Vaker aangifte van bedreiging politici

Het aantal aangiftes van bedreigingen van politici neemt toe. In de eerste helft van dit jaar kwamen er bij het Team Bedreigde Politici meer aangiftes binnen dan in heel 2007. In de eerste maanden van dit jaar betrof het 225 zaken. Vorig jaar waren dat er weliswaar 267, maar omdat 60 bedreigingen afkomstig waren van één persoon werden die als één zaak behandeld. De bedreigingen zijn vooral afkomstig van minderjarigen.

Dat zegt teamleider Mariette Frencken deze week in de Korpskrant van politie Haaglanden. „We zien veel mails die vanuit scholen zijn verstuurd.” Uit onderzoek blijkt dat het vaak leerlingen zijn die ‘gewoon een mailtje wilden versturen’. Frencken: „Tijdens een verhoor zeggen ze dan: ‘Ik heb wel geschreven dat ik zijn kop eraf zou snijden, maar dat bedoelde ik niet zo.’ Mensen vinden het tegenwoordig kennelijk normaal om iemand te bedreigen.”

Ministers en Kamerleden krijgen te maken met poederbrieven, telefonische dreigementen, geschreven scheldkanonnades, ‘hate-raps’ en e-mails met doodsbedreigingen.

De meeste bedreigde politicus is PVV-leider Geert Wilders. Vooral als er veel media-aandacht is, zoals ten tijde van de uitbreng van diens film Fitna, neemt het aantal bedreigingen toe, zegt een politiewoordvoerder. Wilders heeft door al die bedreigingen „geen leven”, aldus Frencken. „Hij kan geen stap zetten zonder zijn vrienden in zwarte pakken.”

De meeste dreigementen zijn „waarschijnlijk” loos, maar het Team Bedreigde Politici onderzoekt elke aangifte „serieus”. In overleg met het Openbaar Ministerie worden prioriteiten gesteld. Er wordt gekeken naar ernst, haalbaarheid, maatschappelijke impact en persoonlijke gevolgen van een bedreiging.

Bijna 40 procent van de bedreigingen in 2007 is opgehelderd, maar 150 onderzoeken lopen nog. Van de bedreigingen in 2008 is bij meer dan de helft van de zaken een verdachte aangewezen.