Ten halve gekeerd

Onjuiste veroordelingen en onjuiste vrijspraken kunnen voortaan makkelijker worden gerepareerd. Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) presenteert nu een belangrijk wetsvoorstel voor een zorgvuldiger rechtsgang. Daarvoor was aanleiding, na enkele spectaculaire missers. In één geval ging het om een aperte dwaling, in andere gevallen om zeer ernstige twijfel over de juistheid van rechterlijke vonnissen.

Tegelijk bleek de herzieningsprocedure bij de Hoge Raad niet te werken. In een aantal zaken ging bij nader onderzoek een doos van Pandora open. De betrouwbaarheid van de professionele rechtspraak stond nooit eerder zo ter discussie als nu. Er kan rustig van een crisis in de rechtsstaat worden gesproken. Dat de herziening verruimd moest worden was communis opinio.

Correctie van een onjuiste vrijspraak (‘ne bis in idem’) is wel omstreden. Maar met de beperking tot zeer zware misdrijven en exceptionele omstandigheden valt ermee te leven. De vraag is daarom vooral of de ingreep van minister Hirsch Ballin voldoende is om het vertrouwen in de rechtspraak te herstellen.

Het kabinet kiest ervoor de nieuwe herziening aan de rechterlijke macht zelf over te laten. De ‘opstand der externe deskundigen’ tegen sommige vonnissen wordt niet gehonoreerd met een permanente visitatiecommissie van buitenstaanders. Er komt dus geen orgaan van onafhankelijke buitenstaanders naar Brits voorbeeld. Rechters blijven zichzelf beoordelen. De minister vertrouwt erop dat ook ná de laatste instantie, rechters elkaars werk voldoende kritisch kunnen beoordelen om tot herziening ervan te besluiten.

Die keuze is op zichzelf juist. De rechterlijke macht bewijst iedere dag dat het eigen werk kan herzien. Het verwijt dat ‘slagers hun eigen vlees mogen keuren’ zien rechters terecht als een geuzencompliment. Daar zijn ze voor en dat kunnen ze.

Maar het is niet zonder risico. In hogere instantie te worden tegengesproken is voor rechters ook routine. Het heeft echter geen andere gevolgen dan die ze er zelf aan verbinden. Een cultuur van leren en corrigeren is er nauwelijks. Erkennen rechters fouten? Nemen ze publiekelijk de verantwoordelijkheid? De ervaringen na ‘de Schiedammer parkmoord’ waren wisselend. De rechtbank Rotterdam evalueerde zichzelf en bracht conclusies naar buiten. Het Hof Den Haag hield de deuren dicht.

Herziening van dwalingen binnen de eigen beroepsgroep loopt de kans dus even onopgemerkt te blijven als hoger beroep of cassatie. Zo wordt de rechterlijke macht geen ‘lerende organisatie’. Herziening zou behalve over de zaak zelf ook over het apparaat moeten gaan. Nu er niet voor is gekozen daar een externe club voor in te richten, ligt de bal bij de rechters zelf. De rechterlijke macht zou bij een geslaagde herziening van een definitief vonnis ook het eigen voorafgaande falen moeten onderzoeken, erkennen en redresseren.

Correctie en verantwoording afleggen voor eigen fungeren hoort bij iedere professionele organisatie. Zeker bij één die een pijler onder de democratische rechtsstaat vormt.