernwapens hebben.

Het is een interessante redenering, maar één die niet erg lijkt aan te slaan in Israël of de VS. Want kun je het risico nemen? Kun je je bondgenoot vragen het risico te nemen? Dat is nogal wat. De overleving van het land staat op het spel.

Het vervelende is alleen dat er hoe dan ook grote risico’s zijn. Ook in déze kwestie gaat de keuze niet tussen een veilige en een gevaarlijke optie, maar tussen twee risico’s die allebei ernstig zijn en moeilijk in te schatten.

Ook McCain erkent dat het bombarderen van nucleaire installaties in Iran een slechte optie is (zij het, in zijn ogen, niet de slechtste maar de op één na slechtste). Diplomatiek overleg lijkt een mooie tussenweg, maar alleen als beide partijen geloven dat ze er iets bij te winnen hebben, en dat is onzeker.

Leven met risico’s heeft de wereld wel geleerd in de Koude Oorlog, toen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie met wederzijdse nucleaire afschrikking de stabiliteit wisten te bewaren. Op het spel stond niets minder dan het voortbestaan van de planeet. „We moeten grote risico’s nemen, om nog grotere te vermijden”, zei Dean Acheson, minister van Buitenlandse Zaken onder Truman.

De politieke leiders zagen destijds onder ogen dat het volledig uitbannen van de risico’s misschien wel een mooie droom was, maar geen realistische optie. Pas met Ronald Reagan kwam er weer een president die wél in die droom geloofde: zijn raketschild in de ruimte moest Amerika onkwetsbaar maken voor inkomende raketten.

Aan een eenvoudiger, op aarde geplaatste versie van dat schild wordt nog steeds gewerkt. Maar of dat de veiligheidsrisico’s nu beperkt of juist vergroot kan niemand met zekerheid zeggen. Dat we hoe dan ook met grote risico’s moeten leven, dat kan na 9/11 niemand meer ontkennen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsbad.