‘Je mag best het plakband zien’

Deze week is de verfilming uitgekomen van de succesvolle musical Mamma Mia!. Catherine Johnson schreef voor beide de tekst op muziek van Abba. „Nu weet ik pas hoe briljant die nummers zijn.”

Meer dan tien jaar lang is er geen dag geweest dat ze niet aan Mamma Mia! heeft gedacht. En ook bijna geen dag dat ze er niet over heeft gepraat. Zelf heeft Catherine Johnson daar nooit zo bij stil gestaan, zegt ze, maar nu ze erover nadenkt – inderdaad ja, het is waar. „Het hele project is als een wervelwind over me heen gekomen. Nu de theatershow een bioscoopfilm is geworden, zijn de laatste jaren juist extra enerverend geweest.”

Catherine Johnson (50) schreef de musical waarin de beroemdste nummers van de Zweedse popgroep Abba een tweede leven kregen: ze werden onderdeel van een verhaaltje dat met Abba niets te maken heeft. Al negen jaar, tot op de dag van vandaag, wordt die show elke avond gespeeld in het Prince Edward Theatre in Londen. De Broadway-productie houdt het al vijf jaar vol. En overal ter wereld stonden en staan andere versies. Alleen al in Nederland, in het Beatrix-theater in Utrecht, speelde Mamma Mia! (met Simone Kleinsma in de hoofdrol) ruim twee jaar voor volle zalen.

Of de verfilming, die deze week in roulatie ging, net zo succesvol zal zijn, staat nog te bezien. Ondanks de hoofdrol voor Meryl Streep en de bijrollen voor Pierce Brosnan, Colin Firth en Stellan Skarsgard, zijn de kritieken gemengd. Niet iedereen is geëpateerd van hun pogingen tot zang en dans. Terwijl de theatershow, die genoeg heeft aan één inventief decor, ontegenzeggelijk te lijden heeft onder het feit dat een film op oneindig veel meer – ook authentieke – locaties kan worden gemaakt. Wat in het theater een pretentieloos feestje is, krijgt in de film misschien iets te veel gewicht.

De schrijfster verwerpt die suggestie: „De producente is dezelfde, de regisseur is dezelfde en ik, de schrijfster, ben dezelfde. Daardoor heeft de film volgens mij hetzelfde gevoel als de theatershow. Ondanks de glamour die om die Hollywood-sterren heen hangt, geloof ik niet dat de film wezenlijk anders is geworden. We hebben het hotel op het Griekse eiland waar iedereen samenkomt, niet minder krakkemikkig gemaakt. Je ziet het plakband en de paperclips er nog steeds dwars doorheen. Ook in de film kan er ieder moment een kakkerlak opduiken.”

Het was producente Judy Craymer

die al met het idee voor een musical met Abba-songs rondliep sinds ze in de jaren tachtig een ondergeschikte functie vervulde bij de Londense productie van Chess, de musical die de Abba-mannen Björn Ulvaeus en Benny Andersson schreven na het uiteenvallen van de groep. De heren hielden het af; ze zagen er niet veel in. Toch wierp de producente af en toe een balletje op bij deze of gene schrijver. Een verhaaltje waarin de Abba-nummers zouden passen alsof ze speciaal voor dat doel waren gemaakt, kwam er echter niet. Totdat zij via via in contact raakte met Catherine Johnson, die eerder een paar toneelstukken had geschreven voor een theatergroep in haar woonplaats Bristol en verder scripts schreef voor de ziekenhuissserie Casualty en ander tv-lopendebandwerk. Al tijdens hun eerste gesprek, in januari 1997, opperde zij dat het wellicht over een moeder en een dochter zou kunnen gaan. Het duurde nog tot april 1999 voordat de show in Londen in première kon gaan.

„Het script moest niet alleen grappig zijn”, vertelt Johnson, „maar ook personages bevatten met wie het publiek kan meeleven. In het begin waren de songs van Abba vooral vrolijk en uptempo: Dancing Queen, Super Trouper, Honey, honey, Voulez vous, noem maar op. Maar later hebben Björn en Benny ook heel emotionele songs geschreven, vooral toen hun huwelijken met de twee Abba-zangeressen op de klippen liepen.

„Judy Craymer kwam ooit op het idee omdat ze The winner takes it all zo’n theatraal nummer vond – typisch voor een musical. Dat moest er dus in elk geval in. Verder had ik alle vrijheid. Eigenlijk kende ik alleen de allergrootste hits, want in de jaren zeventig was ik gek op punk – dan ging Abba merendeels aan je voorbij. Nu weet ik pas hoe briljant die nummers zijn. Terwijl ik het verhaal schreef, zocht ik voortdurend in het Abba-tekstboek naar passende songs. Maar soms is het ook met een song begonnen; toen ik I do I do I do vond, wist ik dat er een bruiloft in moest. Aan de andere kant is het me echter niet gelukt om Waterloo er in te krijgen, hun eerste grote hit. Dat is een toegift geworden.”

Mamma Mia! werd het verhaal van de alleenstaande moeder Donna wier dochter op het punt staat te trouwen, maar eerst wil weten wie haar vader was. Blijkens moeders dagboeken zijn er drie mogelijkheden. De dochter nodigt hen alle drie uit voor haar huwelijk, in de hoop de echte vader te kunnen identificeren. En dan ziet Donna zich dus geconfronteerd met drie ex-minnaars.

Dialogen en songs zijn één geworden – zodanig dat Joop van den Ende, toen hij de Nederlandse versie ging produceren, eiste dat ook de songs in het Nederlands moesten worden vertaald. Björn Ulvaeus protesteerde, maar Van den Ende hield vol tot hij bij wijze van experiment zijn zin kreeg. Hier werd het een geslaagd procédé, waarna het ook veel andere niet-Engels sprekende landen is nagevolgd.

„Ik vind dat een groot compliment”, zegt de schrijfster. „Het betekent dat het verhaal op zichzelf kan staan en dat de songs er naadloos in passen. In het origineel wordt het volgende nummer soms in de dialogen al aangekondigd door een paar woorden uit de songtekst. Dat effect ben je natuurlijk kwijt als je de songs vertaalt. Dan is de herkenning weg. Maar eerlijk gezegd heb ik wel eens gefantaseerd hoe het zou zijn als ik geen Engels sprak. Dan zou elk volgend nummer ook voor mij een complete verrassing zijn.”

Een collega laat vragen waarom zijn favoriete Knowing me, knowing you niet in de film zit.

„In de theatershow is dat het nummer waarin Sam, een van drie mogelijke vaders, over zijn mislukte huwelijk met een andere vrouw zingt. En daar werkt het. Maar de musical duurt 2,5 uur en de film is bijna een uur korter. Judy zag het in het filmscript en zei: Sam moet nu niet meer terugkijken op het verleden, dat interesseert ons niet, we moeten verder met het verhaal. Tja.”

Het wereldwijde succes van de musical

heeft producente Judy Craymer, regisseur Phyllida Lloyd en schrijfster Catherine Johnson tot miljonairs gemaakt. Ulvaeus en Andersson waren dat allang. De schrijfster is door het kassucces in staat gesteld in Bristol workshops met jonge toneelschrijvers te financieren. En zelf? „Ik was nooit zo geïnteresseerd in musicals. Als kind zag ik de films van Oklahoma en My fair lady, veel verder ging mijn kennis niet. Maar nu heb ik de smaak te pakken gekregen. Het National Theatre heeft mij gevraagd een stuk te schrijven en misschien wordt dat een musical. Maar wat is het toch moeilijk om songteksten te maken.”