Roberto Heras

Ongetwijfeld zou Roberto Heras zich feilloos hebben verstopt in het grote peloton, morgen in de veertiende etappe van de Tour van Nîmes naar Digne-les-Bains. In de Alpen, die daarop volgen, zou het 1.72 meter kleine en 59 kilo lichte klimgeitje zich hebben laten gelden. Hoe vaak lanceerde hij zijn kopman Armstrong niet naar de zege in een bergrit?

Roberto Heras (Bejar, 21 februari 1974) groeide als ventje op met de beelden van Pedro Delgado, de Spanjaard die in 1988 de Tour won. In de bergen van Castillië en Leon zocht hij de lastigste weggetjes om zijn idool na te spelen, al was het er vaak koud en nat. „Daar ben ik gehard.” Via een oud-prof uit de streek, Laudelino Cubino, komt hij in 1995 terecht bij de fameuze klimmersploeg Kelme.

Binnen een paar jaar is hij er de primus inter pares: vijfde in de Giro, Vuelta-ritwinst op de gevreesde Angliru en vijfde in de Tour, met een onvergetelijk duel tegen Richard Virenque op de Joux-Plane dat hij door een val in de afdaling verliest. Na zijn eerste Vuelta-eindzege wordt Heras voor veel geld weggekocht door US Postal, dat hem als een bedreiging ziet voor Armstrong. Drie jaar is hij meesterknecht van de zevenvoudig Tourwinnaar. Als dank mag hij in 2003 de Vuelta winnen, en als kopman naar Liberty Seguros van Manolo Saiz.

Twee maanden na z’n derde Vuelta-zege, in 2005, wordt bekend dat Heras is betrapt op het gebruik van epo. Hij moet de winst afstaan aan Rabokopman Denis Mentsjov en wordt twee jaar geschorst. Op 29 december 2007 maakt hij zijn afscheid bekend.

Maarten Scholten