Tsjechovs toverpaleis

Tsjechov ging vanwege zijn gezondheid op Jalta wonen. Hij bouwde er een huis dat nu langzaam uit elkaar valt.„Het huis is als een briljant.”

‘Ze zeiden dat op de promenade een nieuwkomer was verschenen: een dame met een hondje.’ Meer dan honderd jaar nadat Anton Pavlovitsj Tsjechov die openingszin van dat beroemde verhaal over die dame, haar hondje en haar ongelukkig getrouwde verleider schreef, loopt ze nog altijd over die promenade in Jalta. Alleen draagt ze nu geen lange jurk, maar een wit minirokje en een strak truitje. In plaats van haar parasol houdt ze in haar linkerhand een met veel goudbeslag versierde witte tas.

In 2008 is zij de verleider. Trippelend op haar hoge hakken naast haar witte foxterriër, biedt ze haar lichaam aan in ruil voor vijftig euro. „Ga je met me mee?” vraagt ze uitdagend aan iedere man wiens blikken ze vangt.

De promenade is tegenwoordig clean gerestaureerd, dankzij het witgewassen geld van rijke Russische en Oekraïense zakenlieden. De vernieuwde negentiende-eeuwse sanatoria en hotels ogen net iets te glad, alsof ze vers uit de banketbakkersoven komen. Maar het storendst is de heavymetalmuziek die uit de cafés, restaurants en eeuwig geopende nachtclubs walmt en ieder nostalgisch verlangen naar 1899 onmiddellijk verdrijft.

En toch moet het in het Jalta van dat laatste jaar van de negentiende eeuw ongeveer net zo zijn geweest als nu, alleen met andere deuntjes en stijvere kleding. Want ook toen gingen velen er niet heen om er te kuren, maar om zich een tijdje onder te dompelen in ontucht en drinkgelagen.

Voor de tbc-patiënt Tsjechov lag het anders. Hij reisde in 1898 vanuit het stoffige Moskou naar de Krim op doktersadvies. De zeelucht en het warme klimaat van Jalta waren goed voor zijn zwakke gezondheid. Maar na een jaar haatte hij het lawaaiige badplaatsje grondig. Hij ergerde zich aan de oppervlakkigheid van de kuurgasten, het hotelpersoneel en de kwijnende aristocratische dametjes die hem hun manuscripten kwamen aanbieden.

Toch bleef Tsjechov er wonen, omdat Jalta levensverlenging betekende. Hij liet hij er een huis met negen knusse kamers bouwen, in de heuvels, twintig minuten gaans van het stadsgedruis. In zijn enorme tuin plantte hij palmen, bamboebomen, rozenstruiken en cipressen. ‘Als er geen literatuur had bestaan, dan was ik tuinman geworden’, schreef hij in een brief, tevreden over zijn groene vingers.

Na Tsjechovs dood in 1904 bleef zijn zuster Maria in het huis achter. Tijdens haar lange leven – ze stierf in 1957 op 94-jarige leeftijd – zorgde zij ervoor dat alles er bleef zoals het was. Ze wist zelfs te voorkomen dat tijdens de Duitse bezetting van de Krim een Wehrmachtofficier zijn intrek nam in de privékamers van haar broer.

Het pad dat vanaf het centrum van Jalta

naar het huis voert kent vele aftakkingen. „Naar Tsjechov?” zegt een buurtbewoner. „Daar loopt u achterlangs in tien minuten heen. Kirovstraat 112.” De route blijkt een wirwar van paadjes en trappetjes te zijn langs stoffige tuinen van tegen de heuvels gebouwde huisjes. Het is Napels aan de Zwarte Zee. Alleen de overdekte houten balkons verraden het Tartaarse verleden van het gebied, dat pas aan het eind van de achttiende eeuw in Russische handen kwam.

Als je in de Kirovstraat bij het hek op nummer 112 de trap afloopt naar de parkachtige tuin en de kleine villa met zijn torentjes en veranda’s, begrijp je meteen wat een heilzaam werk Maria Tsjechova heeft verricht. Want huis en tuin verkeren op het eerste gezicht in net zo’n goede staat als toen ze werden opgeleverd. Alleen verhullen de bomen na ruim een eeuw het zeezicht.

