Idealen

IMG_0679_1.JPGDe afgelopen week was ik in Abchazië, een Georgische provincie die zich wil afscheiden om als een onafhankelijk staatje à la Kosovo verder te gaan. De officiële reden voor dat onafhankelijkheidsstreven is dat de Abchaziërs in het verleden door de Georgische autoriteiten onderdrukt werden. Zoals de Georgiërs dat op hun beurt weer werden door de Russen, toen ze nog deel uitmaakten van het tsarenrijk en de Sovjet-Unie. Nu dreigt er oorlog tussen beide landen, want Georgië wil de provincie koste wat het kost behouden. ,,Als de Georgiërs zich los mochten maken van de Sovjet-Unie, waarom mogen wij dat dan niet van Georgië”, zeiden veel Abchaziërs die ik sprak in de straten van Soechoemi. In de mooie bloemenhoofdstad van Abchazië ruikt het zwaar naar mimosa en andere bloemen. Die geuren deden me denken aan de verslavend mooie beschrijvingen die schrijver Konstantin Paustovski van de stad gaf - hij kreeg hoofdpijn van die zware luchten - in het vijfde deel van zijn autobiografie De sprong naar het Zuiden.IMG_0687.JPGAls je door de straten van Soechoemi doolt is er eigenlijk helemaal niet zo veel veranderd sinds de jaren twintig toen Paustovski er woonde. Wel is de stad in de burgeroorlog van 1992-’93 aan flarden geschoten door de troepen van de toenmalige Georgische president Sjevardnadze.IMG_0684.JPG Overal zijn sporen van kogelinslagen te zien. Aan de boulevard staat ook nog het geheel uitgebrande eens zo deftige hotel Abchazia. Er groeien inmiddels bomen uit de stenen van de bovenste verdieping en het ziet er niet naar ui dat er binnenkort een grote opknapbeurt plaatsvindt.Alleen de bloedwraak lijkt op het eerste gezicht verdwenen. Maar dat is vooral schijn, want de clans, waarvan het in de Kaukasus wemelt, vechten hun onderlinge strijd nog altijd net zo bloederig uit als een eeuw geleden.IMG_0682.JPGMaar op de kade spelen oude mannen schaak en skat, zoals ze dat er al eeuwen doen. Het geeft idyllische rust aan de stad, waar op wat Russen na amper toeristen komen. Alsof het jaar 2008 nog ver in de toekomst ligt.Je vraagt je altijd af hoe zo’n klein landje zonder een economie denkt te kunnen overleven. In een klein kantoortje in het centrum van de stad gaf Svetlana Goelija, directeur van het Abchazische Rode Kruis-Rode Halve Maan, misschien nog wel het beste antwoord op die vraag: ,,Het is onmogelijk.”Ook zij had het moeilijk, zowel persoonlijk (,,ik kan amper rondkomen van de 4000 roebel die ik maandelijks verdien”), als professioneel (,,we hebben amper donors”). Ze vertelde dat bijna de gehele bevolking werkeloos was, dat bejaarden moesten zien rond te komen van een pensioen van 16 euro per maand, dat alle fabrieken zijn gesloten. Het was grotendeels het gevolg van de economische blokkade door Georgië, zei ze. Ondanks die ellende zei ze toch voorstander te zijn van de onafhankelijkheid. ,,Onze jongens zijn tenslotte niet voor niets gestorven in de burgeroorlog van ’92-’93.”IMG_0695.JPGEn precies die laatste woorden zijn de kern van de huidige vasthoudendheid van de Abchaziërs om niet over een compromis te willen onderhandelen met Georgië. Want in een klein land met 230.000 inwoners kent iedereen elkaar en is iedere dode een geliefd familielid.  Vijftien jaar na afloop van de burgeroorlog wordt er nog altijd om die duizenden dode jongens gerouwd.