Heidi met Heimweh, een mooier lot kon ik me niet voorstellen

‘Ah, Holland…”, verzuchtte Franz. „Ik had ooit verkering met een meisje uit Holland. Esther. Esther uit Sheveniengen. Twintig waren we. Ik nam Esther mee naar de boerderij van mijn ouders. Mijn moeder was dol op haar. Esther kwam dan wel niet uit Beieren en ze was bezig met een studie medicijnen, maar ze was een ster in de keuken. Bovendien verzekerde ze mijn moeder dat ze alles op zou geven voor haar gezin. Toen kon ze geen kwaad meer doen. Esther en ik gingen twee jaar met elkaar, en al die tijd raakten we elkaar niet aan – dat mocht niet, we waren katholiek. Maar mij kwam het ook wel goed uit.”

Ik trof Franz bij de biertap in een homobar. Ik was toe aan een avondje onbevangen kletsen, en loeren zonder beloerd te worden. Vanwege een happy hour (alle bieren één euro) was het Kraftakt café in München zo vol dat ook het damestoilet voortdurend door gays bezet werd gehouden, maar dat was het enige minpuntje. In Kraftakt was het knus.

Franz was wel een beetje lang van stof. „De boerderij van mijn ouders is het mooiste plekje op aarde”, zei hij bij zijn derde pint. „Ik weet hoe teleurgesteld ze in me zijn, omdat ik nog altijd geen vrouw heb gevonden. Ze weten niets van mijn leven in de stad. Ik ben hun enige zoon, ik erf de boerderij als ze er straks niet meer zijn. Het is er zo mooi, zo mooi. De geiten en de schapen en de koeien zijn er niet meer, maar de kippen nog wel. Mijn moeder heeft een tuin vol vruchtenbomen. Mijn vader hakt nog elke dag het hout.”

Ik droomde weg. Vroeger, jaren voordat ik wenste dat er ook bij mij een E.T. in de tuin zou landen, wilde ik Heidi worden. Ik staarde eindeloos naar Heidi-incarnaties: met lange vlechten op het boekomslag, met krulletjes in de tv-serie, met zwarte Japanse coupe in de tekenfilm. Heidi. Heidi in de bergen. Heidi met Heimweh. Een mooier lot kon ik me niet voorstellen.

Opeens ging mij een licht op. Nog maar een eeuw geleden sloten aardige mannen zoals Franz en overgebleven vrouwen zoals ik gewoon een verstandshuwelijk. Ouders blij, kinderen vrij. „Franz”, zei ik. „Vind jij ook niet dat wij het heel goed kunnen vinden, samen? Eigenlijk?”

Aaf heeft tot 11 augustus vakantie.