Storneren gaat me slecht af

Arnon Grunberg werkt undercover als cateraar bij het Zwitserse spoor en doet verslag. Deel 4.

Deze dag zal worden gebruikt om mij op het hoofdkwartier van Elvetico te trainen.

Ik zit met vier andere nieuwe medewerkers in een klein lokaal. Een Portugese dame die Diaz heet, een Turkse jongen wiens naam ik niet goed kan verstaan en twee studenten, Hanna en Andrea.

De training wordt gegeven door Frau K. Johnstone.

„Als je een café een minuut later opent, maakt dat niet uit”, zegt Frau Johnstone. „Maar als jullie een minuut te laat zijn, dan is jullie werk weggereden.”

Wij knikken.

Vervolgens maken we kennis met de verschillende treintypes. En dan gaan we naar het belangrijkste onderdeel van de trainingsdag: de kassa.

„Wie met de kassa overweg kan, redt het meestal wel”, zegt Frau Johnstone.

Vervolgens kijkt ze mij aan. „Wat is jouw personeelsnummer eigenlijk? Ik zie je niet op de lijst staan.”

„Ik moet mijn personeelsnummer nog krijgen”, mompel ik.

Voor de training mag ik het personeelsnummer van Frau Johnstone lenen.

Haar geheime code is 1974.

„Je geboortejaar is je geheime code”, zegt Frau Johnstone.

We krijgen oefeningen. „Op tafel 7, stoel 2, komt een gast die een x-press Frühstuck wil. Daarna bestelt hij nog een espresso, maar hij bedenkt zich, hij wil toch liever thee. Storneer de espresso en voer de rest van de bestelling door.”

Frau Johnstone buigt zich over mij heen.

Het maken van storno’s gaat me slecht af.

„Jij bent nog niet zo goed met de kassa, hè?”, zegt Frau Johnstone. „Maar tot nu toe heeft iedereen het onder de knie gekregen, het zal jou ook wel lukken.”

Daaraan voegt ze toe: „Wie de hoogste omzet op een bepaald traject maakt, krijgt per maand honderd frank extra.”

Ze kijkt er verlekkerd bij.

Ik storneer alsof mijn leven er vanaf hangt. Maar tegelijkertijd denk ik: het is prachtig weer en ik zit hier storno’s te maken. Ik ben knettergek.

Gelukkig is Diaz nog slechter dan ik met de kassa. Ze kijkt ongelukkig.

De Turkse jongen vertelt: „Mijn zus werkt op een restauratiewagen. En ik dacht: wat zij kan, kan ik ook.”

In de lunchpauze vertelt de secretaresse van de president-directeur me: „We hebben niemand verteld wie je bent. Dat leek ons beter.”

Lang geleden was ik nog wel eens bang door de waanzin te worden overvallen en alleen met die waanzin achter te blijven.

Daar hoef ik niet meer bang voor te zijn.

Iedereen doet mee. Vele mensen zonder het te weten.