Minister van loze woorden

Minister Plasterk heeft grote ambities met de culturele sector – maar meer geld heeft hij er niet voor over. Juist goede instellingen krijgen daardoor enorme problemen.

Het virus van de sociaal-democratische maakbaarheid heeft weer toegeslagen. Minister Plasterk probeert met een verandering van het cultuurbestel orde te scheppen in het kunstenlandschap. Het maakbaarheidsideaal in de kunsten luistert tegenwoordig naar de naam ‘landelijke basisinfrastructuur’ en betreft een herverkaveling van het culturele landschap. De instellingen staan niet langer centraal, maar culturele ‘functies’.

Op nauwkeurig omschreven takenpakketten moesten de instellingen vorig jaar hun plannen indienen. De Balie, waar ik voor werk, was na lang zoeken onder te brengen als ontwikkelinstituut in de categorie 9L. Het omgekeerde gold voor Opera Zuid. Die hoefde niet lang te zoeken, als enige paste die in de categorie 9E.

Een maakbaarheidsideaal ziet er op papier vaak goed uit, maar in de praktijk pakt het anders uit. Zeker in de praktijk van de kunst, van de kunstadvisering en van de altijd krappe budgetten. In het ergste geval overleeft het landschap de herverkaveling niet, en raken kunstenaars en instellingen beklemd tussen verwachtingen en de politieke en economische realiteit.

Een voorbeeld: De Paardenkathedraal in Utrecht. Het is het grootste toneelgezelschap in de regio. Ze doen een gooi doen naar de functie van stadsgezelschap, omdat minister Plasterk in zijn notitie Kunst van Leven stelt dat er acht stads- of regiogezelschappen moeten komen, en daarnaast nog één Friestalig. De Paardenkathedraal moet om in aanmerking te komen voor die rol, of functie, meer voorstellingenseries spelen, meer verbindingen maken met andere instellingen en meer educatie bieden.

Maar wat is nu het geval: deze club, en wel meer instellingen, komen doordat ze in hun plannen aansluiting zoeken bij het ambitieniveau van de minister in zwaar weer. Waarom? De Raad voor Cultuur adviseerde bij de beoordeling van de aanvragen 26 miljoen bovenop het beschikbare budget te doen. De minister heeft meteen het advies van de Raad terugverwezen en gevraagd om een aanvullend advies binnen het budget.

Het herziene advies van de Raad is half juni uitgekomen. Het bevat – op basis van gelijkblijvend budget – een noodscenario: de honorering van de instellingen gaat terug naar het niveau van 2006.

Deze uitkomst – in feite: niet kiezen – betekent terug naar af, ook voor degenen die als uitstekend zijn beoordeeld. Anders gezegd: de winnaars verliezen het meest. In Utrecht vindt er een kaalslag plaats, want naast De Paardenkathedraal, zijn BAK en het Nederlands Filmfestival grote verliezers. De stad Utrecht ziet 2,3 miljoen euro verdampen.

Eind juni, in een algemeen overleg van OCW in de Tweede Kamer, maanden daarom bijna alle cultuurwoordvoerders Plasterk tot óf het snijden in beleidswensen, óf het snijden in andere begrotingen, óf de twintig miljoen die nog in zijn begroting zit – en nog niet uitgegeven is – te besteden aan dit drama.

Plasterk gaf direct te kennen

dat hier allesbehalve sprake was van een slachtveld. Extra geld is volgens hem niet nodig omdat zijn speerpunten – van internationalisering tot participatie – niet nieuw zijn en feitelijk al tot de dagelijkse praktijk van veel instellingen behoren. Kortom, de sector kan zijn werk gewoon voortzetten en heeft daar geen extra middelen voor nodig.

Ook met betrekking tot het snijden in beleidsdoelen en functies gaf hij niet thuis. Plasterk schermt veelvuldig met zijn vroegere rol als beoordelaar van aanvragen voor kankeronderzoek, waar alle aanvragen getuigden van hoogstaande kwaliteit en waar altijd harde keuzes moesten worden gemaakt. Hij afficheert zich daarmee als iemand die prioriteiten kan stellen. Alleen: hij deed dat nu niet, ondanks herhaaldelijk aandringen van de Kamerleden.

Gaat het hem om participatie of toptalent? Om een brede basis of innovatie en ‘e-cultuur’? Internationalisering of Mooier Nederland? En als het gaat om de instandhouding van het kunstenlandschap, zijn dan de productiehuizen voor talentbegeleiding belangrijker of de regiogezelschappen? Plasterk deed dergelijke vragen naar prioriteiten af als ‘primitief’.

De Kamerleden lieten hem ontsnappen. 1-0 voor Plasterk, die zijn voorgangers goed heeft bestudeerd en geconcludeerd moet hebben dat je als bewindsman van cultuur vooral onder vuur komt te liggen als je inhoudelijke uitspraken doet. Hij houdt zijn plannen liever uit het schootsveld.

Niet met prioriteiten komen

en de eigen speerpunten afdoen als bestaand beleid, maakt zowel de gehele exercitie van een cultuurnota als de landelijke basisinfrastructuur tot een pijnlijke farce. Dit lijkt verdacht veel op oude wijn in nieuwe zakken, op de tirannie van de status quo, een staaltje re-branding van de sector, maar niet op een landelijke basisinfrastructuur.

De conclusie is dat de combinatie van het gedicteerde budget en het aanvullende advies voor de Raad funest is voor de ambities van het nieuwe cultuurstelsel. Het kan niet anders dan onsamenhangend en verbrokkeld uitpakken; de term landelijke basisinfrastructuur niet waardig. Het budget is te krap voor een geloofwaardige infrastructuur.

Onder de noemer ‘cultuurprofijt’ krijgen culturele instellingen naast dit alles ook nog te maken met een algemene korting van circa 12 procent in vier jaar. Een goed presterende instelling wordt teruggeplaatst op zijn – zoals dat zo fraai heet – ‘historische budget’ om daarvan vervolgens in vier jaar bijna twaalf procent zelf van te moeten vinden. Een instelling met twee ton subsidie per jaar moet in vier jaar zelf een ton bijverdienen. Wie daarin slaagt krijgt een beloning, namelijk een matching met hetzelfde bedrag: de ‘wortel en stok’-systematiek.

Zou de minister in de toekenning van subsidies voor het kankeronderzoek een minder functionerend wetenschappelijke onderzoeksinstituut van de KNAW in de regio omwille van een spreidingsideaal wel financieren ten koste van een betere speler uit de Randstad?

Het kunst- en cultuurveld is gebaat bij óf een ware technocraat die zijn beleidsnota vierendeelt en glashelder aangeeft wat er de komende jaren niet gaat gebeuren, óf een bevlogen generalist die wat hij zijn veld voorhoudt ook zelf waarmaakt door andere departementen te verleiden zijn uitgaven te matchen. Kunst en cultuur moet als immateriële basisinfrastructuur een onderwerp zijn voor het hele kabinetsbeleid, dat nota bene draait om normen en waarden en verheffingsidealen.

Ellen Walraven is algemeen en artistiek directeur van cultureel en politiek centrum De Balie in Amsterdam.

Rectificatie / Gerectificeerd

CORRECTIES

In het fotobijschrift bij het pleidooi van Ellen Walraven (CS, 18 juli) werd kunstenaarsgroep El Hema opgevoerd. El Hema is geen groep, maar een project van Mediamatic, dat met 75 procent dreigt te worden gekort op zijn subsidie.