Inflatie en beurs knagen aan pensioen

Nieuwsanalyse De inflatie loopt op. De pensioenfondsen zien hun financiële positie verslechteren. Moeten de fondsen werknemers en gepensioneerden voor de tweede keer teleurstellen?

De beurscrisis gaat bijten. Ook als u niet in aandelen belegt. De beleggingsverliezen op aandelen van de grote pensioenfondsen kunnen een nieuwe tegenvaller worden voor de koopkracht van werkend en gepensioneerd Nederland.

Na de stijgende olieprijzen, stijgende voedselprijzen en de invloed van nieuwe overheidsheffingen, komen in het najaar nog drie prijskaartjes op tafel: de prijs van de overheid, de prijs van zorg en de prijs van pensioen.

De belasting- en premieheffing komt op Prinsjesdag met de nieuwe begroting en wordt vastgesteld na de parlementaire behandeling.

De prijs voor de zorg valt zonder twijfel hoger uit dan dit jaar. Dat is niet alleen het gevolg van een wetmatigheid dat een vergrijzende bevolking duurder uit is. De zorgverzekeraars lijden tevens substantiële verliezen op hun beleggingen en staan al onder druk van de toezichthoudende Nederlandsche Bank om hun financiële positie te versterken. Dat kan met premieverhogingen. Dat zal vanaf oktober duidelijk worden.

In dezelfde periode komt de prijs van pensioen op tafel. De voortekenen zijn niet gunstig. Uit de cijfers die vijf van de grootste pensioenfondsen gisteren bekendmaakten wordt duidelijk dat de verliezen op aandelenbeleggingen hun financiële positie verzwakken. De waarde van hun beleggingen daalt, terwijl de waarde van hun pensioentoezeggingen niet veel is veranderd, zodat de verhouding tussen die twee, de dekkingsgraad, een daling laat zien.

Met hun financiële positie staan de vijf fondsen (zie tabel) boven de minimumgrenzen van de toezichthoudende Nederlandsche Bank. De vuistregel voor de ondergrens is een dekkingsgraad van 125 procent. Maar elk pensioenfonds heeft zijn eigen minimum, afhankelijk van de risico’s in de beleggingsportefeuille en de leeftijd van de pensioengerechtigden. Het Pensioenfonds Metalektro noemt 118 procent als onderste grens voor de dekkingsgraad.

Wie daaronder komt moet een zogeheten herstelplan indienen. Dan is de keuze beperkt: een premieverhoging, geen verhoging van het pensioen met de loon- of prijsstijging, of versobering van de pensioenregeling.

Wie boven het minimum zit, heeft meer vrijheid. De pensioenfondsen beslissen aan de hand van hun financiële positie na het derde kwartaal wat zij doen. Maar ABP maakt nu al duidelijk dat met zijn huidige financiële positie geen volledige verhoging van de pensioenen mogelijk is. Deze verhoging, de zogeheten indexatie, is gekoppeld aan de loonstijging in de bedrijfstak of aan de prijsstijging. Met name onder gepensioneerden is indexatie een onderwerp dat de gemoederen gemakkelijk verhit. Gepensioneerden zien volledige indexatie als een impliciet verworven recht. Aantasting daarvan weegt extra omdat gepensioneerden geen besturende rol spelen bij de grote pensioenfondsen. Besturen zijn het domein van vakbonden en werkgevers.

De keuze die ABP maakt voor de beperking van indexatie zal ook de keuze van anderen zijn als de nood aan de man komt. Liever de pensioenstijging en uitkeringen korten dan de kosten verhogen voor de werkgevers door hogere pensioenpremies te heffen.

De maatregelen werken wel verschillend uit: gepensioneerden worden direct getroffen in koopkracht, terwijl werknemers de waarde van hun toekomstig pensioen minder zien groeien.

Het zou, gezien de hardnekkigheid van de financiële crisis, de tweede keer kunnen worden dit decennium dat de pensioenwereld zijn deelnemers teleurstelt. Na de ‘pensioencrisis’ van 2001-2003 moesten talloze fondsen de indexatie ook beperken. De meeste hebben dat later gecompenseerd. De situatie in 2001-2003 was echter aanzienlijk slechter dan nu.

Daar staat tegenover dat de inflatie toen heel laag was, en nu oploopt. Dat confronteert de pensioenwereld met extra problemen. Hun beleggingen moeten niet alleen opboksen tegen een aandelenmalaise, maar ook tegen de stijgende inflatie. Dat moet op langere termijn tot een stijgende rente leiden: slecht voor de koersen van de beleggingen met vaste rente, maar weer gunstig voor de waarde van pensioenverplichtingen. Maar op korte termijn houden de financiële markten een grillig verloop.

Per saldo zijn de gevolgen van een inflatieschok negatief, blijkt uit een nota die De Nederlandsche Bank gisteren op haar website zette. Een inflatiestijging pakt negatief uit voor de dekkingsgraden en negatief voor de indexatie. En juist een rap stijgende inflatie bijt nog eens extra in de portemonnee.