Hij voelt waar het antwoord zit

Hij was ongelooflijk onder de indruk van Vincent. En die wilde graag dat hij doorging in de wetenschap. Maar dan wordt een gezin stichten wel een onzekere aangelegenheid.

Eerst een waarschuwing. Zijn hoogleraar kan, hoe zegt hij dat, nogal intimiderend overkomen in het begin. Maar als je ’m kent is het een amicale man, zéér open en vriendelijk. Nou ja, hij zou nooit rechtstreeks zeggen: je bent een goeie gozer. Maar dat liet hij wel merken.

Het interview is nu bezig, toch? Dan zal hij bij het begin beginnen. Dertien was hij toen hij hem voor het eerst zag. Professor Icke gaf een lezing over kosmologie aan de Universiteit Maastricht en daar ging hij, Jelle, heen. Want op de middelbare school verveelde hij zich en hij wilde al vanaf zijn vijfde sterrenkunde doen. Hij was ongelofelijk onder de indruk van de man. Die zei niet: atomen zijn hééél klein, nul komma nulnulnulnogwat. Daar had hij niets aan. Vincent zei: neem een appel en de aarde. Het verschil daartussen is net zo groot als tussen een atoom en een appel. Toen wist hij meteen hoe het zat.

Zo ging dat ook met zwarte gaten, bij het eerstejaars college astrofysica. Hij zat in de zaal, 17 jaar, net begonnen in Leiden. Er zijn twee manieren om zwarte gaten uit te leggen. Je kunt zwaartekrachtvergelijkingen zo door elkaar gooien dat je er één krijgt die zegt hoe een zwart gat werkt. Maar je kunt je ook voorstellen dat het anders is. Wat zou er dan gebeuren? Dan zie je dat het niet kan. Dat het zo móét zijn. Dat deed Vincent. Die legde uit waaróm dingen zo zijn. Niets ten nadele van andere sprekers, maar het is toch zo dat je iets pas makkelijk kunt uitleggen, als je het heel goed begrijpt.

Vincent is extreem lovend over je, zeiden hoogleraren bij zijn promotie, negen jaar later. Zelf had hij tegen hem gezegd: ik wou dat ík het kon. En: je hebt alles in je om heel groot te worden. Hij had zijn proefschrift zelfs stiekem ter goedkeuring naar hoogaangeschreven kosmologen gestuurd en hun lof voorgelezen. Dan hoor je het ook eens van een ander, had hij erbij gezegd.

Toen merkte hij voor het eerst dat zijn hoogleraar graag wilde dat hij op zijn pad doorging.

Maar hij ging niet door in de wetenschap, hij ging naar het bedrijfsleven. Risicomanagement, bij LeasePlan. Dat kwam door de onzekerheid. Of je na een postdoc hier, een postdoc daar wel een baan kunt krijgen. Juist als je een gezin wilt stichten. Een huis kopen zoals dit, in Almere Buiten, bij water, kan niet van het hongerloon van een postdoc. En dan de mensen. Hij weet nog dat hij een keer ‘hoi’ zei tegen een natuurkundestudent. Die keek hem aan alsof hij in elkaar werd geslagen.

De échte reden is dat sterrenkunde claustrofobisch werd. De rest van zijn leven had hij met zijn onderzoek door moeten gaan, stralingstransport door het heelal. Dat wil hij wel uitleggen, waar is zijn pen?

Hij ontdekte dat je de bewegingen van licht veel sneller kunt berekenen als je de kosmos niet in gelijke kippengaasvakjes opknipt, maar in een bijenkorfstructuur. Net als bierschuim. Zijn hoogleraar had namelijk ooit bedacht dat die schuimstructuur niet alleen bij zonnebloemzaden en zeepbellen te zien was, maar ook op grote schaal, hoe de sterrenstelsels verdeeld zijn over het heelal.

Het gekke is, hij had dat schuim zelf al eerder gezien. Bij zijn studentenbaantje bij Vodafone. Daar moest hij een snelle rekenmethode vinden om te bepalen bij welke telefoonpaal de beller het dichtste stond. Dat bleek ook het beste te gaan als je de wereld in bierschuimbellen opdeelde.

Hij hád wel door kunnen gaan. Publicaties in Astronomy and Astrophysics en Physical Review, de beste bladen. Maar het benauwde. Hij heeft wel genoeg geleerd over één ding. Nu is het voorbij. De wetenschap is een monnikenwereld, als je uittreedt, kun je niet meer terug. Hij kent wel meer heel goede sterrenkundigen die daarom niet doorgaan.

Erg jammer vond Vincent het. Hij had natuurlijk gebouwd op een idee van hem. Een hoogleraar neemt toch een promovendus om zijn werk voort te zetten. Maar geen moment probeerde hij hem om te praten. Hij moest zélf kiezen. Dat was Vincents stijl. En ook zijn stijl. Niet aan het handje genomen worden, daar heeft hij een schurfthekel aan. Vincent wees wel de weg, als hij vastzat. Dan zei hij: je kunt het zo, zo of zo doen en dáár heb je misschien de meeste kans. Alleen echt goede wetenschappers kunnen dat, voelen waar het antwoord zit, voordat ze het weten.

Voor iemand die zo groot is, krijgt zijn hoogleraar niet de waardering die hij verdient. Omdat hij niet van lobbyen houdt, en niet van beoordeeld worden op hoe vaak je geciteerd bent. Zo is hij niet, hij zet zijn naam niet op andermans onderzoek. Ook niet als hij die veel heeft geholpen.

Misschien maakt hij het zichzelf wel een beetje moeilijk door zo uitgesproken te zijn. Zijn kritiek op onderzoek waar iets mis mee is, kan snoeihard zijn.

Zo is hij zelf trouwens ook. Nee, dat leverde geen conflicten op. Juist niet. Want dat is het mooie aan dit vak. Dat in de wiskunde keihard vastligt waarom iets zo is. Het is waar of het is onwaar. Daar hoef je niet over te bakkeleien. In het bedrijfsleven is dat anders, daar gaat het om people skills. Daar zou Vincents manier van communiceren niet werken.