en een biografische familietentoonstelling

In museum De Lakenhal is te zien hoe de apparatuur van Heike Kamerlingh Onnes zijn neef Harm inspireerde tot schilderijen met daarop een wirwar aan buizen, vaten en pompen.

Onder de titel Elementen maakte de schilder Harm Kamerlingh Onnes in 1920 een stilleven van drie grijze bussen en een rode doos. De bussen, waar slordig wat snoeren aan bungelen, zijn batterij-elementen, een soort accu’s die zijn oom, de natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes, gebruikte om pompen in werking te zetten. De functie van de rode doos is onduidelijk, die lijkt er vooral te staan om het schilderij kleur te geven. Elementen, een natuurkundig stilleven, is een van de schilderijen van Harm Kamerlingh Onnes (1893-1985) die geïnspireerd zijn door de apparatuur waar zijn oom dagelijks mee in de weer was.

Harm Kamerlingh Onnes was als kind al gefascineerd door de apparaten in het laboratorium van zijn oom aan de Leidse universiteit en die fascinatie liet hem ook later niet los. Op de tentoonstelling Kamerlingh Onnes. Een familie in koude en kunst in Museum De Lakenhal hangt een aantal schilderijen en tekeningen van Harm waarop een wirwar van buizen, vaten, pompen, manometers en andere instrumenten bijna abstracte composities vormen, zoals bijvoorbeeld het grote schilderij Het laboratorium van prof. dr. H. Kamerlingh Onnes uit 1921. In hetzelfde jaar schilderde Harm een portret van zijn oom, een oude man in laboratoriumjas zittend aan zijn bureau tegen een achtergrond van alweer die ondoorgrondelijke vaten- en buizenstelsels.

De tentoonstelling in De Lakenhal, met schilderijen van Harm Kamerlingh Onnes, zijn vader Menso Kamerlingh Onnes en enkele aquarellen van zijn zus Marijke Kamerlingh Onnes, vormt de aanzet tot de expositie Jacht op het absolute Nulpunt in het nabij gelegen Museum Boerhaave. Daar draait alles om de wetenschapper Heike die er honderd jaar geleden in slaagde helium vloeibaar te maken bij een temperatuur vlak boven het absolute nulpunt. In 1913 ontving hij hiervoor de Nobelprijs. De daarbij horende oorkonde hangt in Museum Boerhaave, het Chinese servies en de diamanten broche voor zijn vrouw die hij naar verluidt met het prijzengeld bekostigde, staan in een vitrine in De Lakenhal.

In De Lakenhal wordt duidelijk dat Heike Kamerlingh Onnes de spil was van de familie. In 1882, twee jaar nadat zijn vader, een Groningse steenfabrikant, was overleden, kreeg hij een aanstelling als hoogleraar aan de Leidse Universiteit. Niet alleen hij, maar ook zijn moeder en jongere broers en zusjes, verhuisden daarop naar Leiden. Zijn broer Menso ontwikkelde zich in Leiden tot een schilder van portretten en bloemstillevens. Jarenlang deelde Menso hier een atelier met de schilder Floris Verster die in 1892 zou trouwen met Menso’s zus Jenny. Zelf trouwde Menso met de schatrijke Kitty Tutein Nolthenius. Ze kregen drie kinderen, Harm, Marijke en Jenneke. Allemaal kwamen zij veel over de vloer bij het gezin van Heike, waar ze kennis maakten met illustere natuurkundigen als Albert Einstein en Paul Ehrenfest.

Hoe nauw de omgang tussen de schilders en wetenschappers was, is ondermeer te zien op de aquarel Musici (1920) van Marijke Kamerlingh Onnes waarin ze het trio Paul Ehrenfest (piano), Albert Einstein (viool) en Harm Kamerlingh Onnes (cello) musicerend weergaf. Maar het blijkt ook uit de vele portretten van zowel Menso als Harm, die niet alleen hun familieleden schilderden, maar ook Ehrenfest, Einstein en andere geleerden uit de kring van Heike.

De portretten die Harm Kamerlingh Onnes in 1920 maakte van Albert Einstein en Paul Ehrenfest tonen hoe makkelijk deze schilder van stijl wisselde. Einstein, die op dit portret met een verwonderde blik voor zich uit kijkt, is met een impressionistische toets weergegeven. Maar Ehrenfest portretteerde hij gestileerd, in heldere contouren, tegen een decor van abstracte kleurvlakken. Uit dit portret blijkt duidelijk de invloed van de schilder Bart van der Leck, die Harm Kamerlingh Onnes in die tijd onderging. Die invloed is ook af te lezen uit het mooie dubbelportret van zijn ouders tegen een geabstraheerde achtergrond.

De biografische familietentoonstelling besluit met een klein overzicht van het werk van Harm Kamerlingh Onnes. Ook hier is goed te zien hoe hij aanvankelijk experimenteerde met verschillende stijlen en voortdurend switchte tussen impressionisme, pointillisme en strakke stilering. In 1916 schilderde hij een bijna fauvistisch Zelfportret in groene, blauwe en gele vegen. Een jaar later maakte hij onder de titel Stad zijn meest abstracte schilderij: een compositie van rechthoekige kleurblokjes in een geometrische ordening. Maar hij vond geen bevrediging in de abstracte kunst en in 1927 koos hij definitief voor een realistische schildertrant.

De bezoeken aan het laboratorium van zijn oom hoorden toen tot het verleden, Heike was in 1926 gestorven.

Kamerlingh Onnes, een familie in koude en kunst, Stedelijk Museum de Lakenhal, Oude Singel 28, Leiden. T/m 14 sept, di t/m vrij 10-17 uur, za en zo 12-17 uur. Inl: 071-516 5360, www.lakenhal.nl