Reflecties en reproducties

Ik fietste door Amsterdam en merkte dat iemand me heel langzaam aan het inhalen was. Zo langzaam, dat ze op een gegeven moment naast me fietste. Wanneer ik remde, deed zij dat ook; wanneer ik harder ging fietsen om haar kwijt te raken, hield ze me bij. Het was alsof er ongevraagd een spiegel naast me was komen rijden en ik vond het confronterend om mijn eigen bewegingen terug te zien in die van een wildvreemde. Maar al trappend vervaagden mijn individuele ergernissen en werd ik als een tandwiel in een monotone fietsbeweging. Het maakte me rustig, en ik begon te begrijpen waarom sommige mensen het fijn vinden om synchroon te zwemmen, te dansen, en in optochten te marcheren. Wat deden mijn eigen gedachten er eigenlijk toe?

Later vroeg ik me af of mijn medefietser misschien was ingehuurd door Alexandra Bachzetsis, performancekunstenaar en choreograaf, van wie ik de voorstelling ACT later die avond zag in Paradiso, tijdens het Julidans Festival. Als aan de grond genageld heb ik naar haar en haar medespeelster staan kijken. De twee jonge, mooie vrouwen waren gekleed in elegante zwarte broekpakken en stonden op hoge hakken. Het zwarte haar – lok schuin over het voorhoofd, en volle paardenstaart die tot net boven de billen reikte – was identiek. Ze keken in de verte terwijl ze ieder uit een grote zak chips aten. Hun bewegingen zouden nonchalant te noemen zijn als ze niet volkomen gelijk aan elkaar waren geweest. De vrouwen staken op hetzelfde moment een hand in de zak en legden tegelijkertijd de chips op de tong. Zelfs het aflikken van de vingers verliep als waren de vrouwen elkaars spiegelbeeld.

De vrouwen stonden zij aan zij, wat een werkelijke spiegeling teniet deed. Zoals Magritte in het schilderij La reproduction interdite (1937) speelde met het achterhoofd dat zijn eigen achterhoofd in de spiegel ziet; zo stonden de vrouwen hier elkaars reflectie zowel te vervolmaken als te ontkennen. Magritte verbiedt de reproductie maar toont deze toch. Ook Bachzetsis speelt met een dergelijke tegenstelling. Ze ironiseert hoe verleidelijke vrouwen in beeld gebracht worden, deconstrueert erotische poses door deze bijvoorbeeld te overdrijven of te herhalen, maar is tegelijkertijd zelf erotisch geladen en de overtuigende verleidster van een volle zaal.

De muziek was inmiddels stevig en opzwepend, terwijl de vrouwen zich met strakke dansbewegingen van hun kleding ontdeden. Er bewoog zich een nerveuze fotograaf tussen het publiek. Elke keer dat hij zijn driepoot had geïnstalleerd en het licht had gemeten, waren de vrouwen alweer aan een volgende scène toegekomen met nieuwe lichtprojecties en kromp de fotograaf van ergernis ineen. Het feit dat hij geen afbeelding bleek te kunnen maken van de dynamische voorstelling maakte de poging van de vrouwen om elkaars verschijning te reproduceren des te krachtiger.

Ik keek om me heen en zag een zaal vol mensen die stuk voor stuk hun individualiteit benadrukten door zich naar eigen inzicht te bewegen, naar eigen smaak gekleed. Toch waren het juist de twee haast identieke vrouwen die lieten zien dat de kleinste verschillen het meest veelzeggend zijn. Een hoogtepunt van de voorstelling werd gevormd door een vermoedelijk ongeregisseerd voorval: de vrouwen stonden naast elkaar stil, en er kwam een centimeter bil onder één van de onmogelijk korte rokjes tevoorschijn.

Toen ik naar huis fietste, keek ik een paar maal hoopvol achterom, maar mijn medefietser liet het afweten. Ik sleepte alleen een doffe schaduw achter me aan.