Na de beproeving wacht Ingewel

De wereld wordt steeds kleiner, maar er blijven altijd plekken waar bijna niemand komt.Deel III van een zomerserie over imaginaire bestemmingen:Het Rijk van Unauwen

Bekijk, reiziger, eens de kaart voorin dit boek, de Brief voor de Koning, de kaart die Tonke Dragt met zoveel liefde heeft getekend. Op het eerste gezicht toont die enkele landen in een rivierendelta, met bergketens en ondoordringbare wouden. De reisroute is makkelijk te vinden, van de kapel die uw voorganger, schildknaap Tiuri de nacht voor zijn ridderslag verlaat, tot de Stad van Unauwen waar hij uiteindelijk de brief bezorgt, met daartussen kloosters en kastelen, bruggen en bergen, steden en rivieren. Op deze kaart staan drie landen: het Rijk van Unauwen, het Rijk van Dagonaut en het land van Eviellan, dat in het zuiden aan beide rijken grenst.

Eviellan is het rijk van het kwaad, zoals de naam al doet vermoeden. Unauwen en Dagonaut hebben rechtvaardige vorsten en delen een oude geschiedenis. De handelaar Ardoc in Unauwen schept tegenover reizigers uit Dagonaut graag op over het roemrijke verleden van zijn land: ‘Eeuwen en eeuwen geleden trokken ridders van onze koning over de bergen naar jullie land, en ze stichtten er dorpen en bouwden kastelen. Ze leerden de mensen daar alles wat ze wisten en ze gaven hun ook hun taal.’

De kaart laat echter zien dat de banden tussen de bevriende mogendheden veel tragiek in zich hebben. Van de drie grote wegen tussen Unauwen en Dagonaut is er een overwoekerd door het Wilde Woud en dan ligt er tussen beide landen ook nog het Grote Gebergte. De inwoners van de landen mogen elkaar goedgezind zijn, ze kennen elkaar zelden nog. ‘Misschien komt dat doordat het Grote Gebergte zo hoog is’, heeft ridder Ristridin van het Zuiden wel eens gezegd. De reiziger kan hem met de andere Grauwe Ridders tegenkomen in de bossen van Dagonaut: ‘Ik ben een Zwervend Ridder en heb dus veel gereisd. Toch ben ik in Unauwens rijk maar eenmaal geweest.’

Tegelijkertijd dringen de boosaardige ridders van Eviellan makkelijk binnen in het Rijk van Dagonaut, dat alleen door de Grijze Rivier wordt beschermd. De Zuidenwindbergen in Unauwen zijn wel een obstakel voor de mannen van Eviellan, maar daar staat tegenover dat zij onder het valse voorwendsel van vrede kunnen binnenkomen.

De reiziger naar Unauwen doet dan ook niets minder dan het bestaan opnieuw betekenis geven op de zware weg over de bergen, die leidt tot waarachtigheid. Het is dan ook een goed idee om, net als Tiuri, de kluizenaar Menaures om raad te vragen, bij zijn hut hoog in de bergen. Reis erheen als een monnik, dat valt minder op en het past bij de statuur van de pelgrim. Overnacht in het gastvrije kasteel Mistrinaut, met het wandtapijt vol ‘krijgslieden met grote hoofden en gevleugelde helmen, die streden tegen een draakachtig monster met vele kronkelende halzen en wrede koppen.’

De weg die Menaures wijst over de bergen, is zwaar en gevaarlijk. Maar aan de andere kant wacht het Bos van Ingewel, met een weg die bedekt is met dik, veerkrachtig mos en met bloemen. De ultieme beloning is het paleis van koning Unauwen vol zalen met sierlijke zuilen en blauwe plafonds met gouden sterren, ramen van gebrandschilderd glas, vloeren van kleurig mozaïek en marmeren trappen.

Voor het zover is wacht nog een grote beproeving, de tolbrug over de Regenboogrivier. Wie erover wil, betaalt drie goudstukken. ‘Je moet bereid zijn te betalen voor iets dat je graag wilt’, zegt de tolheer. Wie dat niet kan, moet drie weken werken op het land. Dat is de definitieve loutering van de reiziger, die met het oversteken van de rivier ook innerlijke verscheurdheid heelt.

De regisseur van de deze week uitgekomen boekverfilming Brief voor de koning heeft laten weten dat hij de hoofdpersoon flink heeft aangepast. De jonge Tiuri dráágt het boek van Dragt, dat enkele jaren geleden met de Griffel der griffels werd bestempeld tot het beste Nederlandse kinderboek ooit. In de ogen van de filmmaker is Tiuri een plat personage dat nodig ronder gemaakt moest worden met wat romantiek.

Of de film een goede reisgids is, kan iedereen nu zien in de bioscoop. Maar ongezien kun je wel zeggen dat de opvatting van een van Nederlands betere filmmakers flauwekul is. Tiuri is helemaal niet plat; zoals in elke geslaagde reisroman is zijn tocht tevens een innerlijke reis, die in dit geval zijn volwassen worden versnelt.

Het belangrijkste is dat Tiuri geen volwaardig personage hóeft te zijn, omdat niet hij maar zijn reisdoel Unauwen het boek de psychologische en filosofische diepgang geeft. Het Rijk van Unauwen en in mindere mate het haast spiegelbeeldige Rijk van Dagonaut verbeelden de verscheurdheid en het verlangen, de weemoed en de wanhoop van degenen die hen bereizen. Wie reist in het voetspoor van Tiuri, is dan ook gewaarschuwd: het is onmogelijk langs de Blauwe Rivier of door het Bos van Ingewel te lopen zonder te denken aan vergeten vrienden of verkeerde afslagen in het eigen leven.