Ik wil sterven met een bulderende protestkreet

Lieve Hafid,

Bespeur ik een lichte irritatie? Of walst daar een kolossale irritatie op me af? In het kader van de ontnaaikransing is dat mooi meegenomen. Ik hoor me inderdaad niet met je leven te bemoeien. Iedereen moet zelf beslissen wat hij met zijn lijf en hersens uitspookt, ook of hij naar de bliksem wil.

Maar zoals er mensen rondlopen van wie ik wou dat de ondergang iets sneller opschoot, zo lopen er ook een paar mensen rond die bij mij spontaan het verlangen oproepen hun bestaan een beetje te rekken. Niet uit bezorgdheid, bemoeizucht of leedvermaak, of uit een willekeurige mengeling van die drie, maar uit puur egoïsme. Je merkt het, ik voel me aangesproken. Egoïsme, omdat ik wil dat ze voor mij blijven bestaan.

De laatste jaren ging een bovengemiddeld aantal vrienden van me de pijp uit. Ze moesten zich schamen. Ik had in ze geïnvesteerd. Ze hebben mij meegemaakt toen ik iemand anders was en nog iemand anders. We hebben van elkaar gezien hoe we takken en bladeren kregen. En schors en mos. Straks is zelfs de laatste mens verdwenen die een goed woordje voor me kan doen.

Wat een oude, kromme boom staat daar, denkt een argeloze voorbijganger. Hoe groeien ze zo gek? En hij pakt een bijl en bevrijdt de aarde van een ziek uitstulpsel.

Het wordt zwaar weer, Hafid.

Ik kijk peinzend omhoog naar het televisiescherm dat hier dag en nacht tegen de muur hangt te flakkeren. Ringo Starr wordt 68, lees ik. Ik zie de lelijke drummer zitten bij Larry King. Verkeerde zonnebril, kortgeknipte schedel en veel haargroei rond de geile mondholte. Om de drie zinnen komt zijn hand in beeld en maakt hij een V-teken. Als de woorden opa en looprek en eczeem in het centrum van zijn achtenzestigjarige heelal staan, dan ziet hij er zo centrifugaal mogelijk uit. Lelijke mensen kunnen alleen maar mooier worden.

Happy Birthday, Ringo! lees ik ineens, in koeienletters. Ze zijn er maar blij mee, bij CNN. Ringo Starr wordt 68. De olifant heeft een lange hals. De sidderrog tjilpt. Zo klinkt het voor mij.

Ook overgrootvader Paul McCartney komt even het scherm vullen. Jezus, wat was ik verliefd op die jongen. Als een loopse meid in het groene gras. Je hebt liefdes die kort duren – vallende sterren, blauwe maandagen, één nacht ijs – en je hebt liefdes die een paar dagen goed blijven. Paul McCartney duurde wel weken.

Ik heb een bloedhekel aan gezanik over leeftijd. Aan leeftijd worden verschijnselen en prestaties opgehangen die daar helemaal niet horen te hangen. Toch – iedereen ter wereld, zonder enige uitzondering, wordt elke dag één dagje ouder. Ik zweer het bij Sint Scheurkalender. Iedereen zit in hetzelfde verouderingsschuitje. Gezanik over dat schuitje heeft geen zin. Maar af en toe moet het eruit.

Sommige waarheden zijn zulke koeien, je verstand staat er bij stil dat de mensen er niet serieuzer naar leven.

Als onze ministers en generaals wat vaker aan hun sterfelijkheid dachten zouden ze niet zoveel jongens de dood insturen. (Ik weet niet of ik dit zelf heb verzonnen.)

Tja, de levenslust wil wat.

Niet elke levenslust redt het op het slagveld. Jouw levenslust heeft sterke handlangers. Je trots en je verstand van humor. Sommigen noemen het ‘gevoel voor humor’, maar van humor moet je verstand hebben. Levenslust blijft het tere punt.

Ach, die-en-die is zo waardig gestorven, lees je dan. Geen klacht kwam over zijn lippen. Hij stierf zo mooi en zo stil en zo driedubbel waardig. Aan m’n hoela. Ik wil sterven met een bulderende protestkreet die tot aan de Lofoten valt te horen.

Hou koers, je Gerrit