Vervolgd om ‘helende’ seks

Psychiater Rien S. voerde seksuele handelingen uit met een patiënte. Hij is uit zijn ambt gezet, maar wil onder andere titel doorgaan met zijn werk. Vanochtend diende een zaak tegen hem.

De 60-jarige, christelijke ex-psychiater Rien S. uit Veenendaal, die een patiënte seksueel misbruikte, wil doorgaan met het helpen van patiënten, ook al is hij door het Centraal Tuchtcollege uit zijn ambt gezet. Dat zei hij vanochtend in de Utrechtse rechtbank.

Het tuchtcollege verbood hem eerder om als psychiater te werken, maar kan hem niet verbieden zijn werk onder de titel van therapeut te verrichten. Vandaag wordt de zaak van de patiënte tegen S. strafrechtelijk behandeld.

S. en zijn patiënte waren tijdens de behandeling deels ontkleed. Ze zaten vaak op een bank en soms in een andere ruimte dan de behandelingskamer. S. betastte de nu 48-jarige vrouw onder meer op intieme plekken en liet haar zijn geslachtsdeel aanraken. Volgens hem was dit onderdeel van de therapie: „tactiele bevestiging” moest haar een gevoel van veiligheid geven. De seksuele handelingen gebeurden tussen 1996 en 2005.

In sommige perioden kwam de patiënte bijna dagelijks langs. Soms duurde de behandeling tot in de nacht. Hij verbood haar met anderen over de behandeling te praten, omdat de buitenwereld het niet zou begrijpen.

Toen S. ontdekte dat de patiënte in zijn afwezigheid in zijn papieren snuffelde en anoniem andere patiënten van hem belde, voelde hij dat als een vertrouwensbreuk en schortte hij de behandeling op. Hij concludeerde daarna dat haar suïcidale neigingen en haar wanhoop waren gesimuleerd.

In een schriftelijke verklaring zei de vrouw, die vandaag ook aanwezig was in de rechtszaal, „verslaafd” te zijn geraakt aan het seksuele contact en „gevangen” te hebben gezeten in zijn behandeling. S. heeft geen spijt van de behandeling. „Ik deed het voor het welzijn van de patiënt. Ik ben al 27 jaar psychiater en mijn patiënten weten van tevoren dat ik alles uit de kast haal. Ik deed het niet uit lust, maar om haar weer een seksueel leven te geven.”

Volgens S. heeft zijn patiënte gezegd dat ze zich sinds haar geboorte nooit ergens veilig heeft gevoeld. De aanrakingen tijdens de behandeling zou zij als helend hebben ervaren.

Het Centraal Tuchtcollege, dat S. een beroepsverbod oplegde, waarschuwde vorige maand al dat het gevaar bestaat dat hij doorgaat met zijn praktijk onder een andere noemer. Vandaag zei S. daarover: „Er zijn vele manieren om de lijdende mens te helpen. Toen ik 25 was, hoorde ik een stem. Voor mij is dat de stem van God, die mij heeft gevraagd me in te zetten voor mensen met een gebroken hart.” Op de vraag van de officier van justitie of S. van plan is mensen te blijven helpen, antwoordde hij bevestigend. „Ik mag geen medicijnen meer voorschrijven en mensen niet meer doorverwijzen. Maar ik mag wel mijn kennis en ervaring gebruiken. Als iemand naar mij toekomt om een gesprek te hebben, zal ik dat doen.”

De rechtszaak verliep vanochtend in een ruzieachtige sfeer. Meermaals maakte de raadsman van S., Pé Bouwman, bezwaar tegen de manier van ondervragen. Na een schorsing diende hij een verzoek om wraking in, omdat de rechtbank vooringenomen zou zijn en de zaak eenzijdig zou behandelen. Als de rechters worden gewraakt, zou dat betekenen dat de zaak met andere rechters wordt hervat. Het was vanmiddag bij het sluiten van de krant nog niet duidelijk wanneer de wraking wordt behandeld.