Lande Idioot

Het is raar maar waar, ’s morgens om kwart voor tien, ik heb het zelf gezien.

’s Morgens in de wei.

Bij de bij en het paard met een baard.

Met een bril.

Met een huis on the hill.

Zijn naam is Kozijn van Sosijn.

Hij is gelukkig met zijn kind en vrouw.

Zijn kind heeft zwart haar en zijn vrouw blond, met een hond.

In zijn huis thuis.

Het is er pluis en ze hebben ook een muis.

Die heet Sijs.

Ze wonen allemaal in het huis.

Op dat huis staat een kruis en daar slaapt de luis.

Tot tien voor half muis.

Hij slaapt als een roos, met zijn vriendje Koos.

Koos is matroos en getrouw.

Met vriendinnetje Roos.

En zijn kind heet Moos en hij is ook matroos.

Met zijn vader Koos gaan ze met een boot naar Lande Idioot...

Daar ontmoeten ze Koot.

Die zit ook in de boot naar Lande Idioot, met zijn vrouw Pau Pau.

Zij heeft last van de kou, want zij komt uit Cacao.

Daar is het altijd koud en ook super benauwd.

Maar, ze heeft wel een vriendinnetje Klout en die heeft het nooit koud, maar meestal benauwd.

In Lande Cacao.

Het is er heel fijn en ze hebben een pluizig konijn, die heet Kozijn omdat-ie vaak in het raamkozijn zit.

Klout eet ’s morgens havermout.

Met Koot.

Gedicht van Lucy de Graaf en Romy Beekhof, allebei 8 jaar, uit Den Haag