Een monddode mythe

Vandaag is Nelson Mandela 90 jaar geworden. Dichters en journalisten kijken elk weer anders naar deze ‘celebrity’. Mandela als vriendelijke opa, als ster, als ‘Lazarus van onze tijd’.

Richard Bartlett: Halala Madiba. Nelson Mandela in Poetry. Aflame Books, 296 blz. €14,99

Bart Luirink (red.) Voor Nelson Mandela. Verhalen en voetnoten uit Nederland bij zijn negentigste verjaardag. Mets & Schilt, 192 blz. € 15,–

Groot nieuws: topmodel Naomi Campbell mag niet op Mandela’s verjaardagsfeest komen, want ze heeft zich misdragen op luchthaven Heathrow. De drugsverslaafde zangeres Amy Winehouse die Amerika niet meer inkomt, mag daarentegen wél komen. Elders in de krant staat kleiner nieuws: Mandela heeft nog steeds nauwelijks commentaar gegeven op Robert Mugabe’s verkiezingsoverwinning.

Nelson Mandela viert vandaag in kleine kring zijn 90ste verjaardag. Hoe staat hij ervoor? Is hij een celebrity wiens gedrag vooral voer is voor de roddelpagina’s? Is hij de grootste held van onze tijd? Is hij niet meer of minder dan ’s werelds beroemdste ex-gevangene? Wat is er, om met de Nigeriaanse dichter Wole Soyinka te spreken, van Mandela overgebleven? En wat zegt het antwoord op die vraag over Zuid-Afrika: het land dat zijn geschiedenis bepaalde, en omgekeerd?

Hoezeer de recente geschiedenis van Zuid-Afrika samenvalt met die van Nelson Mandela, blijkt uit de bundel waaruit Soyinka’s vraag afkomstig is, een feestbundel met poëzie ter gelegenheid van een vorige verjaardag.

Soyinka is in zijn gedicht ‘Your Logic Frightens Me Mandela’ vol ontzag voor de manier waarop Mandela op zijn omstandigheden heeft gereageerd, voor zijn wereldbeeld, zijn optimisme, maar hij is bang dat ‘wij’ ons als bloedzuigers zullen voeden met zijn levenskracht. Bij leven is Mandela een mythe, maar wat zal er van hem overblijven?

Halala Madiba is een opmerkelijke bloemlezing, waarin het niet gaat om de kwaliteit van de gedichten. Hier is iets anders aan de hand. Dichters uit 25 landen (maar voornamelijk uit Zuid-Afrika) bezingen in 97 gedichten, geschreven tussen 1963 en 2005 in de eerste plaats Mandela zelf. Maar zij doen dit op zulke uiteenlopende manieren, dat zich langzaam een beeld van een kwarteeuw Zuid-Afrikaanse geschiedenis vormt.

Deze geschiedenis begint met het gedicht ‘On The Island’ van Dennis Brutus uit 1963, waarin de stilstand op Robbeneiland wordt verwoord (zie kader). En de voorlopige slotsom wordt gevormd met het gedicht ‘Mandela’s Cell’ van Chris de Mann (zie pag. 2). Hierin kijkt de dichter als een toerist in het verleden, terwijl hij de echo’s hoort van de camera’s die de vrijgelaten Mandela fotografeerden.

Mandela’s cel: van desolate eenzaamheid tot bomvolle toeristenattractie. Tussen die twee polen beweegt zich zijn geschiedenis en dus ook die van het hedendaagse Zuid-Afrika. Zo schrijft Hamish Henderson in 1964 het gedicht ‘Rivonia’, over de rechtszaak waarbij behalve Mandela ook Govan Mbeki (vader van), Walter Sisulu, Achmed Kathrada en Dennis Goldberg werden veroordeeld tot levenslang. Twaalf jaar later schrijft de Afrikaner dichter Gerrit Fourie onder dezelfde titel een fel anti-Mandela gedicht. De rellen in Soweto in 1976 vormden de aanleiding om stil te staan bij de reden waarom Mandela en de zijnen intertijd eigenlijk werden veroordeeld: zij predikten geweld, en geweld is wat ze gekregen hebben.

‘Laten we ze niet vergeten, noch wat ze wilden: / vergeet niet de angst, bloed, geweld / haat, wraak, vandalisme […]. Laten we een hoofdstuk schrijven voor het stel / en dat dan afsluiten, en laat ons samen/ een geschiedenis schrijven over de overwinning van liefde en vrede.’

Het pleit voor deze bloemlezing dat ook een dergelijk gedicht werd opgenomen. Het is het enige echte anti-Mandela-gedicht in de bundel, maar het komt het beeld van de geschiedenis alleen maar ten goede: een stap verder dan simplistische hagiografie.

Naarmate de tijd vordert die Mandela in zijn cel doorbrengt (1963-1990), worden de gedichten over hem abstracter en strijdlustiger. Steeds minder gaan ze nog over de mens Mandela, niemand schrijft nog over de daden van het ANC waardoor Mandela in de gevangenis kwam. Mandela is een mythe geworden, een strijdkreet waaraan een ideaal verbonden kan worden.

Die ontwikkeling heeft te maken met

Vervolg op pagina 2

Van held tot legende tot bumpersticker

Vervolg van pagina 1

het beleid van de toenmalige voorzitter van het ANC, Oliver Tambo, een man met grote pr-kwaliteiten. Om de kwalijkheid van het apartheidsregime beter over het voetlicht te krijgen, besloot hij die te belichten aan de hand van één man. In 1980 begon hij de campagne ‘Release Nelson Mandela’ waarmee Mandela bewust tot symbool van de strijd wordt gemaakt. Vooral in de popmuziek bleek dit de juiste strategie: Linton Kwesi Johnson, Tupac Shakur, en The Special AKA – deze laatste is overigens niet opgenomen – lieten zich inspireren.

