Van knecht van Armstrong tot een Tourfavoriet

Christian Vandevelde, de achterkleinzoon van een Belgische emigrant, bezet de derde plaats in de Tour. De oud-knecht is de meest verrassende kanshebber voor de eindzege.

Maarten Scholten

Ploeggenoot David Millar bekijkt glimlachend hoe zijn ploeggenoot, trainingsmaat en vriend Christian Vandevelde wordt bedolven onder camera’s en journalisten. Wie had verwacht dat de 32-jarige Amerikaan, tot dit seizoen een goede knecht, na de laatste Pyreneeënrit derde zou staan in het algemeen klassement van de Ronde van Frankrijk, op slechts 38 tellen van geletruidrager Cadel Evans? „Onvoorstelbaar om hem zo bezig te zien”, zegt Millar. „Maar ik heb altijd geweten dat hij dit in zich had.”

Vandevelde staat geroutineerd de media te woord. „Ja, vooral in de rit naar Hautacam heb ik mezelf verbaasd. Van tevoren had ik niet gedacht dat ik tot het einde in de groep met de toppers kon blijven. Maar ik voel me al de hele Tour goed, dus wordt het steeds minder een verrassing dat het zo goed gaat.” Millar: „Je kunt niet meer spreken van een verrassing. Christian hoort nu bij de kanshebbers voor de Tourzege. Ik kan niet wachten om te zien wat er vanaf zondag in de Alpen gebeurt.”

De zoon van oud-prof en voorzitter van de Amerikaanse wielerbond John Vandevelde maakte vanaf 1998 naam als knecht bij US Postal, de ploeg van Lance Armstrong. Opvallendste moment was in 2001 een val in de ploegentijdrit van de Tour, waarna hij moest opgeven. Wat minder opviel: in trainingen rond zijn woonplaats Gerona werd Vandevelde steeds sterker, in gezelschap van landgenoten als Armstrong, Tyler Hamilton, Floyd Landis en George Hincapie. Via Liberty Seguros kwam hij in 2005 bij CSC, waar hij de afgelopen twee jaar als 24ste en 25ste eindigde in de Tour. Maar negen zeges in tien profseizoenen lieten weinig hoop op meer dan een knechtenbestaan.

Millar, ook woonachtig in Gerona, in de Spaanse uitlopers van de Pyreneeën, haalde zijn vriend over mee te gaan naar Slipstream, nu Garmin, de Amerikaanse ploeg die naam maakte met een streng antidopingbeleid. „Jonathan Vaughters [ploegleider] is verantwoordelijk voor zijn goede prestaties”, zegt Millar. „Hij heeft hem bij de ploeg gehaald en een rol als kopman gegeven. Wat ook belangrijk is: hij heeft ons een nieuwe trainer aanbevolen.”

Hun nieuwe trainer is de Nederlander Adrie van Diemen, die werkte met onder anderen drievoudig Tourwinnaar Greg LeMond. „Ik ben een beetje verbaasd dat hij het in de Tour zo goed doet”, zegt Van Diemen. „Maar ik heb vanaf het begin tegen hem gezegd dat hij veel meer kon dan hij tot dit jaar had getoond. Hij heeft bij grote ploegen altijd in dienst van anderen gereden. Dan verleer je zelf te winnen.”

De Nederlandse trainer overtuigde Vandevelde allereerst van de noodzaak iets te doen aan zijn chronisch geblesseerde heup. „Christian kon ermee fietsen en had zich neergelegd bij zijn beperking. Afgelopen winter zijn we allerlei behandelingen en oefeningen gaan doen. Daardoor kan hij dit jaar eindelijk weer zijn volle fysieke vermogens etaleren.”

Vervolgens masseerde Van Diemen de psyche van de voormalige knecht. „Je kunt nog zo’n goede conditie hebben, je levert geen wereldprestatie als je er zelf niet in gelooft. Hij moest leren om meer uit te gaan van zijn eigen kracht.”

Volgens Millar is de inbreng van Van Diemen cruciaal in het succes. „Voor Christian en mij is Adrie het grote verschil met de jaren hiervoor. Onze manier van trainen verschilt nogal. Ik hou van kort en intens, Christian van lang en rustig. De individuele aanpak van Adrie werkt voor voor allebei goed. Alhoewel ik moet toegeven dat Christian het misschien iets slimmer heeft aangepakt dan ik.”

Van Diemen is er van overtuigd dat Vandevelde zijn hoge niveau tot het einde van de Tour kan vasthouden, omdat de voorbereiding optimaal was. „Christian heeft de Giro gereden, de ploegentijdrit gewonnen en de roze trui gepakt. Hij stond lang goed in het klassement, maar toen hij daaruit wegviel hebben we direct gezegd: ‘niet meer omkijken, vanaf nu alles voor de Tour’. Na de Giro deden we een dubbele hoogtestage, vervolgens hebben we veel op kwaliteit getraind. In een test reed hij op de Roca Corba bij Gerona, een klim van een half uur, 1.15 minuut sneller dan in de negen jaar hiervoor. En na twee dagen rust nog eens 25 seconden sneller. Dan weet je: die is heel goed. Hij rijdt de race van zijn leven.”

Vandevelde wordt er niet warm of koud van. „Dat heb ik al 8.000 keer verteld”, verzucht hij tegen een Australische verslaggever. Om dan toch weer uit te leggen dat zijn overgrootvader begin vorige eeuw uit het Oost-Vlaamse Laarne, bij Gent, naar Chicago emigreerde.

De andere klassementstoppers proberen intussen Vandevelde een deel van de favorietenrol te laten dragen. „Hij is een zeer goede tijdrijder”, zegt Henrik Redant, ploegleider van Evans. „Dus als je hem niet op een flinke achterstand kan zetten in de Alpenritten, doet hij mee tot het einde.”

Bjarne Riis, manager van CSC, liet zich in gelijke bewoordingen uit.

Vandevelde houdt zich op de vlakte. „Ik houd ervan de underdog te zijn, laat de anderen maar in een favorietenrol, totdat we zondag naar Italië rijden. Vooraf mikte ik op een plaats in de toptien. Dat blijft mijn doel tot het einde van de Tour.”