Kerk biedt maaltijden en taalcursussen

Een half miljoen mensen maakt gebruik van maatschappelijke hulp door kerken in Rotterdam. „De onbaatzuchtige hulp van kerkelijke vrijwilligers is onbetaalbaar.”

Kerken hebben een hoog maatschappelijk rendement. Als de gemeente Rotterdam zou moeten opdraaien voor de psychosociale en maatschappelijke hulpverlening die nu wordt geboden door de kerken, dan zou haar dat tussen de 110 en 133 miljoen euro kosten. Het overgrote deel van de hulp (86 procent) wordt geboden door vrijwilligers.

Dat blijkt uit de studie Tel je zegeningen, die is uitgevoerd door het sociaal-wetenschappelijk instituut Kaski en het Nijmeegs Instituut voor Missiologie (NIM) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Directeur Frans Wijsen van het NIM presenteerde de resultaten gisteren aan de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens (Welzijn, PvdA) en het gemeenteraadslid Remco Oosterhoff (ChristenUnie/SGP). Oosterhoff gaf met een door hem ingediende motie in september 2006 de aanzet tot het onderzoek.

De hulp die kerken bieden bereikt vooral mensen in acute crisissituaties. Hulp van kerken is laagdrempelig, anoniem en niet-bureaucratisch, aldus de onderzoekers. Het gaat daarbij om zeer uiteenlopende activiteiten, van het verstrekken van maaltijden, het bieden van noodhulp en relatiebemiddeling tot huiswerkbegeleiding, taalcursussen en laagdrempelige concerten.

De kerkelijke hulp versterkt de sociale cohesie in de samenleving. Met hun maatschappelijke activiteiten bereiken de gezamenlijke Rotterdamse kerken tussen de 500.000 en 600.000 mensen. Dubbeltellingen zijn daarbij niet uitgesloten, relativeert het rapport, omdat dezelfde mensen vaak bij meer kerkelijke activiteiten betrokken zijn.

Rotterdam heeft tussen de 250 en 300 autochtone en allochtone kerken en geloofsgemeenschappen, die samen ruim 200.000 leden tellen, eenderde van de Rotterdamse bevolking. Een kwart van deze leden (9 procent van de totale Rotterdamse bevolking) bezoekt regelmatig een kerkdienst. Binnen deze kerken zijn 24.000 kerkelijke vrijwilligers actief, van wie ruim 50 procent meer dan acht uur per maand aan dit werk besteedt. 60 procent is vrouw. Uit het rapport blijkt verder dat de Rotterdamse kerken niet zoveel met vergrijzing te kampen hebben als doorgaans wordt aangenomen.

Voor het eerst is het maatschappelijk rendement van traditionele en migrantenkerken in één onderzoek bij elkaar gebracht. Daaruit blijkt dat de twee typen kerken elkaar op dit terrein niet veel ontlopen. Eerder onderzoek suggereerde een hoger rendement voor de traditionele kerken.

Gemeenteraadslid Remco Oosterhoff is ingenomen met de resultaten van het onderzoek. „Het rapport betekent publieke erkenning voor wat de kerk op maatschappelijk terrein betekent. Zelf zijn de kerken zich de laatste jaren weer bewuster geworden van hun missionaire taak in de samenleving. Ooit hebben ze, vaak tegen hun zin, een deel van hun sociale activiteiten aan de overheid afgestaan. Nu is er sprake van een beweging terug, waarbij de overheid met de kerken wil samenwerken.”

Wethouder Kriens beklemtoonde dat de stad niet alleen bestaat uit individuele burgers, maar ook vele gemeenschappen omvat. Zij riep de kerken op contact te zoeken met andere maatschappelijke organisaties. „Wij beseffen hoeveel geld er omgaat bij de kerkelijke hulpverlening en we realiseren ons tegelijk dat de onbaatzuchtige hulp die kerkelijke vrijwilligers bieden onbetaalbaar is.”

Het rapport is te lezen via nrc.nl/binnenland