Spuiten en slikken: de zomereditie

‘Vergeet niet: de Tour stopt niet, de Tour gaat altijd door.’

‘Dit is de laatste buts op de weg.’

‘Toch vraag ik me soms af: wat doen we hier eigenlijk.’

‘Niet capituleren, Mart. We gaan door voor een propere sport.’

‘Geloof jij daar écht in?’

Mart Smeets, twee gasten, tafeltje aan een Franse haven. Hij staart met een gepijnigde frons over zijn montuur in de camera, en dan weet je het wel. Doping.

Maar nu even dit. Ik vond een week als zomerkijker heel interessant: het dwong me weer eens een tv-programma uit te kijken. Dat doe ik nog maar zelden. Ik heb een 37-inch scherm en meer dan negentig digitale kanalen, maar televisiekijken doe ik laat op de avond, zonder zin of doel, met een buitengewoon actieve afstandsbediening. Oprah ... wegwezen . Hé, is dit niet die aflevering van Star Trek waarin kapitein Picard in een Borg verandert? Hmm, ‘perfect weapons: skull smashers’ ... nou nee, maar wacht eens: die ex-stuntman in ‘Get Shorty’ is Tony Soprano. Toen was hij nog niet bekend .... Tsjee, pokeren, maar geen serieus toernooi … de opkomst van de Mongolen, leuk … Paris Hilton …

Televisie kijken is voor mij meestal een beeldendouche voor het slapen gaan, geleide meditatie. Tv-series koop ik op dvd of download ik, en alleen dvd’s kijk ik van begin tot eind af. Sta ik daarin alleen en zit weldenkend Nederland Zomergasten nog altijd van de eerste tot de laatste minuut uit? Zo ja: respect. Ik betwijfel het. Hilversum is gedoemd en tv is over twintig jaar iets heel anders dan dat het nu is.

Terug naar de jonge bergkoning Riccardo Ricco, de rode draad van mijn tv-avond gisteren. Deze week schreef ik naïef dat deze Tour over wielrennen zou gaan. Na het debacle van vorig jaar - iedereen die iets won, werd betrapt, verdacht, geschorst - zouden de wielrenners toch niet weer zo stom zijn? Maar ja: dikke benen, kleine hoofden. Er was dit jaar Mircera op de markt, derde generatie epo, zo nieuw dat de beste laboratoria het niet konden opsporen. Dachten ze. En nu de rest van het peloton zo geïntimideerd en braaf was, won je er zeker mee. Dachten ze. En zo werd ook deze Tour weer ‘Spuiten en Slikken: zomereditie’.

Ik voel mee met de Tourcommentatoren. Echte wielerfanaten die op dit soort dagen lijken op de ouders van een hopeloze junk die na zijn tiende afkickkuur weer aan de spuit raakt. Die wanhopige peptalk: ‘Toch hou ik van hem, de rotzak.’ Ik zag dat gisteren bij de Belgen, maar vooral bij Mart Smeets. Smekende blik naar een tafelgast: ‘Jij gelóóft toch nog in deze sport?’

De Franse mis-en-scène was overigens voortreffelijk. Natuurlijk plukten ze dopingzondaar Riccardo Ricco niet uit zijn hotelkamer en voerden hem stilletjes af via de goederenlift. Welnee, de pers inseinen, door gendarmes uit de rennersbus laten halen, ondervraging, een nacht in de cel. Boe, riepen de omstanders. En dan zijn collega’s: ‘Klojo’. ‘Idioot’. ‘Ik sla ‘m voor zijn muil.’ ‘Hij gaat maar kersen plukken.’ Waren ze boos omdat Ricco doping gebruikte of omdat hij betrapt was?

Het treft wel dat Ricco zo’n vervelend ettertje is: grote bek, dure auto, diamantje in zijn tand. Hij wenst ‘Cobra’ genoemd te worden omdat hij rivalen op hellingen graag indringend aanstaart en dan bij ze wegspurt alsof ze stilstaan. Dat lukte dit jaar bij twee etappes voortreffelijk, Ricco wist toen al dat hij op een lijst van tien renners stond met verdachte bloedwaarden. Als kind had ik al vreemd bloed, beweerde hij, en lachte kwajongensachtig, alsof hij dacht: ‘Pak me dan als je kan, je kan het toch niet vinden’.

Anderzijds: een jongen van 24 die alleen kan fietsen en straks niets meer heeft. Zijn idool is Marco Pantani, ook zo’n kleine, explosieve Italiaanse klimmer, ook in opspraak geraakt door doping en dood in een hotelkamer gevonden: overdosis cocaïne.

Een ongezonde, corrupte sport. Misschien moeten we een voorbeeld nemen aan de Duitsers en het wielrennen een paar jaar in zijn sop laten gaar koken. Tot we weten dat hij écht is afgekickt.