Multatuli’s brief over Domela gevonden

In Almere is een tot nu toe onbekende brief van de negentiende-eeuwse schrijver Multatuli opgedoken. Eduard Douwes Dekker, zoals Multatuli’s echte naam luidde, schreef de brief op 30 november 1886 aan de bevriende advocaat Jacques de Witt Hamer. Hij laat zich daarin onder andere uit over de veroordeling van de politicus Ferdinand Domela Nieuwenhuis.

De socialistische voorman was kort ervoor tot een gevangenisstraf van een jaar veroordeeld wegens majesteitsschennis in een artikel in het blad Recht voor Allen, waarvan hij hoofdredacteur was. Nieuwenhuis had geweigerd de naam van de auteur van het stuk te noemen en moest daarom zelf het gevang in. De Witt Hamer trad op als zijn raadsman.

Multatuli schrijft in de brief dat Domela zich nooit de verantwoordelijkheid in de schoenen had moeten laten schuiven, het „past een groot volksleider niet”.

De brief van Multatuli is gevonden door M. van Maaren. Zij is verre familie van De Witt Hamer en trof de brief op zolder aan tussen andere brieven. Zij heeft de brief geschonken aan het Multatuli Museum in Amsterdam. De brief gaat naar de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, maar zal soms in het Multatuli Museum te zien zijn.

Conservator Jos van Waterschoot van het Multatuli Museum sprong naar eigen zeggen „bijna tegen het plafond” toen de brief voor het eerst voor hem lag. „Ik heb alle brieven van Multatuli in handen gehad en zag meteen dat het een origineel exemplaar betrof. Dit is bijzonder, want onbekende brieven van Multatuli duiken niet vaak meer op.”

In de brief feliciteert Multatuli De Witt Hamer met de geboorte van zijn dochtertje, dat net als filosoof Benedictus de Spinoza op 24 november was geboren. Volgens Multatuli „een veelbelovend teken” voor het kind. Daarnaast klaagt hij over zijn gesteldheid („ik voel me zeer gedeprimeerd”). Van Waterschoot: „Dat is niet zo bijzonder. Dat schreef hij in die tijd aan iedereen die het wilde horen. Hij was aan het eind van zijn leven erg teleurgesteld in allerlei zaken.” De schrijver stierf in 1887.

Een facsimile van de brief staat op nrc.nl/kunst