Ondertussen zal het verloop van de onafhankelijkheidstrijd in de buurlanden eveneens bepalend zijn geweest voor de strijdlustiger toon. Angola, Mozambique en tot slot Zimbabwe (1980), verwierven onafhankelijkheid. Terwijl de toen nog als de ‘Mandela van Zimbabwe’ beschouwde Robert Mugabe aan de macht kwam, zat het Zuid-Afrikaanse origineel nog vast. De ontwikkelingen in buurlanden en de groeiende internationale betrokkenheid, vinden hun weerklank in de gedichten. Helemaal omdat er in Zuid-Afrika ondertussen zo weinig verandert: Zindzi Mandela, de jongste dochter van Mandela en Winnie, vraagt zich af wanneer er eindelijk naar Afrika geluisterd zal worden: iedereen roept, de helden schudden meewarig het hoofd, maar de schreeuw om vrijheid wordt nog niet gehoord. En ook de latere ambassadeur van Zuid-Afrika in Nederland, Carl Niehaus, gebruikt grote woorden: ‘het bloed van onze heersers stroomt door onze aderen.’

Pas na Mandela’s vrijlating, in 1990, als hij als de ‘Lazarus van onze tijd’ (Chris Mann) herrezen lijkt, stellen de dichters verbaasd vast dat er een mens achter de mythe schuilgaat. ‘He emerged, walked free / looking like an ordinary, sweet grandfather’, dicht Lynne Bryer in dat jaar. Als Mandela in 1994 een regering gaat vormen, worden de gedichten weer algemeen maatschappelijk. En dan blijkt dat de hoopvolle toon van de bevrijding in de Zuid-Afrikaanse gedichten verrassend snel afneemt. Geweld en armoede staan centraal, terwijl de mythe nauwelijks boven de camera’s uitkomt. In buitenlandse gedichten lijkt het daarentegen alsof de mens Mandela, larger than life, nu pas goed is ontdekt – en die wordt ook interessanter gevonden dan diens historische betekenis. Mandela is een vriendelijke opa met echte emoties geworden. In de woorden van Andrew Motion, de Britse dichter des vaderlands: Mandela leidt ‘het leven dat ons liet zien / dat we onszelf kunnen worden / door te kijken naar hoe jij / jezelf werd.’ En de Ierse Nobelprijswinnaar Seamus Heaney herkent in Mandela een klassieke Griekse held:

Heel soms

kan de gewenste vloedgolf

van rechtvaardigheid opkomen

en hoop en historie vallen samen.

De enige Nederlandse bijdrage in de bloemlezing is komt niet overeen met het beeld dat wij Nederlanders zelf hebben van ons aandeel in de strijd. Het is een haiku van Jan Bontje: ‘The world listens / when Nelson Mandela talks. / His dream gives us hope.’

En zo is het. Maar het brengt ons in zekere zin terug bij het begin. Mandela werd van vrijheidsstrijder mythe; tussen 1990 en ‘94 héél even mens; en na 1994, toen hij zich ontpopte tot een verbazend vergevensgezind en diplomatiek leider, al snel weer een mythologische figuur. En vandaag, bij zijn 90ste verjaardag, is de mens Mandela al lang bedolven geraakt onder een dikke laag ademloze bewondering.

In de bundel artikelen van Nederlandse hand die ter gelegenheid van zijn verjaardag is verschenen – Voor Nelson Mandela. Verhalen en voetnoten uit Nederland bij zijn negentigste verjaardag – is het niet anders. Het zijn vooral verhalen over onvergetelijke ontmoetingen – die Mandela zelf ongetwijfeld allang is vergeten, zoals de meeste scribenten zich realiseren – en eervol handen schudden. Maxime Verhagen, Ed van Thijn en Peter H. Kooijmans belichten de Nederlandse rol in de apartheidsstrijd erg flatteus en buitenlandcommentator van het Nederlands Dagblad, Jan van Benthem concludeert: ‘Lijden kan iemand edel maken, meer dan een prins van geboorte ooit is’.

In deze bundel is Nelson Mandela edeler dan een prins, beroemder dan een voetballer, grootser dan God op aarde ooit had kunnen zijn. Maar daarmee vervalt zijn betekenis in het ondermaanse van vandaag. Bram Vermeulen, Zuidelijk-Afrika-correspondent van deze krant, is een van de weinigen die oog heeft voor de huidige betekenis van Mandela, een publieke figuur die je ondanks zijn leeftijd nog steeds zou moeten beoordelen op zijn politieke merites. En zijn conclusie is wrang.

Als publiek figuur is Mandela nauwelijks nog in staat om te zeggen wat hij wil. Politici en pr-medewerkers om hem heen snoeren hem de mond. Mandela geeft geen commentaar op Mugabe, en dat is een veeg teken: ‘een stille Mandela was ontnuchterend. Niet dat het geweten van de wereld, het morele kompas van een land in verwarring het zwijgen was opgelegd door anderen, die hem alleen nog als bumpersticker wilden. Maar dat hij zelf had aanvaard dat het zo maar zijn moest, voelde als verraad aan de vrijheid die hij zo lang had aangeprezen.’

Van held tot legende tot bumpersticker: het is de definitie vanhedendaags heldendom. Dat valt Mandela niet aan te rekenen, maar het dreigt wel zijn tragiek te worden. Onschadelijk gemaakt door oeverloze aanbidding. En daarmee in wezen opnieuw opgesloten.

Vertalingen gedichten door Toef Jaeger