‘Ik wil terug naar Canada. Help me’

De beelden van een jonge Canadees op Guantánamo Bay verdelen Canada.

De regering houdt zich afzijdig na een eerdere, mislukte interventie.

Al jarenlang staat Omar Khadr bekend als de jongste gevangene in het Amerikaanse terroristenkamp Guantánamo Bay – en nog de enige met een westers paspoort. Khadr, een zoon van een Canadese vertrouweling van Osama bin Laden, werd als 15-jarige jongen op de marinebasis in Cuba ondergebracht op beschuldiging van een granaataanslag op een Amerikaanse legerarts in Afghanistan (2002). Hij zit er nog altijd, in afwachting van een militair proces dat in oktober zou moeten beginnen.

Dinsdag zag de wereld voor het eerst videobeelden van Khadr, en hoorde het publiek voor het eerst zijn stem. De opnames van een serie verhoren van Khadr van in totaal ruim zeven uur door twee Canadese geheime agenten in februari 2003 in Guantánamo, werden openbaar gemaakt door de advocaten van Khadr, die nu 21 jaar is.

De video is gemaakt door de Amerikanen. Khadrs advocaten dwongen bij een Canadese rechtbank af dat de Canadese geheime dienst CSIS de beelden aan hen overhandigde. De advocaten willen met de openbaarmaking de aandacht vestigen op de, volgens hen, „onverantwoordelijke behandeling van een minderjarige”.

Nooit eerder zijn zulke uitvoerige opnames van binnen de muren van de omstreden gevangenis vrijgegeven – en het valt te betwijfelen of de Amerikaanse autoriteiten de Canadezen toegang tot Khadr zouden hebben verleend als ze hadden geweten dat opnames van de ondervraging ooit openbaar zouden worden gemaakt. Hoewel Khadr op de beelden, gefilmd met verborgen camera’s vanuit onder meer een ventilatiepijp, niet wordt verhoord door bewakers van Guantánamo Bay zelf, bieden ze een unieke blik op de gesteldheid van een gevangene op de beruchte basis.

Khadr is te zien als tengere, 16-jarige jongen, gekleed in een oranje gevangenispak. Hij huilt en vertoont woede en frustratie. „Help me, help me”, smeekt hij zijn ondervragers, aanvankelijk in de veronderstelling dat ze uit Canada zijn gekomen om hem op te halen. Hij zegt dat hij „terug naar Canada” wil. Maar, zegt een agent, „daarbij kan ik je niet helpen”.

Khadr trekt zijn trui uit om de wonden te laten zien die hij opliep bij het vuurgevecht in Afghanistan waarbij hij toen zes maanden eerder gevangen werd genomen: schotwonden in zijn rug en op zijn borst. „Is dit gezond? Ik kan mijn arm niet bewegen”, zegt hij. Maar de agenten tonen zich niet onder de indruk van de wonden. „Mij dunkt dat ze prima genezen”, zegt een van hen. „Ik ben geen dokter, maar volgens mij krijg je hier goede medische zorg.” Khadr antwoordt snikkend dat dat komt omdat „u hier niet zit, u geeft niets om mij”.

Pas op de tweede dag realiseert Khadr zich dat de agenten geen hulp bieden, maar hem alleen willen ondervragen over zijn leven in Afghanistan, waar hij opgroeide, de terreurbanden van zijn familie, en zijn opvattingen over de jihad. De opnames bevatten hierover geen onthullingen (al is het geluid van een aanzienlijk deel gewist om ‘veiligheidsredenen’).

Hoewel er geen tekenen zijn dat Khadr op Guantánamo lichamelijk werd gemarteld, is uit openbaar gemaakte documentatie wel gebleken dat hij voorafgaand aan de ondervraging psychologisch werd mishandeld. Zo is hem langdurig slaap onthouden door hem drie weken lang elke drie uur naar een andere cel te verplaatsen. Volgens de VS worden gevangenen in Guantánamo Bay op een menswaardige manier behandeld.

Canadese advocaten van Khadr menen dat Canada medeverantwoordelijk is voor zijn behandeling. „Het feit dat Canada deelnam aan deze ondervraging, wetend van de schendingen die hij had ondergaan, betekent dat het medeplichtig is”, zei advocaat Dennis Edney. „Canada had hem niet moeten ondervragen, maar hem in bescherming moeten nemen. In plaats daarvan kwam Canada zonder hulp voor Khadr – geen advocaat, geen contact met buitenstaanders. Zo doen we dat niet in Canada, en het had niet mogen gebeuren met deze kwetsbare jongen in Guantánamo.”

De advocaten hopen sympathie voor Khadr op te wekken, zodat de Canadese regering onder druk komt te staan aan te dringen op zijn terugkeer voor een normaal proces. „De opnames vertonen geen gevaarlijke terrorist, maar in plaats daarvan een bange, gewonde Canadese jongen”, aldus advocaat Nathan Whitling. „Het is tijd voor Omar Khadr om thuis te komen, en om te worden berecht volgens de Canadese wet.”

De conservatieve regering van Canada is echter niet van plan te interveniëren. Premier Harper heeft gezegd dat Canada garanties heeft van de VS dat Khadr op een menswaardige manier wordt behandeld, en dat het zijn proces afwacht – een positie die dinsdag werd bevestigd door Deepak Obhrai, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. „Er bestaan ernstige beschuldigingen tegen Omar Khadr, en wij willen de rechtsgang op zijn beloop laten.”

Reden voor de terughoudendheid is wellicht dat Canada al eens de vingers brandde aan hulp aan een andere Khadr: Ahmed Said, Omars vader, die naar Canada emigreerde vanuit Egypte. In 1996 drong toenmalig premier Chrétien met succes bij zijn Pakistaanse ambtgenoot Benazir Bhutto aan op vrijlating van Khadr uit Pakistaanse hechtenis. Vader Khadr stond bekend als liefdadigheidswerker; later bleek dat hij voor Osama bin Laden werkte als financier. Sindsdien hebben Canadese diplomaten een term voor zulke, ongelukkige interventies: ‘het Khadr-effect’.

Daar komt bij dat de rest van de familie Khadr zich met een reeks radicale daden en uitspraken niet geliefd heeft gemaakt in Canada. Na de dood van Ahmed Said Khadr, bij een vuurgevecht in Pakistan in 2003, keerden de meeste gezinsleden terug naar Toronto. Omars oudere broer Abdullah zit daar momenteel vast in afwachting van uitlevering aan de VS op verdenking van wapenhandel voor Al-Qaeda; moeder Maha Elsamnah en oudere zus Zaynab gaven enkele jaren geleden een televisie-interview waarin ze Omar prezen voor de dood van de Amerikaanse legerarts.

De Canadese bevolking toonde zich dinsdag dan ook sterk verdeeld over het lot van Omar Khadr in Guantánamo Bay. „Khadr moet gewoon blijven waar hij is, achter de tralies”, aldus een briefschrijver uit Saskatchewan. „Deze jongen en zijn familie maken deel uit van het terrorisme in Afghanistan waarvoor onze soldaten sterven.” Viviana Nantel had een andere opvatting: „Wat Omar Khadr ondergaat is schandalig en onmenswaardig. Toen dit gebeurde was hij maar een kind.”

Videobeelden van het verhoor via: nrcnext.nl/links