‘Het Jaltase huis is heel bevredigend’, schreef Tsjechov op 21 juli 1899 aan Maria. ‘Iets beters hebben we niet nodig. De kamers zijn klein, maar dat valt niet erg op. Het uitzicht naar alle kanten is heerlijk; uit jouw kamer heb je zo’n uitzicht dat je alleen maar kunt betreuren dat we dit huis niet eerder hebben gehad. Het tuinhuis is helemaal klaar. Het is er gezellig en aardig. Alle bomen die ik geplant heb hebben wortel geschoten. De hennep, de ricinus en de zonnebloemen rijzen hemelhoog op. (…) In één woord, het is geen huis, maar een toverpaleis…’

Honderdtien jaar later staat dat toverpaleis er nog steeds, al kan het ieder moment instorten. Want het tegen een heuvel gebouwde huis rot weg en moet voor zeker vijfhonderdduizend euro worden gerestaureerd.

De failliete Oekraïense regering vindt echter dat Rusland die restauratie moet betalen, omdat Tsjechov een Russischtalige schrijver is. De Russische regering vindt op zijn beurt dat de Oekraïners maar over de brug moeten komen, omdat het huis op hun grondgebied ligt. „Maar Tsjechov is geen nationaal merk”, zegt Alla Golovatsjeva, jarenlang medewerker en sinds een half jaar directeur van het Tsjechov Huis. „Hij is internationaal cultureel erfgoed.”

Ze laat de restauratiewerkzaamheden zien in Tsjechovs ontruimde werkkamer op de eerste verdieping. Zonlicht kruipt door het blauw, rood en groen van de glas-in-loodramen. Het behang is verrot. „Dat komt doordat het dak lekte en we het hier ’s winters niet warmer konden krijgen dan tien graden”, klaagt Golovatsjeva. „Het wordt hier dan heel vochtig.”

Samen met de Britse slavisten Rosamund Bartlett en Jelena Michajlowska zet Golovatsjeva zich al een paar jaar hartstochtelijk in om het huis voor Tsjechovs 150ste geboortedag in 2010 van de ondergang te redden. In 2003 schreven ze een bedelbrief aan de presidenten van Oekraïne en Rusland. Zij brachten een bezoek aan het huis en zetten hun handtekening in het gastenboek, maar lieten vervolgens niets meer van zich horen.

Drie jaar later deed de vorige directeur van het huis een beroep op Aleksandr Lebedev, een Moskouse miljardair en lid van de Russische Doema. „Lebedev had geld geschonken voor de restauratie van het Jalta Theater, waar het gezelschap van het Moskouse Kunst Theater in 1900 Oom Vanja opvoerde”, zegt Golovatsjeva. „We hebben hem toen ook op de slechte staat van het Tsjechov Huis gewezen. Aanvankelijk hoorden we niets, maar uiteindelijk schonk hij toch 115.000 euro.”

Door Lebedev betaalde bouwvakkers knappen nu het lekke dak en de kamers op de eerste verdieping op, waar de werk- en slaapkamer van Tsjechov ligt. Ook het brandmeldersysteem is vernieuwd. Golovatsjeva: „Maar het blijft een cosmetische opknapbeurt. Want om de zaken echt grondig aan te pakken is er veel meer geld nodig.”

Niemand blijkt dat geld te hebben,

terwijl in Jalta het ene na het andere patserige buitenhuis van een rijke Rus of Oekraïner wordt neergezet. Een beroep op de Oekraïense minister van Cultuur door afgevaardigden van de jaarlijkse Tsjechovconferentie in Jalta leverde niets op. In juni 2006 vond op last van het ministerie van Cultuur van de Krim een onderzoek naar de staat van het huis en bleek dat het balkon op instorten stond – maar dat had evenmin een subsidie tot gevolg.

Buiten wijst de directrice op de rotte kozijnen. „Maar het grootste probleem is het drainagesysteem”, zegt ze. „Het huis is aan het verzakken. Het staat op een helling en er loopt voortdurend water onderdoor. Er moet een heel nieuwe afwateringssysteem worden aangelegd.”

De Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov, echtgenoot van de rijkste vrouw van Rusland, schonk in 2006 6.800 euro voor een architectonisch onderzoek naar het gebouw. Daardoor kon er een exacte begroting worden opgesteld voor de restauratiewerkzaamheden. Er zou een verdere bijdrage volgen, maar daarvan heeft Golovatsjeva nog geen cent gezien. „In februari hadden we hier een Moskouse cultuurcommissie op bezoek, die zich inzet voor onze problemen. Maar die heeft zijn beslissing over een financiële bijdrage in de ijskast gezet nu er een nieuwe Russische president is.”

Behalve Lebedev heeft inmiddels alleen Sergej Mironov, de leider van de Russische politieke partij Rechtvaardig Rusland, een behoorlijke som geld aan het Tsjechov Huis geschonken. „Maar die 20.000 euro ging meteen op aan de vernieuwing van de elektrische bedrading en een nieuw alarmsysteem”, benadrukt Golovatsjeva.

Adjunct-directeur Irina Michajlova loopt door de tuin en wijst naar de bloemen en bomen. „Er is in Frankrijk een nieuwe roos gekweekt, die naar Tsjechov is vernoemd en nu hier in de rozenpassage wordt geplant”, zegt ze. „Tsjechov wilde altijd rozen om zich heen hebben. Ook in de winter, met sneeuw erop.”

Een eindje verderop bewerkt de 86-jarige vrijwilligster Anna Vasiljevna met een kwastje een roos. „Tegen de insekten”, fluistert ze, trots dat ze het groene erfgoed van haar literaire held mag hoeden.

Irina Michajlova verzorgt nu een privérondleiding door de vertrekken op de al gerestaureerde benedenverdieping. In de knusse eetkamer staan de originele meubels van Tsjechov en zijn familieleden. „Ziet u die glazen?” zegt Michajlova. „Die zijn nog van zijn ouders geweest. Ze zijn honderdvijftig jaar oud.” Dan wijst ze op het linoleum op de vloer. „In Tsjechovs tijd lag hier parket. Dat moet hier nu weer komen liggen.”

Naast de eetkamer is de slaapkamer van Olga Knipper, de actrice die Tsjechov in 1895 leerde kennen en met wie hij in 1901 trouwde. Drie jaar later zat ze aan zijn sterfbed in het Zuid-Duitse Badenweiler. Ze zou Tsjechov met 55 jaar overleven.

„Anton Pavlovitsj sliep niet in dezelfde kamer als zij, omdat hij zo kuchte dat hij haar alleen maar uit haar slaap zou houden”, vertelt Michajlova alsof ze het over haar eigen man heeft. „Hij was namelijk een zeer beschaafd mens, die met alles en iedereen rekening hield.”

De hoofdingang van het huis, met het koperen naambordje met A.P. Tsjechov, ligt op de eerste verdieping, zodat je meteen bij Tsjechovs werkkamer bent. „Het huis is als een briljant”, zegt Michajlova. „Telkens als je een andere hoek omslaat zie je weer nieuwe schoonheid.”

Die schoonheid vind je ook

achttien kilometer ten oosten van Jalta, in het vissersdorpje Goerzoef. Hier had Tsjechov een ander onderkomen: een kleine datsja aan zee met drie kleine kamers en een grote veranda. Het huisje ligt op een rotspunt bij een baai. Tsjechov vluchtte hierheen als hij genoeg had van zijn familieleden en alleen wilde zijn om te kunnen werken. Aan het bureau, dat nog onveranderd is, schreef hij zijn Drie Zusters.

Directeur Vladimir Kostjoetsjenko vertelt de geschiedenis van de datsja aan een gezelschap aandachtig luisterende Russische toeristen. Het is een verhaal vol beroemde namen van acteurs, schrijvers, schilders en musici uit het Russische fin de siècle. „Deze datsja verkeert in uitstekende staat”, zegt hij als hij klaar is met zijn college. „Als er iets moet worden gerepareerd doen we het altijd zelf. Beetje bij beetje.”

Enkele meters verderop, bij het terras waartegen golven stukslaan, kijkt een bordkartonnen Tsjechov goedkeurend toe. Hij is elegant gekleed, klaar om uit te gaan. Op de boulevard klinkt het vroege gestamp van discomuziek. Het wemelt er al van de dames met hun hondjes.

Het Tsjechov Huis-Museum ligt aan de Kirovstraat 112 in Jalta. Telefoonnummer 00.380.654.394947/325042. Op www.yaltachekhov.org staat informatie over de reddingsactie voor het huis.