Laat hem met rust

Banksy is een van de grootste figuratieve kunstenaars van deze tijd. Vind ik. Dat hij zijn werk op de openbare muur aanbrengt, des te beter. Dan kan iedereen het zien zonder een kaartje te moeten kopen (hoewel hij ook ongevraagd een paar muren in musea heeft verfraaid; jammer genoeg weet ik niet welke). Banksy is een fundamentele democraat met een vlijmscherp oog voor de absurditeiten waaraan wij gewend zijn geraakt omdat ze tot de jungle van onze beschaving horen.

Vrijwel alles wat ik van hem gezien heb, heeft bij mij een gevoel van opluchting veroorzaakt. Een klein meisje in een oorlogsomgeving, ze heeft een speelgoedbeertje bij zich, haar gezicht is bebloed. Links heeft een fotograaf zijn camera in de aanslag, rechts zijn collega die twee mannen van het Rode Kruis tegenhoudt terwijl hij zijn werk doet. Eerst de schokkende beelden, dan de eerste hulp. Een romantisch schilderij uit de negentiende eeuw, een bostafereel. Tussen de bomen heeft Banksy een stalen paal met videocamera’s neergezet. Tegen de kinderlokkers, de overvallers, dergelijk gespuis. Op de muur die de Israëliërs in Ramallah hebben gebouwd, heeft hij het silhouet van een meisje getekend dat met behulp van een tros ballonnen de versperring overwint. Ik geef een paar voorbeelden zodat u zich enigszins een voorstelling van zijn werk kunt maken. Zoek hem op in de Google.

Banksy was al beroemd, maar niemand wist wie hij was. Hij werkte in strikte anonimiteit. Dat was zijn keuze. Misschien wilde hij zich onttrekken aan eisen tot schadevergoeding, want op een muur in Disneyland of een museum breng je niet ongevraagd, ongestraft je kunstwerk aan. Als Mondriaan stiekem zijn Victory Boogy Woogy op een muur van de Stopera had geschilderd en daarna was opgespoord, was hij waarschijnlijk failliet geweest. De naamloosheid van Banksy is dus functioneel. En misschien heeft hij ook geen zin in het halleluja dat bekendheden en beroemdheden zich moeten en graag willen laten welgevallen. Misschien heeft hij volstrekt geen zin in die ‘fifteen minutes of fame’, in de woorden van Andy Warhol.

Maar zo zijn we tegenwoordig niet getrouwd. Wil je in naamloosheid je werk doen, en is dat buitensporig goed, dan juist zal je eraan moeten geloven. Een journalist van de Britse krant Mail on Sunday heeft het raadsel opgelost. Naam, toenaam en allerlei persoonlijke bijzonderheden vindt u in deze krant van 14 juli, en in de Volkskrant van de 15e. ‘Repelsteeltje van de kunst’ staat erboven. Dat is goed gevonden. Repelsteeltje was de kabouter die de dochter van de molenaar hielp goud uit stro te spinnen. ‘Ik ben toch zo blij dat niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet’, zong de kabouter in het verborgene, niet wetend dat hij werd afgeluisterd. Toen een vreemde hem bij zijn naam noemde, was het met zijn toverkracht gedaan.

Banksy doet me denken aan de Wilde Plakker uit begin jaren zeventig in Amsterdam. Grote affiches met mysterieus-poëtische teksten. Ik herinner me EEN GROOT DRESSOIR MET EEN FOTO VAN MIJN ZOON EROP. Niemand wist of weet wie deze Plakker was. Dat ik me een tekst herinner, zegt iets over zijn talent. Laten we Banksy ongemoeid. Bederf zijn naamloosheid niet.