Troosteloze verrommeling in de grachten

Waar winden stedelingen zich over op? In Groningen bestaat ergernis over slecht onderhouden woonboten. Het imago van de stad wordt geschaad.

Vanuit de rode sloep wijst Albertien van Dijk naar een vervallen ogende rijnaak, die slecht in de verf zit. „Is dat nu lelijk?”, vraagt het bestuurslid van het Woonschepencomité Groningen zich af. „Dat schip is wel authentiek en heeft sfeer.” Verder varend in de Noorderhaven becommentarieert ze het uiterlijk van een studentenark – „erg dat die houten trap is ingestort” – en „een doodskist in het groot”, die op een tjalk is getimmerd. „Vreselijk”, vindt ze. Een andere woonark drijft op oliedrums. Nee, daar wordt ze evenmin vrolijk van.

Een raadsmeerderheid in Groningen eist dat eigenaars van uitgewoonde en slecht onderhouden woonschepen worden aangepakt. De troosteloze aanblik van de boten schaadt het imago van de stad.

Een maand geleden nam een aantal raadsleden vanaf een rondvaartboot van de firma Kool een kijkje op het water. Eigenaar Frits Uijen van het rondvaartbedrijf is de verrommeling in de diepen (zoals de Groningers hun middeleeuwse stadsgrachten noemen) een doorn in het oog. Dagelijks vaart hij toeristen over het water, langs imposante herenhuizen, maar ook langs vervallen schepen. „Een smeerboel”, foetert hij. „De stad verpaupert door al die wrakken. Zonde!”

Zeker een of twee keer per week hoort hij afkeurende reacties van de mensen aan boord. „Ze vragen me waarom de gemeente er niks aan doet. Ik adviseer hun de gemeente te mailen of te schrijven.”

De Diepenring is ongeveer vier kilometer lang en ligt rond de Groninger binnenstad. Er liggen ruim tweehonderd arken en woonschepen. Die worden bewoond door de eigenaar, maar er zijn ook diverse arken die door „bootjesmelkers” aan studenten worden verhuurd. Van Dijk knikt naar zo’n grote studentenark met diverse kamers. „Elke keer als we er langs varen, ligt hij dieper. Eén studentenfeest en hij zinkt.”

Ongeveer tweederde van de Groninger woonschepen in de Diepenring is slecht onderhouden. „Het lijkt wel het wilde westen op het water”, moppert raadslid Stephan Antuma van Student&Stad. „En dat past niet in een mooie stad als Groningen.”

Eigenaren die hun ark aan studenten verhuren, doen niks aan onderhoud. „Het gaat hun om de huurpenningen. Zo min mogelijk uitgeven en zo veel mogelijk verdienen.”

Wethouder Frank de Vries (PvdA) erkent dat er de afgelopen jaren, door gebrek aan capaciteit en geld, weinig controle is geweest. In de woonschepenverordening staat hoe lang en breed een schip mag zijn. De onderlinge afstand moet ten minste vijf meter zijn. Maar her en der liggen arken waar een stuk is aangebouwd en die niet aan de norm voldoen. Anderzijds gelden er geen welstandseisen voor woonschepen.

B en W maken nu een analyse van de knelpunten. Ook diverse woonbootcomités denken mee. In september wordt een conferentie gehouden. Een oplossing kan zijn een aantal slecht onderhouden woonboten te verwijderen. Een ander deel kan mogelijk met een stimuleringsregeling worden opgeknapt, denkt Van Dijk. Ook een verplichte vijfjaarlijkse keuring van een schip is een mogelijkheid, oppert ze. Overigens wil de gemeente de gehele Diepenring herinrichten. Ook de zandstenen kademuren, die rijksmonumenten zijn, en de wegen worden aangepakt.

Geert Baven doopt zijn kwast in een pot menie aan boord van zijn luxe motorschip en stipt de roestplekken aan. Een jaar geleden kocht de Amsterdammer het 33 meter lange schip in de Noorderhaven. „Als dit klaar is, ga ik het buitenhoutwerk schuren en lakken.” Klussen aan zijn schip ervaart hij als een soort meditatie. Goed onderhoud is noodzakelijk, onderstreept hij. Tegenover hem ligt een schip met een afgebladderde verflaag. Ach, hij stoort zich er niet aan. „Het is zo lelijk, dat het bijna mooi is.” Toch gaat een subsidieregeling hem te ver. „Woonbootbewoners hebben geen voorkeursbehandeling nodig. Iedereen moet zijn schip zelf onderhouden.”

Achterop het dek van het zeilschip La Coletta van Chris Vogt liggen stapels hout. Hij wil met zijn tweemaster ooit een lange zeereis maken. „Ik gebruik alleen tweedehands materialen bij het afbouwen.” Vogt vindt dat er te veel „bouwsels” op het water liggen. Maar de verplichting om oude authentieke schepen op te knappen gaat hem te ver. „Straks bepalen ze nog dat je niet meer met een deuk in je auto mag rijden.”