Hele wereld stak geld in Fannie en Freddie

De pogingen van de Amerikaanse regering om hypotheekverstrekkers te redden worden in Nederland op de voet gevolgd.

Ieders geld staat op het spel.

De Amerikanen spelen hoog spel: zij proberen het dak van hun financiële systeem te repareren terwijl de slagregens over het land trekken.

De regering heeft noodmaatregelen aangekondigd om het vertrouwen te herstellen in de financiële positie van twee kernfinanciers van de Amerikaanse huizenmarkt, Fannie Mae en Freddie Mac. Als de reparatie mislukt is dat levensgevaarlijk voor de mensen die van het gladde dak glijden of halverwege blijven bungelen.

Maar het is ook kostbaar voor al die verzekeraars, beleggingsfondsen, particulieren, centrale banken en pensioenfondsen die hun geld hebben belegd in obligaties van de twee financiers. Fannie Mae en Freddie Mac financieren en garanderen samen de helft van het Amerikaanse eigenwoningbezit.

Het vertrouwen van beleggers is de afgelopen weken ondermijnd door (dreigende) verliezen op hypotheekleningen en de noodzaak extra vermogen bij aandeelhouders aan te trekken. Opeens was de vraag actueel: zal de Amerikaanse overheid het duo steunen als de nood aan de man komt?

Ja, suggereert minister van Financiën Hank Paulson. Hij moet wel. Dit is ook een verkiezingsjaar.

Zijn reddingsplan kon de koersval van de aandelen en de verkoopdruk op de obligaties van de twee financiers stuiten. Maar de waarde van hun aandelen is in tien dagen gehalveerd. Ten opzichte van de piek in augustus vorig jaar is de koers van Fannie Mae zelfs met 87 procent gedaald.

Om hun werk te kunnen blijven doen en huizen te financieren moeten zij voortdurend effecten met een vaste rente uitgeven. Hun obligaties zijn populair omdat de effecten net wat meer rente bieden dan Amerikaanse staatsobligaties, terwijl beleggers ervan uitgaan dat dezelfde Amerikaanse staat wel te hulp zal schieten als het fout gaat.

De obligaties zijn kernbeleggingen van duizenden professionele vermogensbeheerders. Nederland staat nummer negen op de lijst van het Amerikaanse ministerie van Financiën van landen met de meeste obligaties van het duo. Deze lijst is van eind april, met 30 juni 2007 als meetpunt.

Superbelegger ABP, het pensioenfonds voor meer dan een miljoen leraren en ambtaren, bezit bijvoorbeeld voor 7,4 miljard euro obligaties van Fannie Mae en voor 3,6 miljard euro Freddie Mac-obligaties. De peildatum is eind 2007, de cijfers komen uit de top-100 beleggingen van ABP. Het fonds heeft ook – relatief kleine – aandelenpakketten in de twee.

Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn heeft juist een overzichtelijk klein pakket: voor bijna 21 miljoen euro Freddie Mac-obligaties. Pensioenfonds Metaal en Techniek heeft wel wat aandelen in de twee (samen 6 miljoen dollar, 3,8 miljoen euro), maar geen obligaties. Rorento, het obligatiefonds van Robeco, had eind 2007 voor 157 miljoen euro obligaties in de twee. Dat is onveranderd, aldus een woordvoerder.

Ook De Nederlandsche Bank bezit obligaties van het duo, voor 750 miljoen euro. De centrale bank belegt haar vermogen plus reserves voornamelijk in obligaties, waaronder effecten van deze twee instellingen. De Nederlandsche Bank is een van de vele centrale banken en staatsinvesteringsfondsen die deze beleggingen in portefeuille hebben. Nummer 1 is China met 376 miljard dollar, zo blijkt uit de lijst van het Amerikaanse ministerie van Financiën.

Gezien de rol van deze effecten in het internationale geldsysteem is de Amerikanen er veel aan gelegen dat beleggers vertrouwen houden. Als beleggers afhaken stijgt de rente op de obligaties van Fannie Mae en Freddie Mac.

Dat zou het duurder maken voor Amerikanen om een huis te kopen. En het zou de Amerikaanse regering zelf duperen: het wordt duurder om het begrotingstekort te financieren. Buitenlanders zijn de primaire kopers van staatsobligaties.