Vliegen

Vogels zijn zo mooi.

Ik wou dat ik met de vogels mee

kon vliegen.

Maar een mens kan niet vliegen.

Wel in een vliegtuig

Ik reis met het vliegtuig naar Afrika.

Daar zijn heel veel vogels.

Ik ga naar de weilanden.

Daar zijn heel veel vogelnesten.

Ik ga naar het strand.

Daar zijn heel veel meeuwen.

Die willen vis.

Ik gooi vis in de lucht voor

de meeuwen.

Maar nu moet ik naar huis.

Met het vliegtuig.

Met de trein.

Nu ben ik thuis.

Gedicht van Rosa Reijnders, 7 jaar, uit Assendelft.