China sluit weer kunstenaars uit

Gezelschappen en kunstenaars die zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan het „beledigen en in gevaar brengen van de nationale soevereiniteit van China” mogen dat land niet langer in. Dit schrijft het Chinese ministerie van Cultuur in een verklaring op zijn website. De verordening treft ook kunstenaars en muzikanten uit de voormalige Britse kolonie Hongkong en de Portugese kolonie Macao.

De nieuwe wetgeving komt bovenop het verbod op popfestivals in de Chinese hoofdstad Peking en scherpere maatregelen bij publieke optredens. Die gelden al enkele maanden, om samenscholingen en mogelijke protesten te voorkomen die de Chinese staatveiligheid „in gevaar brengen”.

Ook artiesten van wie al optredens staan gepland, zullen het land worden uitgezet als zij een bedreiging vormen voor de „nationale eenheid, oproepen tot rassenhaat, religieuze en culturele normen schenden of onzedelijkheid en bijgeloof bepleiten”, aldus de verklaring.

De maatregel is een gevolg van een eerder incident met de IJslandse zangeres Björk, die afgelopen maart haar concert in Shanghai afsloot met het protestnummer Declare independence: een nummer dat ze eerder in Servië zong om de onafhankelijkheidsbewegingen in Kosovo te steunen, en vervolgens riep om de onafhankelijkheid van Tibet. Dat veroorzaakte grote ergernis in Peking.

Afgelopen maand weerde het Chinese ministerie van Cultuur nog 34 van de 800 kunstfilmpjes van de expositie World One Minutes in het Today Art Museum in Peking. De filmpjes van kunstenaars uit 22 landen, een initiatief van de Nederlandse Stichting The One Minutes, werden geweigerd omdat ze over seks, geweld, politiek en geloof zouden gaan.