Mandela’s glimlach volstaat

Zuid-Afrika viert vandaag Nelson Mandela, en daarmee negentig jaar van de nationale geschiedenis. „Als ik iets van hem geleerd heb is dat zijn optimisme en geloof in de goede zaak.”

Mandela vorige week bij de jaarlijkse Mandela-lezing, in Kliptown nabij Johannesburg. Foto Reuters Former South African President Nelson Mandela attends the Sixth Annual Nelson Mandela lecture in Kliptown, near Johannesburg, July 12, 2008. The lecture, addressed by Liberian President Ellen Johnson-Sirleaf, forms part of celebrations marking Mandela's 90th birthday. REUTERS/Mike Hutchings (SOUTH AFRICA) REUTERS

Hij hoeft eigenlijk niets meer te zeggen. Een glimlach voor de camera’s is genoeg. Nelson Mandela, negentig jaar vandaag, werd in de afgelopen dagen van fotokwartiertje naar fotokwartiertje gebracht. Ondersteund door wandelstok en zijn derde vrouw, Graca Machel, geregisseerd door zijn vertrouwensmannen en -vrouwen, toegejuicht door de beroemdheden en bedrijven die even mochten baden in het licht van deze laatste held van de afgelopen eeuw, het gevierde icoon, die levende legende.

Soms was de microfoon al uitgezet, als bleek dat Mandela voor vertrek toch nog even wilde grappen. „Praten is alles wat ik nog kan”, zei hij dinsdag bij de presentatie van de Mandela-postzegel, „maar ik begrijp dat niemand hier nog zit te wachten op wat een oude man te zeggen heeft.”

Daar werd hartelijk om gelachen, in het Mandela House aan Central Avenue in de luxe woonwijk Houghton bij Johannesburg. Die Mandela toch. Maar had hij niet een punt? Wie zit er in Zuid-Afrika anno 2008 nog te wachten op de woorden van de grondlegger van democratisch Zuid-Afrika?

Wat zijn collega’s betreft uit het regerende Afrikaans Nationaal Congres – het ANC is krap zes jaar ouder dan Mandela zelf – is de tijd voor Mandela-magie al lang voorbij. Er zijn al negen jaren verstreken sinds de dag dat hij als eerste Afrikaanse leider vrijwillig terugtrad na één termijn als president. Mandela mag zich alleen nog bewegen binnen de parameters van een gepensioneerd politicus: als troeteldier van filmsterren en popidolen en fondsenwerver van zijn kinderfonds en de Mandela-stichting.

Zie de zorgvuldig geregisseerde zinnen die hij mocht spreken op het concert ter ere van Mandela in Londen op 27 juni, de dag dat Zimbabwe de gewelddadigste verkiezingsronde uit zijn geschiedenis beleefde. Mandela’s woordvoerders was in de dagen voorafgaand aan het concert herhaaldelijk gevraagd waarom hij zich niet uitsprak over het geweld dat zijn generatiegenoot Mugabe op dat moment op zijn kiezers losliet. Mandela sprak zijn zorgen uit over de oorlogen in Irak en Darfur en over „falend leiderschap” in Zimbabwe. De naam van Mugabe noemde hij niet, precies zoals zijn opvolger Thabo Mbeki zijn Zimbabweaanse collega nog nooit bestraffend heeft toegesproken.

Zuid-Afrika viert vandaag negentig jaar van zijn eigen geschiedenis: de zwarte strijd tegen blank kolonialisme en apartheid, de bevrijding van de leider na 27 jaar in het gevang. Het verhaal van Mandela is het bijna bijbelse verhaal van Zuid-Afrika. Aan die mythe werd in het afgelopen jaar een gewelddadig hoofdstuk toegevoegd. Tienduizenden buitenlanders werden in de maanden voorafgaand aan de verjaardag van Mandela, boegbeeld van verdraagzaamheid, uit de krottenwijken verjaagd. De machtsstrijd binnen het ANC leidde recentelijk tot steekpartijen op partijbijeenkomsten. De voorzitter van de ANC-Jeugdliga, waar ook Mandela zijn politieke carrière begon, zei zelfs bereid te zijn ,,antirevolutionaire’’ ANC’ers te vermoorden die de opmars van de nieuwe partijleider Jacob Zuma in de weg zouden staan.

„Onze democratie is pas veertien jaar oud. Veel oudere democratieën worstelen met dezelfde problemen’’, troost Ahmed Kathrada, een medegevangene van Mandela op Robbeneiland. „Er zijn wilde mensen in alle organisaties ter wereld. En onze beweging is heel erg groot. Het enige wat telt is ons beleid, en dat beleid blijft gekant tegen racisme en geweld.’’

De beweging. Nooit stelde Mandela zijn persoon vóór het belang van het ANC. Het waren praktisch de eerste woorden die hij sprak op de dag van zijn vrijlating, 11 februari 1990: „Ik ben een trouw en gedisciplineerd lid van het Afrikaans Nationaal Congres. Ik ben het eens met zijn doelstellingen en strategieën.’’ Het belang van de partij ging in Mandela’s leven altijd boven dat van hemzelf, of zijn familie.

Slechts een keer week hij van dat principe af. Nadat Thabo Mbeki hem had opgevolgd als president van Zuid-Afrika, begon Mandela steeds meer te spreken over een onderwerp dat Mbeki het liefst verzweeg en dat Mandela zelf tijdens zijn presidentschap ook verzwegen had: hiv/aids.

Sommige schrijvers, zoals Mbeki’s biograaf Mark Gevisser, noemen aids Mandela’s casus belli, een excuus om zijn afkeer te laten blijken van de afstandelijke manier van regeren van zijn opvolger. Anderen zien het als een boetedoening, na zijn eigen falen in de vijf jaar dat hij president was en de miljoenen Zuid-Afrikanen die aan de gevolgen van aids overleden in de schaduw bleven van zijn bejubelde leiderschap.

Maar zijn advocaat en boezemvriend George Bizos ziet het vooral als Mandela’s weigering zich over te geven aan het cynisme dat de afgelopen jaren veel Zuid-Afrikanen overmeesterde. ,,Als ik iets van hem geleerd heb is dat zijn optimisme en zijn rotsvaste geloof in de goede zaak. Nooit klaagde hij, nooit vroeg hij om zelfmedelijden. Mandela is het symbool van nooit opgeven, hoe oud je ook bent.’’

Bizos vertelt het verhaal van zijn ontmoeting met Mandela aan het begin van zijn 27 jaar in de gevangenis, als hij de ontmoetingsruimte wordt binnengebracht door acht bewakers. Midden in het gesprek staat Mandela op en zegt: ,,Ach George, zie je wat deze plek met mijn goede manieren heeft gedaan. En vervolgens stelt hij me voor aan elk van de acht – gegeneerde – bewakers, met voor en achternaam. Dat is de Mandela die we op zijn negentigste verjaardag vieren.’’