De diplomastapelaars zijn terug

Het ministerie vond ze een onnodige kostenpost, leerlingen die na het vmbo-examen naar de havo gaan. Stapelen werd ontmoedigd, maar nu gebeurt het weer.

Zijn onderwijzer in groep acht wilde hem in 1991 naar het lager beroepsonderwijs sturen. De mavo zou te hoog gegrepen zijn voor de nu 29-jarige Tjeerd Bijl.

Daar komt niets van in, stelde zijn moeder. Haar zoon ging naar een algemene brugklas voor mavo, havo en vwo. Vorig jaar is hij afgestudeerd in de economische geschiedenis, op de opkomst van de commerciële pluimveehouderij tussen 1880 en 1940. Zijn onderwijscarrière voerde hem van havo naar mavo, terug naar havo, naar het vwo en ten slotte naar de universiteit.

Tjeerd heeft geluk gehad. Zijn leraren op de middelbare school adviseerden hem deze route. Een paar jaar later zou dit ‘stapelen’ van diploma’s juist actief zijn ontmoedigd.

Ze waren er rond de eeuwwisseling nog wel, stapelaars van diploma’s in het voortgezet onderwijs. Maar het ministerie van Onderwijs vond het maar duur en inefficiënt. Als vmbo’ers nou gewoon naar het mbo zouden gaan, havisten naar het hbo en vwo’ers naar de universiteit, zou dat veel geld besparen.

Nu is het stapelen terug van weggeweest. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het aantal stapelaars in het voortgezet onderwijs – van vmbo naar havo en van havo naar vwo – sinds het dieptepunt in 2001 bijna is verdubbeld.

Van de bijna 120.000 leerlingen die in 2006 hun vmbo- of havo-diploma haalden, stapten er iets meer dan 10.000 over naar een hoger schooltype in het voortgezet onderwijs – de vmbo’ers naar havo, de havisten naar vwo. Dat zijn er nog altijd bijna 5.000 minder dan in 1996, toen stapelen nog salonfähig was.

Behalve door het gevoerde beleid is een deel van de forse dip in het aantal stapelaars rond de eeuwwisseling te verklaren door de vorming van scholengemeenschappen, schrijft de Inspectie van het Onderwijs in een rapport uit 2007. Op scholengemeenschappen kunnen leerlingen al in de eerste jaren van de middelbare school relatief eenvoudig overstappen naar een ander schooltype. Het aantal leerlingen dat pas ná het behalen van een diploma doorstroomt, nam daardoor af. De inspectie verklaart niet waarom het stapelen de laatste jaren weer toeneemt.

De opvattingen over stapelen zijn drastisch veranderd sinds de jaren negentig. Het is nu welhaast not done om tégen stapelen te zijn. Talenten moeten worden ontplooid, ook al gebeurt dat soms op latere leeftijd. Het Innovatieplatform en de Onderwijsraad vinden dat, de parlementaire commissie-Dijsselbloem concludeerde het en ook een meerderheid in de Tweede Kamer is deze mening toegedaan. De bewindslieden – net als in de jaren negentig met een PvdA-minister voorop – blijven niet achter.

[Vervolg DIPLOMA'S: pagina 3]

DIPLOMA'S

Leerling blijft inefficiënt kiezen

[Vervolg van pagina 1] In 1995 merkte de commissie-Kemner, die het onderwijsstelsel had doorgelicht, nog op dat stapelen het gevolg was van verkeerde keuzes. Als iedereen direct het juiste schooltype zou kiezen, zou stapelen simpelweg overbodig worden. Betere voorlichting zou veel leed besparen.

Dat gebeurde niet. Voorlichting of niet, leerlingen bleven ‘inefficiënte’ keuzes maken.

Goddank, zegt Tjeerd Bijl, was hij deze mode vóór. „Ik ben een laatbloeier. En ik ben niet goed in de bètavakken. Door mijn onderwijsroute, waarbij ik die vakken kon laten vallen, kon ik uiteindelijk geschiedenis gaan studeren.” Als hij na de mavo naar het mbo had gemoeten, was Bijl „ongelukkig” geworden. „Ik was nooit naar de mavo gegaan als ik niet terug had gekund naar de havo.”

Zijn keuze voor het vwo na de havo is zelfs direct beïnvloed door het beleid. Bijl: „Ik hoorde dat ze de route van havo via hbo naar de universiteit wilden afschaffen. Dan maar via het vwo, dacht ik. Geschiedenis studeren was mijn absolute doel.”

Michel Molier, dean van de Rotterdam Business School, is een ‘superstapelaar’. Niet alleen doorliep hij mavo, havo, vwo en universiteit, ook gaf hij les op een middelbare school en een hogeschool. Molier is fervent voorstander van stapelen, en niet alleen vanwege het profijt dat hij er zelf van had. „De route van vmbo via mbo naar hbo zou de koninklijke weg zijn. Maar daar komt niets van terecht. Bij ons op de hogeschool merken we dat de overstap van mbo naar hbo niet succesvol is. Ik zou een vmbo’er die naar het hbo wil, adviseren om dat via de havo te doen.”

De bewindslieden van de jaren negentig interesseerden zich vooral voor het budget, zegt Molier. „Op z’n zachtst gezegd stond de leerling toen niet centraal.” Nu wel weer, getuige de reactie van het kabinet op Dijsselbloem: „Leerlingen verschillen in aanleg en tempo. Zij moeten een verkeerde keuze kunnen herstellen. Het is belangrijk dat het beste uit leerlingen wordt gehaald, ook als daar tussenstappen voor nodig zijn.”

Naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie-Dijsselbloem gaat het kabinet onderzoeken welke belemmeringen er nog zijn voor het stapelen. Dit najaar moet hier duidelijkheid over komen. Leerlingen als Bijl en Molier kunnen hun hart ophalen.