‘Ik ga niet voor het einde van België’

Een ‘dialoog van deelstaat tot deelstaat’ moet uitkomst bieden in de politieke crisis in de Belgische federatie. „België is politieke hightech”, zegt de Vlaamse minister-president Kris Peeters.

BRUSSEL, 17 JULI. - Alle ogen zijn nu gericht op Kris Peeters. Hij was een van de eersten die deze week koning Albert bezochten, nadat de Belgische premier Yves Leterme zijn ontslag had aangeboden. Nee, de minister-president van Vlaanderen kan niet vertellen wat hij tegen de vorst heeft gezegd. Dat is in België net zo onbeleefd als in Nederland. Maar hij is bereid een belangrijke rol te spelen in nieuwe onderhandelingen om uit de politieke impasse te geraken.

Er wordt nu gesproken over ‘een dialoog van deelstaat tot deelstaat’. Is dat de oplossing? Peeters: „Dat is een nieuw concept. Ik ben als minister-president volwassen genoeg om zo’n dialoog te voeren. Maar de vragen zijn: Wie zit er tegenover mij? Wat is de tijdshorizon? Welke garanties zijn er voor resultaten? Dat zijn nu de discussiepunten.”

Kris Peeters (46) is een Vlaamse christen-democraat, net als Yves Leterme, die hij ruim een jaar geleden opvolgde als minister-president van Vlaanderen. Fidel Castro en Che Guevara werden ze onlangs genoemd door een columnist. Peeters zou dan Castro zijn. Hij scoort hoog in de populariteitspolls. Er wordt al gespeculeerd dat hij de toekomstige leider van de partij is.

Vanwaar uw optimisme over een rol voor de regio’s in het crisisberaad?

„Vergelijk het met de verdragen tussen Vlaanderen en Nederland over de Schelde. Waarom zijn die gelukt? Daar is een hele tijd over gediscussieerd. Wij zeiden: voor ons is die verdieping belangrijk. En Nederland zei: goh, waarom zouden we dat doen, is dat wel in ons belang? Toen hebben we afgesproken: we gaan het niet alleen hebben over de verdieping, maar ook over de natuur en over de veiligheid. En: laten we het eens worden over een langetermijnvisie voor 2030. Want als wij zeiden ‘hij moet nu dertien meter diep worden’, dan dacht Nederland ‘ja, en straks veertien meter, of vijftien’. In België moeten we hetzelfde doen. We moeten tijd en ruimte creëren.”

Bij de Schelde ging het om onder anderen om Jan Peter Balkenende, Yves Leterme en u. Om christen-democraten die het goed met elkaar kunnen vinden. In hoeverre spelen persoonlijkheden een rol in de Belgische crisis?

„Het gaat altijd om personen: om het vertrouwen dat er tussen hen is, het respect. Dat zijn elementen die in het bedrijfsleven, de politiek, overal het verschil maken. Maar er zijn situaties waarin geen enkel persoon, wie het ook mag wezen, slaagt. Ik denk niet dat het probleem de persoon Yves Leterme is.”

Wat ís eigenlijk de oorzaak van deze crisis?

„In essentie gaat het om de vraag: hoe kunnen we de staat België zó reorganiseren, dat we een efficiënt en effectief beleid kunnen voeren, zodat we de welvaart op peil kunnen houden of zelfs verhogen.”

Wat is er mis met het huidige België?

„Het huidige België is onvoldoende efficiënt en effectief. Ik ben Vlaams minister van Energie geweest. De regio’s zijn bevoegd voor laagspanning en voor hernieuwbare energie. De federale staat is bevoegd voor hoogspanning en nucleaire energie. In zo’n situatie is het heel moeilijk een toekomstgericht, globaal energiebeleid te voeren. Zeker wanneer er in de federale regering andere partijen zitten dan in de regionale.

„Wij zijn bevoegd voor de rusthuizen, voor de gebouwen, maar eigenlijk niet voor al het andere wat gezondheidszorg betreft. Voor bepaalde dossiers in de gezondheidszorg zijn negen ministers verantwoordelijk. Het komt er op aan iedereen ervan te overtuigen dat een staatshervorming noodzakelijk is voor het welzijn en de welvaart van iedere Belg.”

Wat zijn de belangrijkste bevoegdheden die u erbij wil hebben?

„Gezondheidsbeleid. Gezinsbeleid. Fiscaal beleid. Arbeidsmarktbeleid. Wij hebben een werkloosheid van 4 procent. In Brussel is dat 20 procent en in Wallonië 11 procent. Daar moet een verschillend beleid gevoerd worden.”

Wat blijft dan over van België?

„Ik ga ervan uit dat een aantal belangrijke bevoegdheden op federaal niveau blijft. Maar laat ons daar rustig over spreken.”

Kunt u zich voorstellen dat Franstaligen vrezen dat dat misschien wel heel weinig bevoegdheden zijn?

„Ja, maar als die naar Vlaanderen komen, dan komen die ook naar Wallonië.”

Het Belgische huis wordt dan wel erg leeg.

„Ik kan alleen maar zeggen: ik ga niet voor het einde van België. Maar dan moet je wel die staatshervorming serieus nemen, want anders ga je in de toekomst geconfronteerd worden met anderen die daar anders over denken. U hebt nu een gesprekspartner die de solidariteit binnen België wenst te behouden. Maar dan moet je wel het gesprek aangaan.”

De International Herald Tribune omschreef het Vlaamse nationalisme onlangs als ‘een niet-gewelddadige vorm van fascisme’. Buitenlandse media verbazen zich bijvoorbeeld over ‘de Vlaamse wooncode’, die voorschrijft dat huurders van sociale woningen zich moeten inspannen om Nederlands te leren. Maakt u zich zorgen over het imago van Vlaanderen?

„Die wooncode is niet bedoeld om Franstaligen te pesten. Het is een sociale maatregel om integratie van minderheden te bevorderen. Trouwens, de code is onlangs in essentie in orde bevonden door het Grondwettelijk Hof. Ik denk dat we een sterk imago hebben, economisch en cultureel. Als Jan Fabre in het Louvre exposeert, dan zijn heel wat landen daar jaloers op. Maar het is wel zo dat er van de 3.000 buitenlandse journalisten in Brussel slechts 1 procent Nederlands spreekt. Die hebben soms een wat vertekend beeld van de situatie. We moeten kijken of we als Vlaamse overheid meer informatie kunnen bieden in andere talen.”

Kunt u buitenlanders nog uitleggen wat er nu in België gebeurt?

„België is politieke hightech. Een staat hervormen op basis van dialoog is moeilijk, maar ook heel interessant. Ik hoop – als er uiteindelijk resultaat is – dat dat ook respect afdwingt.”

Achtergronden over de regeringscrisis in België via nrc.nl/belgie