De politieke kracht van gedichten

Het Vlaamse poëziedorp Watou ligt in een glooiende landstreek in de Zuidwesthoek, niet ver van Poperinge. Gedichten en beeldende kunst vinden er onderdak in boerenschuren, in het open veld. Minnaars van poëzie en moderne kunst vinden al bijna dertig jaar de weg naar dit bezielde dorp.

Je zou zeggen dat het een vredige plek is, bestemd voor ontroering en verstilling. Toch overheersten er vorige week dinsdag, 8 juli 2008, heel andere gevoelens. De Belgische koningin Paola bracht een bezoek aan Watou. Een grote eer voor organisator en dichter Gwy Mandelinck, voor de dichters en de beeldende kunstenaars. Het was de eerste keer dat de koningin deze regio bezocht, die grenst aan Noord-Frankrijk.

De vredigheid was plots voorbij, de poëzie bleek politiek geladen en angst heerste in het doorgaans stille dorp. Waarom? In Watou en omgeving wonen aanhangers van het Vlaams Blok. Zij hingen demonstratief de felgele vlaggen uit met daarop in het diepzwart de Vlaamse Leeuw. Vlaamse Blokkers, zoals ze genoemd worden, zijn gekant tegen de eenheid van België. Ze willen dat Vlaanderen zich afscheidt van Wallonië en hekelen de monarchie, derhalve de koningin als symbool van die eenheid. Er zou een ‘cordon sanitaire’ rond Vlaanderen moeten komen. Men vreesde dat er leuzen geroepen zouden worden, zoals ‘Leve de republiek!’ en ‘Weg met de monarchie!’

Er was een groot aantal bewakers aanwezig. Dranghekken stonden op het dorpsplein dat herdoopt is tot Hugo Claus-plein. Zes dichters lazen in restaurant Het Hommelhof aan de belangstellende koningin uit hun werk voor. De Poëziezomers Watou zijn nooit politiek geladen. Nu, in samenspel met het hoge bezoek, leek dichtkunst wel degelijk een maatschappelijk statement te kunnen zijn. In België leeft grote angst dat het land zal verbrokkelen, die deze week door de kabinetscrisis opnieuw is benadrukt. Bij die eventuele opsplitsing zal het overwegend Franstalige Brussel aan de Franse zijde vallen, en dus min of meer verloren zijn voor de Vlaamse kant. De poëzie in Watou pleit niet voor versplintering of verdeling, maar streeft in harmonie met de beeldende kunst juist eenheid na. Taal en beeld verrijken elkaar. In dat opzicht hebben al die gedichten beslist een maatschappelijke dimensie.

De Poëziezomers van Watou voeden zich met kunst uit de hele wereld, ook uit Wallonië, ook uit Vlaanderen. Koningin Paola heeft met haar aanwezigheid de politieke kracht die in gedichten kan schuilen gewekt. Gelukkig werd de vrees voor ordeverstoring niet bewaarheid. Via de poëzie gaan de gesprekken in Watou meer dan ooit over politiek. De regels uit een gedicht van Hugo Claus interpreteert iedereen, na het koninklijk bezoek, anders: „Spreken over de geschriften van dit land,/ drukwerk vol vraagtekens/ op het geduldig papier/ dat steeds opnieuw schrikt van zijn historie.”