Over Zimbabwe hoorden we Mandela niet

Nelson Mandela, oud-partijleider van het ANC, wordt vandaag 90 jaar.

Nadat Mbeki hem opvolgde als president was hij alleen nog kritisch over hiv/aids.

Hij hoeft eigenlijk niets meer te zeggen. Een glimlach voor de camera’s is genoeg. Nelson Mandela, 90 jaar vandaag, werd de afgelopen dagen van fotokwartiertje naar fotokwartiertje gebracht. Ondersteund door wandelstok en zijn derde vrouw, Graca Machel, geregisseerd door zijn vertrouwensmannen –en vrouwen, toegejuicht door de beroemdheden en bedrijven die even mochten baden in het licht van deze laatste held van de afgelopen en de nieuwe eeuw, het gevierde icoon, die levende legende.

Soms was de microfoon al uitgezet, toen bleek dat Mandela toch nog even wilde grappen. „Praten is alles wat ik nog kan’’, zei hij dinsdag bij de presentatie van de Mandelapostzegel, mogelijk gemaakt door het nationale postkantoor, „maar ik begrijp dat niemand hier nog zit te wachten op wat een oude man te zeggen heeft.”

Daar werd hartelijk om gelachen, in het Mandela House aan Central Avenue in Mandela’s luxe woonwijk Houghton bij Johannesburg. Die Mandela toch. Maar had hij niet een punt? Wie zit er in Zuid-Afrika anno 2008 nog te wachten op de woorden van de grondlegger van democratisch Zuid-Afrika? Wat zijn collega’s betreft uit het regerende Afrikaans Nationaal Congres – het ANC is zes jaar ouder dan Mandela zelf – is de tijd van Mandelamagie al lang voorbij. Er zijn negen jaar verstreken sinds de dag dat hij als eerste Afrikaanse leider vrijwillig terugtrad na één termijn als president. Mandela mag zich alleen nog bewegen binnen de parameters van een gepensioneerd politicus: als troeteldier van filmsterren en popidolen en fondsenwerver van zijn kinderfonds en de Mandelastichting.

Zie de zorgvuldig geregisseerde zinnen die hij mocht spreken op het 46664-concert in Londen op 27 juni, de dag dat Zimbabwe de gewelddadigste verkiezingsronde uit haar geschiedenis beleefde. De woordvoerder van Mandela was in de dagen voorafgaand aan het concert herhaaldelijk gevraagd waarom hij zich niet uitsprak over het geweld dat zijn leeftijdsgenoot Mugabe op dat moment op zijn kiezers losliet. Mandela sprak zijn zorgen uit over de oorlog in Irak en Darfur en over „falend leiderschap’’ in Zimbabwe. De naam van Mugabe noemde hij niet, precies zoals zijn opvolger Thabo Mbeki zijn Zimbabweaanse collega nog nooit bestraffend heeft toegesproken.

Zuid-Afrika viert vandaag negentig jaar van haar eigen geschiedenis: de zwarte strijd tegen blank kolonialisme en apartheid, de bevrijding van de leider na 27 jaar in het gevang. Het verhaal van Mandela is het bijna Bijbelse verhaal van Zuid-Afrika. Aan die mythe werd in het afgelopen jaar een gewelddadig hoofdstuk toegevoegd. Tienduizenden buitenlanders werden in de maanden voorafgaand aan de verjaardag van Mandela, boegbeeld van verdraagzaamheid, uit de krottenwijken verjaagd. De machtsstrijd binnen het ANC leidde tot steekpartijen op partijbijeenkomsten. De voorzitter van de ANC-Jeugdliga, waar ook Mandela begon, zei zelfs bereid „antirevolutionaire’’ ANC’ers te vermoorden die de opmars van de nieuwe partijleider Jacob Zuma in de weg zouden staan.

„Onze democratie is pas veertien jaar oud. Veel oudere democratieën worstelen met dezelfde problemen’’, troost Ahmed Kathrada, een celgenoot van Mandela op Robbeneiland. „Er zijn wilde mensen in alle organisaties ter wereld. Het enige wat telt is ons beleid, en dat beleid blijft gekant tegen racisme en tegen geweld.”

De beweging. Nooit stelde Mandela zijn persoon voor het belang van het ANC. Het waren praktisch de eerste woorden die hij sprak op de dag van zijn vrijlating, 11 februari 1990: „Ik ben een trouw en gedisciplineerd lid van het Afrikaans Nationaal Congres. Ik ben het eens met zijn doelstellingen en strategieën.” Het belang van de partij, ging in Mandela’s leven altijd boven dat van zichzelf, of zijn familie.

Slechts een keer week hij van dat principe af. Nadat Thabo Mbeki hem had opgevolgd als president van Zuid-Afrika, begon Mandela steeds meer te spreken over een onderwerp dat Mbeki het liefst verzweeg en dat Mandela zelf tijdens zijn presidentschap ook verzwegen had: hiv/aids.

Sommige schrijvers, zoals Mbeki’s biograaf Mark Gevisser, noemen aids Mandela’s casus belli, een excuus om zijn afkeer te laten blijken van de afstandelijke manier van regeren van zijn opvolger. Anderen zien het als boetedoening, na zijn eigen falen in de vijf jaar dat hij president was en de miljoenen Zuid-Afrikanen die aan aids overleden in de schaduw bleven van zijn bejubelde leiderschap.

Maar zijn advocaat en boezemvriend George Bizos ziet het vooral als Mandela’s weigering zich over te geven aan het cynisme en ongeloof in een betere wereld, dat de afgelopen jaren veel Zuid-Afrikanen overmeesterde. „Als ik één ding van hem geleerd heb, is het zijn optimisme en rotsvaste geloof in de goede zaak. Nooit klaagde hij, nooit vroeg hij om zelfmedelijden. Mandela is het symbool van nooit opgeven, hoe oud je ook bent.” Bizos vertelt over zijn ontmoeting met Mandela aan het begin van zijn 27 jaar in de gevangenis, als hij de ontmoetingsruimte wordt binnengebracht door acht bewakers. Midden in het gesprek staat Mandela op en zegt: „Ach George, zie je wat deze plek met mijn goede manieren heeft gedaan. En vervolgens stelt hij me voor aan elk van de acht – genegeerde – bewakers, met voor- en achternaam. Dat is hoe we Mandela op zijn negentigste verjaardag vieren.’’

Hoe zien schrijvers en dichters Mandela? Kijk op pagina 24 en 25