‘Ontkoppeling’ pakt verrassend uit

De hele financiële crisis debatteren economen al over de vraag in welke mate de rest van de wereldeconomie zich zou ‘ontkoppelen’ van de met zware problemen kampende Amerikaanse economie van na de zeepbel. Nu wordt het antwoord wellicht duidelijk, al is het niet het antwoord dat ze hadden verwacht: de Amerikaanse economie toont een opmerkelijke veerkracht, terwijl de eurozone het meest ontredderd lijkt.

De Amerikaanse economie heeft tot nu toe geen enkel kwartaal van negatieve groei gekend – de cijfers over het eerste kwartaal zijn zojuist opwaarts herzien naar 1 procent op jaarbasis. Maar de Duitse economie is in het tweede kwartaal waarschijnlijk aanzienlijk gekrompen, aldus het Duitse ministerie van Economische Zaken, en dat geldt misschien ook voor die van de hele eurozone. Dit alles getuigt van de kracht van een goedkope munt en van de lasten die een dure munt met zich meebrengt. Er blijkt ook uit dat – ongeacht de vraag of dat op de langere termijn goed of slecht is – een activistische manier van beleid voeren zijn vruchten heeft afgeworpen.

Dankzij de val van de dollar bloeit de Amerikaanse export, die vrijwel de hele groei in het eerste kwartaal voor zijn rekening heeft genomen. Aan de andere kant heeft de stijging van de eurokoers van de afgelopen zes jaar – met 75 procent ten opzichte van de dollar – de export van de eurozone hard getroffen, maar de inflatie in de eurozone nog niet kunnen temmen. De Duitse export viel tussen april en mei met 3,2 procent terug, en de Franse met 1,7 procent, terwijl het tekort op de handelsbalans steeg naar een recordbedrag van 4,7 miljard euro. De industriële productie in de eurozone was in mei 0,6 procent lager in vergelijking met een jaar eerder.

Maar het zou verkeerd zijn de huidige problemen van de eurozone helemaal op het conto te schrijven van de barstende zeepbellen in de VS. De eurozone heeft ook zijn zeepbellen gekend. Diverse Europese landen hebben te maken gehad met zeepbellen op de huizenmarkt, als gevolg van een vorm van beleidvoeren die net zo nonchalant was als in de VS. Van midden 2003 tot eind 2005 bedroeg de rente in Europa slechts 2 procent – iets onder het inflatiepercentage in de eurozone en veel te laag voor de bloeiende huizenmarkten van Spanje en Ierland.

Zowel de eurozone als de VS moeten boeten voor hun eerdere nalatigheid om iets aan de inflatie te doen. Maar waar de Europese Centrale Bank op een laat tijdstip heeft gereageerd met een strenger beleid, blijft het beleid van de VS vooralsnog soepel. Dat is een andere vorm van ‘ontkoppeling’, waar de economie van de eurozone weinig plezier aan beleeft.

Ian Campbell